20/11/21 om 14:03 ‘Zou het niet mooi zijn als de Waalse studenten in de Nederlandse les Brels Nederlandstalige oeuvre zouden bespreken?’, vraagt Gert Verwilt van Vlinks.

Wanneer de Schelde blinkt in zuidelijke zon

En elke Vlaamse vrouw flaneert in zonjapon

Wanneer de eerste spin z’n lente-webben weeft

Of dampende het veld in juli zonlicht heeft

Wanneer de zuidenwind er schatert door het graan

Wanneer de zuidenwind er jubelt langs de baan

Dan juicht mijn land

Mijn vlakke land.

Zo weergalmde – de laatste strofe van – ‘Mijn Vlakke land‘ in de kerk, tijdens een uitvaart die ik onlangs bijwoonde.

Dit schilderachtige proza op de tonen van een melancholisch aandoende melodie klinkt vertrouwd in de oren klinkt voor menigeen onder ons. Het is niet het enige meesterwerk dat Jacques Brel ons heeft nagelaten.

Ai, Marieke, Marieke, tu es la seule, entre les tours de Bruges à Gand

Het enige aandenken aan Brel en zijn erfenis van Brel in Vlaanderen, staat in Brugge. Het is een beeld van Marieke, door de zanger bezongen in het gelijknamige lied.

De vraag van Brel-bewonderaar Luc Ferdinand – en vele anderen met hem – om Brel een meer volwaardige plaats in de Vlaamse publieke ruimte toe te kennen, lijkt vanuit een cultuurminnend perspectief niet meer dan terecht.

Jacques Brel in het onderwijs? Dat kan zowel voor Vlaamse als Waalse leerlingen een openbaring zijn.

Daar is het me in dit stuk dan ook niet om te doen. Ik wil, buiten de contouren van de hagiografie om, de figuur van Brel ruimer benaderen dan het muzikale genie dat hij was. Zo uitzoomend staan enkele uitspraken over de Vlamingen en hun taal op gespannen voet met een aangescherpt maatschappelijk aanvoelen van wat oorbaar is en wat niet. Men vat dit doorgaans met de containerterm woke, als in ‘ontwaakt’, alert voor maatschappelijk onrecht in al zijn varianten.

Brel liep niet hoog op met de taal van de Vlamingen. Voor hem was dat niet het Nederlands, maar ‘le flamand‘. Nederlands was voor hem de cultuurtaal uit het noorden van de Nederlanden. Het ratjetoe daarentegen dat de Vlamingen uitbraakten verhield zich volgens hem tot het ‘echte Nederlands’ als het Frans uit de Provence tot het echte Frans.

Product van zijn omgeving

Et je vous interdis, d’obliger nos enfants, Qui ne vous ont rien fait, à aboyer flamand‘, zo declameerde Brel in ‘les Flamingants, chanson comique’. Hij vond het Nederlands dat in Vlaanderen werd gesproken zo onwelluidend, dat hij het vergeleek met het geluid dat honden – aboyer betekent blaffen – maken. Naar hedendaagse normen zou men dit als een uiting van culturele superioriteit omschrijven. En sommigen zouden zelfs gewagen van cultureel racisme, in het kader van de verbreding van de notie racisme. Deze semantische discussie daargelaten, erg sympathiek zijn de woorden van Brel niet, om het tongue in cheek te formuleren.

Vanwaar deze onmiskenbare dédain? Mensen zijn vaak een product van hun tijd en hun omgeving, Brel was daarop geen uitzondering. De familie Brel behoorde tot de hogere burgerij – zo was grootvader Jean-Augustin Brel van 1833 tot 1852 burgemeester van het West-Vlaamse Zandvoorde – en die sprak in die tijd doorgaans Frans.

Frans was in het jonge België een vehikel voor opwaartse sociale mobiliteit. Het was de parel aan de kroon van de Latijnse cultuur. Enkel het génie van de Franse taal kon de moderniteit belichamen, de ideeën van de Verlichting vertolken en beschaving bevorderen. Het Nederlands dat in Vlaanderen werd gesproken, ‘le flamand‘, gold als de pendant van het Waals.

Zo werd het narratief geconstrueerd van een superieure cultuurtaal versus een inferieure boerentaal, een patois dat de emanatie was van het wat achterlijke, rurale en katholieke noorden van het land. Het Nederlands, laat staan in zijn Vlaamse variant, werd niet geschikt was als voertaal voor hoger onderwijs, bestuur en gerecht. Dat kon enkel het Frans zijn.

Ils nout on volé la Flandre

De Franstalige bourgeoisie in België heeft zich dan ook heel lang niet kunnen vinden in het idee van een eentalig Vlaanderen. Het ultieme compromis was voor hen een tweetalig Vlaanderen, naast een eentalig Wallonië. In een vroeger stadium werd zelfs de tweetaligheid van Vlaanderen, een eis van de prille Vlaamse beweging, verworpen.

Sire, il nous ont volé la Flandre‘, schreef de Waalse socialist Jules Destrée in 1912 in zijn beroemde en beruchte open brief aan koning Albert I. Hij betreurde dat de als natuurlijk veronderstelde Franstalige dominantie in het noordelijke landsdeel was afgebrokkeld door het aanhoudende activisme van de groeiende Vlaamse beweging. Deze Vlaamse beweging was in oorsprong en in wezen een ‘wakkere’ culturele en later ook politieke stroming met als doel het Franstalige privilege in Vlaanderen te herzien en ook de taal van het gewone volk rechten te geven.

De bewuste uitspraak van Brel over de blaffende Vlamingen is enkel te begrijpen vanuit dit frame, deze mindset van vermeende cultureel-linguïstische superioriteit en de frustratie omwille van de teloorgang van deze dominantie in Vlaanderen. Nederlandstalig onderwijs in Vlaanderen? Hoe durven ze!

Het bovenstaande verklaart ook de complexe haat-liefde verhouding die veel Vlamingen met hem hadden en hebben. In 2005 kozen de kijkers van de Franstalige openbare omroep RTBF Brel tot ‘De Grootste Belg’, terwijl de kijkers van de VRT hem slechts de zevende plaats toebedeelden. Oorzaak en gevolg lijken hier logisch.

Ecolo laat een nieuwe wind waaien

De geest van Destrée lijkt uit te doven in Franstalig België. In de lezersrubrieken van La Libre Belgique of Le Soir wordt van langsom minder over Vlamingen geschreven in termen van ‘Ménapiens’ of andere minder fraaie epitheta. Het waanidee van het Nederlands als ‘pas une vraie langue‘ verliest fors aan kracht. De geesten lijken te evolueren in een positieve richting.

Onder impuls van de partij Ecolo wint het idee terrein om het Nederlands als verplicht schoolvak in te voeren voor de Waalse scholieren. Dit naar analogie van Vlaamse scholieren die verplicht het Frans als tweede taal leren en naar analogie van Brusselse scholieren die verplicht Frans dan wel Nederlands leren.

Maar goed ook, want zoals Alain Gerlache onlangs in een opiniestuk in De Morgen opmerkte, is het feit van generaties Waalse jongeren die de taal van de meerderheid van hun landgenoten nauwelijks of niet geleerd hebben, ronduit gênant. Nee, argumenten om geen Nederlands te hoeven leren, overtuigen niet. Les excuses sont faites pour s’ en servir.

Zou het niet mooi zijn als de Waalse studenten in de Nederlandse les Brels Nederlandstalige oeuvre zouden bespreken? Dan is er terug liefde, warme liefde. En juicht mijn vlakke land, mijn Vlaanderenland.

Gert Verwilt is kernlid van Vlinks.