17/10/20 om 05:05 ‘Het is hoopvol dat Alexander De Croo al bij aanvang van zijn allereerste toespraak in het parlement op de noodzaak van armoedebestrijding wees’, schrijft Johan Velghe van Vlinks op de Internationale Dag van Verzet Tegen Armoede. ‘Armoede is immers meer dan een lege portemonnee.’

In welk land je geboren wordt, maar ook in welke wijk je wieg staat, bepaalt in grote mate hoeveel je later gaat verdienen. De Volkskrant publiceerde vorige week zaterdag de resultaten van een onderzoek in Nederland. Armoede is niet per se een ver-van-mijn-bed-verhaal.

Er is voldoende voedsel in de wereld voor iedereen. In theorie is het mogelijk om iedereen dagelijks van 2.700 calorieën te voorzien, of 600 calorieën meer dan nodig om gezond te leven. En toch heeft één op negen mensen te weinig voedsel. Een Nobelprijs tegen de hongersnood is de meer dan terechte toekenning van de vredesprijs aan het Wereldvoedselprogramma van de VN.

In eigen land voelden opeenvolgende federale en Vlaamse regeringen -spijts vele beloften- zich niet erg gegrepen door artikel 23 van de grondwet: ‘Ieder heeft het recht een menswaardig leven te leiden’. De regeringen slaagden er niet in om armoede terug te dringen, ook niet in onverdachte pre-coronatijden, toen de werkloosheidscijfers gering waren en de economische groei fors toenam. Ondanks de sterke prestaties van de economie werd een recordaantal ‘werkende armen’ geteld.

Vandaag is een dag van verzet tegen armoede. Maakt de regering er 365 dagen van?

Te langzaam volgde bij beleidspartijen het inzicht dat de laagste lonen en uitkeringen niet toelaten om waardig te leven. Het mantra van een sociale zekerheid op dieet werd in het marmer van het neoliberale geloof gebeiteld. En toen kwam corona, het virus dat onterecht als de grote gelijkmaker werd aanzien. Want Covid-19 treft vooral mensen onderaan de sociale ladder. Ze wonen in dichtbevolkte stadswijken in kleine, slecht verluchte woningen, soms drie generaties onder een dak.

Nobele intentieverklaring

Het is hoopvol dat Alexander De Croo al bij aanvang van zijn allereerste toespraak in het parlement op de noodzaak van armoedebestrijding wees. Het zijn slechts woorden, maar de intenties wijzen schoorvoetend de goede richting aan. De premier steekt zijn nek uit. Wanneer de nieuwe regering niet 365 dagen per jaar armoede bestrijdt, worden hij en zijn partners hierop in 2024 afgerekend. De nieuwe federale regering belooft de uitkeringen op te trekken naar de armoedegrens. Gefocust zal worden op energie- en waterarmoede en gezondheidsschulden. De regering wil de energiefactuur betaalbaar houden. Onderzocht zal worden of een uitbreiding van de doelgroep voor het sociaal energietarief mogelijk is binnen de Europese wetgeving. Niet onbelangrijk is dat de regering psychologische hulp aan mensen in armoede toegankelijker wil maken.

Armoede is immers meer dan een platte portemonnee. De regering wil armoede op meerdere flanken aanvallen dan alleen maar met ‘jobs, jobs, jobs’. Terecht, temeer daar de pandemie haar tol eist. Volgens het recentste rapport van de Wereldbank zal eind 2020 de welvaartsklok drie jaar teruggedraaid worden. Al in 2017 stelde Jos Geysels -voorzitter Decenniumdoelen 2017- dat ‘louter groei nodig hebben om armoede te beteugelen, een mythe is gebleken’. Anne Van Lancker -voorzitter Decenniumdoelen 2020- merkt op dat in 2008 Vlaanderen nog 60 gemeenten telde waar weinig of geen kinderarmoede was. In 2019, voor covid-19 toesloeg, waren er dat nog maar 9. In 2019 was kansarmoede in 1 op 7 Vlaamse gezinnen met jonge kinderen de realiteit, in 2008 ging het om 1 op 12 gezinnen.

Armoede is een draak met veel koppen

Vandaag zaterdag 17 oktober, Werelddag van het verzet tegen armoede, wordt in veel Vlaamse steden en gemeenten de campagne ‘Armoede is een job waar je niets voor terugkrijgt’ gevoerd. Overleven is een voltijdse job. De nieuwe federale regering heeft oog voor het feit dat armoede vele nare kanten heeft. Natuurlijk is armoede een gebrek aan inkomen waardoor je niet menswaardig kan leven. Maar armoedebestrijding beperkt zich niet tot het optrekken van de uitkeringen boven de armoedegrens. Het gaat ook over de afbraak van de muur aan drempels en vooroordelen. Hier zien we grote verschillen tussen gemeenten en steden onderling. Schepen Philippe De Coene (sp.a) haalt in Kortrijk de drilboor boven, schepen Sarah Smeyers (N-VA) metselt haar Aalsterse muur nog een baksteen hoger.

De aanpak van armoede is aan herziening toe. Een collectieve schuldenregeling kan zowel een uitweg bieden als een regelrechte strop om de nek zijn wanneer begeleiding uitblijft en de opgelegde voorwaarden te stringent zijn. Nog te vaak worden advocaten schuldbemiddelaar zonder een specifieke opleiding. Een duidelijke taakomschrijving ontbreekt en dan hebben we het nog niet eens over empathie. ‘Als ik één ding kon veranderen, zou ik willen dat de bemiddelaars mensen zijn die weten wat armoede is’; zei een vrouw die acht jaar in een collectieve schuldenregeling zat in een interview in De Standaard.

Armoedebestrijding, een verhaal van emancipatie

Tot 1891 was arm zijn een misdaad, eerder nog was het een zonde. De armen betaalden hiervoor met hard werk in een tuchthuis en bij hun overlijden met dissectie van hun bloedeigen lijf, hun enige bezit. De landlopers, nu daklozen, worden weliswaar niet langer opgesloten in Wortel of Merksplas, maar ze worden wel als overlast beschouwd en beboet middels gemeentelijke verordeningen. Een schep sociale uitsluiting kan er blijkbaar nog altijd bij.

La Flandre sera sociale ou elle ne sera pas‘ -een knipoog naar Jules Destrée- sprak Paul De Belder, voorzitter vzw Aan de IJzer, naar aanleiding van de recente herdenking van honderd jaar IJzerbedevaarten. Niet het bermzwaaien noch parktingtoespraken brengen ons dichter bij het inclusieve Vlaanderen zonder sociale uitsluiting en ontmoediging door procedureregeltjes. ‘Parallel met de verdere emancipatie van Vlaanderen moet er dringend werk gemaakt worden van de emancipatie binnen Vlaanderen’.

Wie in armoede verzeilt weet als geen ander dat het manna niet uit de hemel valt. De geschiedenis leert dat vooruitgang keer op keer dient afgedwongen te worden. 17 oktober is een dag van verzet omdat anno 2020 mensen in armoede nog altijd niet gelijk behandeld worden. Volhardend verzet, vertaald in ambitieuze en concrete maatregelen, zijn nodig om de inclusieve samenleving tastbaar te maken.

Johan Velghe is woordvoerder van Vlinks.