Ludo Abicht stelt vast dat de Vlaamse beweging uitgerekend nu een uitdaging krijgt voorgeschoteld om zich van haar sociale kant te tonen. Bij de twee vorige uitdagingen heeft ze de boot gemist: ‘bij de integratie van wat toen nog “vreemdelingen” werden genoemd en op ecologisch vlak, al was milieu eerst Volksunie-materie.’ De coronacrisis biedt mogelijkheden, denkt hij, om progressieve en Vlaamse krachten rond te verzamelen: ‘privacy staat onder druk, globalisering wordt in vraag gesteld, ongelijkheid neemt toe, zorgverstrekkers dienen beter ondersteund.’

 

Hij hoopt alsnog dat de coronacrisis mensen bij elkaar kan brengen. ‘Zoals in de States, in een caucus: politici uit diverse partijen.’ Hij noemt zichzelf geen dromer, en wil hier werk van maken, zoals hij eerder al progressieven en flaminganten samenbracht in de Voorwaartsgroep en de Gravensteengroep. ‘Met die laatste konden we toch meer dan 10 000 handtekeningen verzamelen. Dat moet met een nieuw initiatief ook kunnen,’ hoopt Abicht. Hij rekent alvast op Conner Rousseau, Björn Rzoska, Bart Staes. Bij de N-VA ‘zie ik niet meteen wie, bij de verkozenen’. En er moeten zeker ‘”nieuwe Vlamingen” bij’.

 

Veelkleurig

 

Bij dat laatste sluit Gert Verwilt aan. Hij gelooft rotsvast in ecologisch, sociaal én regionalistisch initiatief, al beseft hij dat het maar een niche is. Daar moeten zeker ook ‘nieuwe Vlamingen’ bij betrokken worden. ‘Nederlands is cement van de samenleving, van de integratie. Ik begrijp dan ook niet dat een nationalistische partij als de N-VA inburgerings- en taalcursussen betalend maakt.’ De inclusieve samenleving is ‘een veelkleurige samenleving’. Een sociaal-flamingantisch initiatief moet dat ook zijn. Verwilt is taalcoach voor nieuwkomers in de VDAB, en ziet ook iets in de piste van Jan Callebaut. ‘Die studie bevestigt de these van Vlinks dat er nood is aan een partij zoals in Schotland, Catalonië of Baskenland. Sociaal en federaal, zoals de Volksunie vroeger.’

verder lezen kan via Doorbraak