‘Het complexe debat over gesloten, gecontroleerde of open grenzen en de opvang van vluchtelingen, asielzoekers of migranten, mag ons niet uit het oog doen verliezen dat het hier altijd om mensen gaat’, schrijft Gert Verwilt van Vlinks.

Return to sender. Deze drie gevleugelde woorden tweette N-VA jongerenvoorzitter Tomas Roggeman, nadat de Italiaanse premier Salvini bekendmaakte dat Italië weigerde om het schip Aquarius, met 600 migranten aan boord, toe te laten. Om de tweet een wat luchtige ondertoon te geven, voegde hij links en rechts wat muzieknootjes, daarmee refererend naar de gelijknamige grote hit uit 1962 van Elvis Presley. Gelukkig voor Roggeman kunnen de rechthebbenden van de nalatenschap van de King niet elke tweet in de gaten houden, want met het onrechtmatig gebruiken van een sterke merknaam wordt doorgaans niet gelachen. Vraag maar aan Greenpeace België en hun Maja De Bij-debacle.


Complex debat over open of gesloten grenzen, mag ons niet doen vergeten dat het altijd om mensen gaat.

Return to sender, dus, of terug naar afzender in het Nederlands. Het lijkt een term uit de expeditie. Koopwaar dat wordt geweigerd en teruggestuurd. Ontmenselijkend taalgebruik, zou je toch wel kunnen stellen. Het lijkt wel een constante te zijn doorheen de semantiek en retoriek binnen het migratievraagstuk. Omdat enkel in termen van problemen en oplossingen wordt geredeneerd, vergeet men te vaak dat het om mensen gaat en niet om abstracte factoren uit een wiskundige vergelijking. Le visage de l’autre, het aankijken van de mens, waardoor hij in ons ethisch gezichtsveld komt, ontbreekt. Tomas Roggeman is daar zeker geen pionier in.

In 1987 al pakte de toenmalige Franstalige Minister van Binnenlandse Zaken Joseph Michel in een interview met het magazine ‘Exclusief’ uit met de weinig flatterende term ‘barbaren’ om het over migranten te hebben. ‘Marokkanen, Turken, Joegoslaven, Noord-Afrikanen, je kan ze niet anders dan als barbaren bestempelen’, poneerde de christen-democraat.

Meeuwen

‘Asielzoekers die hier als meeuwen op een stort komen zitten, omdat dat gemakkelijker is dan thuis te vissen of grond te verbouwen, dienen systematisch te worden uitgewezen.’ Dat was dan weer de niet bepaald fraaie bewoording van niemand minder dan minister van staat Louis Tobback, de éminence grise van de Vlaamse sociaal-democratie. In dit citaat uit een interview met het weekblad Humo uit 1995 worden mensen al vergeleken met rondscharrelende dieren die te lui zijn om zelf iets te doen en dan maar op de kap van anderen leven, daarbij ook nog eens voor flink wat overlast zorgend.

Overlast, daar had ook die andere bekende socialist het over. Daniël Termont, de volkse burgervader van alle Gentenaren, wond er in 2010 immers geen doekjes rond toen hij de Gentenaars aanraadde om de Roma niet te helpen. ‘Bied de Roma geen onderdak, geen dekens, geen soep’, raadde hij aan. ‘Want hoe meer je ze helpt, hoe meer er naar Gent komen. En onze stad zit nu al overvol.’ Het befaamde aanzuigeffect, dus.

Errare humanum est, wisten ze een paar duizend jaar geleden al. Ook intelligente mensen kunnen minder intelligente tot ronduit domme dingen zeggen. De uitspraak van Termont mag dan al iets minder aangebrand zijn dan die van de anderen, het toont wel aan dat het niet altijd een bepaalde, ranzige rechterzijde hoeft te zijn die het bruin bakt in het asiel- en migratiedebat.

Deze uitschuiver van Roggeman is symptomatisch voor een verdraaide perceptie over migranten. Vooral in de sociale media leeft dit. Doordat men de neiging heeft zich te omringen met mensen die over de dingen min of meer hetzelfde denken, ontstaat de zogenaamde bubbel der gelijkgezinden: een illusoire wereld waarin iedereen hetzelfde denkt en waarin corrigerende, temperende feedback ontbreekt. Integendeel, zelfs: er kan altijd nog een twitterschepje bij, op zoek naar meer likes en shares van gelijkgestemden.

Zwartwit

Het migratiedebat ontsnapt daar zeker niet aan, maar raakt helemaal verhit, in alle richtingen, en de nuance is stilaan helemaal zoek. Daarbij wordt al te vaak uitgegaan van een valse tegenstelling tussen ‘gesloten grenzen’ versus ‘open grenzen’. Voor de voor- of tegenstanders van deze of gene optie is het eenvoudig: je bent ofwel voor open of voor gesloten grenzen. En degene die er anders over denkt is ofwel een gutmensch of een fascist. Gesloten geesten houden niet zo van grijstinten.

Nochtans bestaat er voor open grenzen geen politiek draagvlak met enige betekenis, tenzij bij enkele klein-linkse actiegroepen die links staan van de PVDA. Wel kristalliseert zich over de partijgrenzen heen een consensus over een menswaardige opvang in een nabij gelegen land, waar ook de asielprocedure zou behandeld worden. Dit maait het gras voor de voeten van gewetenloze mensensmokkelaars weg. Mensen moeten hun leven dan ook niet meer riskeren tijdens helse boottochten. Op die wijze zouden wanhopige mensen ook geen fortuinen moeten geven aan mensensmokkelaars, met op de koop toe de kans dat alles vergeefse moeite zou blijken bij niet toekenning van verblijfsrecht. Want dan resten twee opties: gedwongen uitwijzing, wat een persoonlijk drama bovenop het bestaande leed inhoudt, of een rechtenloos bestaan in de illegaliteit.

De discussie zou dus niet moeten gaan over grenzen, maar over mensen. Over hoe we mensen die er blijkbaar zelfs hun leven voor over hebben om uit hun miserie te geraken, het beste kunnen helpen. Over hoe we vluchtelingen de meest menswaardige opvang kunnen bieden, geheel in lijn met onze fameuze normen en waarden waar we anders zo sterk aan gehecht zijn. Over wat we kunnen doen om de perfide mensensmokkel uit te roeien. Over hoe we de oorzaken van de vluchtelingenstromen kunnen aanpakken.

Kortom, het complexe debat over gesloten, gecontroleerde of open grenzen en de opvang van vluchtelingen, asielzoekers of migranten, mag ons niet uit het oog doen verliezen dat het hier altijd om mensen gaat. Dit besef moet ons nopen tot omzichtig taalgebruik. Ja, er zijn wel degelijk grenzen.

Gert Verwilt is kernlid van Vlinks