19/09/20 om 16:20 Dierenarts Mariella Debille deed onderzoek naar het welzijn van slachtdieren. Als gastauteur van Vlinks staat ze stil bij het verschil tussen verdoofd en onverdoofd slachten.  

Recent werd een het advies verleend aan het Europees hof inzake het Vlaams decreet dat gaat over verplichte bedwelming bij het slachten in religieuze context van kleine herkauwers. Het debat lijkt daardoor opnieuw vuur te vatten. Godsdienstvrijheid, Vlaamse democratie, allerhande argumenten worden uit de kast gehaald bij deze discussie. Wat me zorgen baart is dat door de focus op deze invalshoeken, die legitiem zijn, iets cruciaals dreigt onder te sneeuwen in de perceptie van veel mensen. Je zal maar in de drijfgang van een slachthuis staan te wachten om je laatste rit te lopen naar een doodstrijd die -wat mij betreft- geen enkele voelend wezen heeft verdiend.

In de afwegingen vind ik het als wetenschapper en empathisch mens belangrijk dat burgers ook geïnformeerd worden wat dergelijk onbedwelmde slachting precies inhoud voor een slachtdier. Verdenk me van emotionaliteit, graag! Hier komt de wetenschap.

Bedwelmd en onbedwelmd, hoe zit dat nu?

Verplaats u even in de huid van dat slachtdier. Dat hoeft geen antropomorfisme te zijn. Deze dieren beschikken over gelijkaardige anatomie, neurologie en fysiologie. Ze zijn dus uitgerust om heel wat op een vergelijkbare manier te ervaren. Maar wat is een bedwelmde slachting nu precies? Krijgen al die dieren dan een spuitje? Natuurlijk niet. Het ervaren van pijn, lijden dus, vergt een bewuste toestand in het centraal zenuwstelsel. Onderbreek je het bewustzijn, dan elimineer je de pijn. Zoals inderdaad een anesthesie bij mensen, met dat verschil dat bij slachtdieren in een slachthuis andere middelen worden gebruikt. Zo kan men bij runderen een scherp metalen projectiel in de hersenen schieten om dat te bekomen. Of bij een schaap een elektrische schok toedienen waardoor het – blijvend of omkeerbaar – bewusteloos wordt. Pas daarna wordt een snede in de hals of een borststeek aangebracht en sterft het dier door het bloedverlies dat daarmee gepaard gaat.

Om dit alles goed te laten verlopen wordt het dier – in dit voorbeeld – in een soort klemkooi, de fixatie box geplaatst. Die mag alleen geopend worden wanneer het rund bewusteloos is bevonden. Daarna wordt het gehesen en dan pas wordt de halssnede of borststeek toegebracht.

Tot 5 minuten lang

Bij een onbedwelmde slachting verloopt een aantal zaken anders. De halssnede wordt nu meteen in de fixatiebox uitgevoerd. Dikwijls wordt voor runderen die onbedwelmd zullen geslacht worden gebruik gemaakt van een ‘kantelbox’ waarbij het dier op de rug komt te liggen. Dat is een proces dat extra stress en angstreacties uitlokt bij het nog steeds bewuste dier. De halshuid is sterk bezaaid met zenuwuiteinden, pijnreceptoren, die pijn doorseinen naar de hersenen. De snede loopt na het doorsnijden van de huid doorheen de spieren, de slokdarm en de luchtpijp, soms door de stembanden. Dit veroorzaakt met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid bijzonder intense pijn en lijden. Niet alleen door de snede, ook door de angst en de onmogelijkheid tot verweer in een situatie waar het dier geen mogelijkheid meer heeft om normaal te ademen. Ook het opborrelen van maaginhoud bij het doorsnijden van de slokdarm kan verstikkingsverschijnselen teweegbrengen.

Het is hier niet de bedwelming, maar de verbloeding die de bewusteloosheid moet bewerkstelligen. De snelheid waarmee die optreedt en het lijden een halt toeroept, hangt af van tal van factoren. De diersoort, het stressniveau bij het hele proces, de kwaliteit van de snede zijn er enkele van. Bij runderen kan de tijd tot bewustzijnsverlies sterk oplopen. Dat komt omdat deze diersoort een extra bloedvat heeft, dat niet aangesneden wordt, en zo langer bloed naar de hersenen blijft pompen. De doodstrijd kan zo tot meer dan 5 minuten duren.

Het hele proces bevat ernstige kritieke punten. In de praktijk is het vaststellen van bewusteloosheid soms een probleem bij het lossen van de fixatie. Daarenboven komt, bij het openen van de fixatiebox en de val van het lichaam, het dier soms terug tot bewustzijn. Bovendien mag een dier volgens de Europese verordening niet omhoog gehesen worden bij bewustzijn. Er moet dus gewacht worden tot bewusteloosheid opnieuw optreedt, wat in de praktijk soms misloopt, waardoor de dieren in bewustzijn getakeld worden.

Het tegenargument wordt soms aangereikt dat bij een acuut trauma men geen pijn voelt. De vergelijking gaat mijns inziens niet op, omdat de angst en stress van het voortraject in het slachthuis een gradueel proces is in tegenstelling tot een acuut trauma. Daarenboven is het een ander gegeven wanneer iemand een lidmaat verliest dan wanneer verstikkingsverschijnselen zich voordoen door het doorsnijden van de luchtpijp.

Gedetailleerde adviezen

Het stevige wetenschappelijk dossier van deze summier opgesomde gegevens kan men terugvinden in de gedetailleerde adviezen van onze raden voor dierenwelzijn. Dit zijn in ons land officieel erkende en verplicht geïnstalleerde adviesorganen die onze ministers voor dierenwelzijn adviseren. Zo hebben zowel de Brusselse, de Vlaamse, als de Waalse Raad voor Dierenwelzijn in respectievelijk 2017, 2016 en 2010 adviezen neergelegd waarvan de conclusies niets aan de verbeelding overlaten.

Men stelt dat slachten zonder bedwelming onaanvaardbaar is en te vermijden leed veroorzaakt voor het dier. Het advies van de Raden aan de respectievelijke ministers en de toenmalige staatsecretaris luidt dan ook om voorafgaande bedwelming verplicht te maken. Bijzonder in het licht van het advies dat nu werd afgeleverd aan het Europees hof is dat andere Europees erkende wetenschappelijke adviesorganen daar haaks op staan. Zo neemt het EFSA (European Food Safety Authority) de Europese wetenschappelijke instellingen die door de EU in het leven werd geroepen, solide standpunten in die het onbedwelmd slachten afraden. Maar ook de Federation of Veterinarians of Europe roept op een einde te maken aan het veelvuldig onbedwelmd slachten.

Vlaams Minister voor Dierenwelzijn Ben Weyts legde voldoende politieke moed aan de dag om met het advies aan de slag te gaan. Meer nog, Vlaanderen nam zelfs binnen Europa het voortouw. Het ‘level playing field‘ overstijgen om aan ‘goldplating‘ te doen, een vakterm die verwijst naar strenger zijn dan een Europese verordening, vergt daadkracht. Destijds werd Piet Vanthemsche als bemiddelaar aangesteld om met betrokken partijen mogelijkheden af te toetsen wat resulteerde in een gedragen decreet. Een man die men bezwaarlijk kan verdenken om met religie een loopje te nemen verdedigde toen in de studio van Terzake een zeer moedig, eervol en ethisch standpunt.

Wat met de reguliere slacht?

De eerlijkheid gebiedt me ook bij de reguliere slacht -niet op zijn minst bij grote exportslachthuizen- ernstige bezorgdheden te uiten. Dit verdient de nodige ruimte en aandacht, alsook het aanreiken van oplossingen. En ook daar wil ik het opnieuw vragen: minimaliseer het leed niet. Cognitieve dissonantie, weet u wel. “The question is not, can they reason? nor, can they talk? but, can they suffer?”, schreef de Britse filosoof Jeremy Bentham al in de 18de eeuw.

Mariella Debille is dierenarts en gastschrijver voor VlinksZe schrijft deze bijdrage op persoonlijke titel.Ze is Gewezen Odisee onderzoeker naar mobiele slachtmogelijkheden en welzijn van slachtdieren, Vice-voorzitter van de Brusselse Raad voor dierenwelzijn, Afgevaardigde voor de Vlaamse Raad voor Dierenwelzijn in de Vlaamse Dierproevencommissie en Gewezen adjunct secretaris WAC (Wetenschappelijk Advies Commissie Onbedwelmd slachten) Nederland Den Haag.