‘In hoeverre zijn wij bereid zijn onze welvaart en ons welzijn te delen om medeburgers die minder kansen genoten hebben een volwaardige gelijkheid te bezorgen’, vraagt Ludo Abicht van Vlinks.

In het derde deel van de Napels-roman van Elena Ferrante uit 2013 staat een revelerende zin waarmee de auteur heel precies de houding van haar academische en progressieve echtgenoot typeert. Wanneer een vriend zich afvraagt waarom hij zijn vrouw niet meer concreet steunt in hààr literaire carrière antwoordt de man doodleuk: ‘Elena kan haar intelligentie ontwikkelen wanneer en zoals ze dat wil; het komt erop aan dat ze niets van mijn tijd in beslag neemt.’ Die kostbare ‘tijd’ wordt ingevuld door het inkopen, koken, afwassen, poetsen, voor de twee kleine kinderen zorgen enzovoort. Zolang zij daar voor instaat kan ze de volle vrijheid en gelijkheid genieten waarvan hij als linkse humanist een uitgesproken en overtuigd voorstander is.

Het is verbazend hoe ook vandaag nog de standenmaatschappij mee ons gedrag blijft beïnvloeden.

In deze meeslepende roman over de klassenverhoudingen in Napels tussen de periode na de oorlog en vandaag gaat het niet eens om hypocrisie: de man meent het oprecht. In het andere geval zou het makkelijk zijn hem van schijnheiligheid of manipulatie te beschuldigen, maar nee, net als de voortreffelijke en fijngevoelige echtgenoot van Nora in het drama van Ibsen is Pietro zich van geen kwaad bewust. Hij zou zelfs verontwaardigd protesteren, indien men hem zou wijzen op het traditionele klassenstandpunt dat hij onbewust inneemt: terwijl hijzelf uit de gegoede en al generaties lang gediplomeerde bourgeoisie stamt, komt zijn vrouw, de dochter van een bescheiden portier, uit een volksbuurt en heeft ze keihard moeten knokken om haar diploma’s te behalen. Het resultaat: vrouwen, zelfs vrouwen uit lagere standen, kunnen en moeten alle rechten genieten, zolang er niet aan onze natuurlijke genderprivilegies geraakt wordt.

De Israëlische schrijver en activist Michaël Warshawski, de zoon van de opperrabbijn van Straatsburg, is zich wél bewust van het dilemma waarmee de vooruitstrevende linkse zionisten reeds vanaf het begin geconfronteerd worden: natuurlijk willen zij als oprechte democraten dezelfde rechten aan de Palestijnen gunnen die de Joodse Israëli’s genieten. Ze zijn immer niet bevooroordeeld of racistisch. Het probleem bestaat er volgens Warshawki in dat de Palestijnen deze rechten niet kùnnen verkrijgen, indien hun Joodse medeburgers niet bereid zijn een deel van hun macht en de daarmee verbonden privilegies af te staan. Ze willen de Palestijnen alles gunnen, zolang zij daar geen politieke, sociale en/of economische prijs voor moeten betalen. Deze linkse zionisten weten verdomd goed dat het niet om de veiligheid van de Joodse Israëli’s en in geen geval om het ‘voortbestaan van de staat Israël’ gaat, daarvoor zijn ze te intelligent, maar ze zijn, alweer, niet bereid om hun comfortabele positie in de Israëlische maatschappij op te geven of zelfs in vraag te stellen. Daarom beperken ze zich al decennialang tot symbolische verklaringen en vrijblijvende protesten die de status quo niet in het minst raken.

Van de bijna anderhalf miljard inwoners van de Chinese Volksrepubliek kent slechts een handvol de naam van de dissidente intellectueel Liu Xiaobo die op 15 juli 2017 na negen jaar opsluiting vanwege zijn politieke opinies in de gevangenis gestorven is. Nog minder mensen weten dat zijn Charta 2008, de belangrijkste misdaad die hij begaan had, niets meer claimde dan de erkenning van de mensenrechten en de vrijheid van meningsuiting, humanistische programmapunten waar elk van de hierover zedig zwijgende westerse (en oosterse) staatshoofden zich in andere gevallen regelmatig op beroept, denk maar aan de tremolo’s hierover tijdens de 75-jarige herdenking van de landing in Normandië in juni 1944. Het aantal oudere Chinese staatsburgers dat zich de bloedige onderdrukking van de betogingen op het Tienanmenplein in Beijing in 1989 herinnert ligt uiteraard veel hoger, maar daar kan noch mag ook maar iets over gezegd worden.

Kenners van het moderne China wijzen erop dat de meerderheid van de bevolking blijkbaar eieren voor haar geld gekozen heeft en met volle teugen van de voordelen van de vrije markt geniet, zolang ze zich niet, zoals Liu Xiaobo, over het gebrek aan vrijheid van meningsuiting, informatie, onderzoek en pers beklaagt. Ook dat is een keuze.

We geven graag en veel, zolang we maar onze status behouden.

De écht pijnlijke vraag aan onszelf is natuurlijk in hoever wij, die ongetwijfeld dezelfde hoogstaande principes huldigen, bereid zijn onze welvaart en ons welzijn te delen om medeburgers die minder kansen genoten hebben een volwaardige gelijkheid te bezorgen. De jaarlijkse golven van solidariteit tijdens campagnes als Music for Life, Kom op tegen Kanker enzovoort zijn uiteraard prachtig en (ons) hart verwarmend, maar ze blijven staan op het niveau van de liefdadigheid. Dat wil zeggen: we geven wel en graag en veel, zolang we maar onze status behouden, en die status wordt voor een groot deel bepaald door het neoliberale bestel dat ons leven regeert en de overbetaalde minderheid die in naam van dit systeem de plak zwaait.

Het is verbazend hoe ook vandaag nog de standenmaatschappij en al dan niet kunstmatig gecreëerde belangen ons gedrag blijven beïnvloeden. Voor alle politieke duidelijkheid: het gaat hier zowel om de reële noden en verwachtingen van migranten en asielzoekers als om de even legitieme frustraties van veel, onaanvaardbaar veel kiezers van het Vlaams Belang.

Ludo Abicht is kernlid van Vlinks