‘We mogen de open dialoog, een centrale en noodzakelijke component van een democratie, nooit verwarren met een onderhandeling’, schrijft Ludo Abicht van Vlinks nu het stof wat gaan liggen is rond de CD&V-lijstvorming in Antwerpen.

Wie a zegt moet b zeggen, en c en d, dat wil zeggen alle ongeveer 200 letters van het alfabet. In onze grootsteden wonen vandaag respectievelijk meer dan 200 (New York), 180 (Amsterdam) en 176 (Antwerpen) verschillende culturen (religies, etnische groepen, nationaliteiten) bij en naast elkaar en hoe zorgen we ervoor dat die allemaal (alfa tot omega) aan hun trekken komen?

We kunnen natuurlijk, in onvervalste United Colors of Benetton-stijl, vertegenwoordigers van al deze groepen op één groot podium zetten en onszelf dan op de tonen van Beethovens Ode an die Freude uitbundig toejuichen. Dat is hartverwarmend en hoopgevend, maar daarmee zijn de echte vragen niet opgelost. Het voor alle partijen pijnlijke en gênante debacle met de poging tot lijstvorming in Antwerpen heeft dat overduidelijk gemaakt, maar we mogen het daar niet bij laten.

Is er in een hedendaagse democratie plaats voor groepen met extreme opvattingen en gewoonten?

Is er in een hedendaagse democratie plaats voor mensen en groepen met extreme opvattingen en gewoonten? Natuurlijk. Mogen bijvoorbeeld ultra-orthodoxe Joden, salafisten, maoïsten en blanke, pardon witte supremacisten denken wat ze willen? Vanzelfsprekend. Hebben zij recht op de volledige voordelen van de sociale zekerheid en de bescherming van hun persoonlijke integriteit? Zolang we een democratie zijn is een dergelijke vraag overbodig en bijna beledigend. Mogen ze, om de criteria van een verlicht filosoof als Baruch Spinoza door te trekken, ook zeggen wat ze denken? Hier moet het antwoord enigszins gerelativeerd worden: ja natuurlijk, op voorwaarde dat ze niet rechtstreeks tot geweld tegen anderen oproepen. Moet ‘verbaal geweld’ (beledigingen, spot, laster) dan toegelaten worden? Ja, zolang de volwassen slachtoffers daarvan zich voluit in de media of via het gerecht kunnen weren. Wie dit aanvecht (‘geen verdraagzaamheid voor mensen met onverdraagzame ideeën!’) komt terecht in de gevaarlijke jungle van intentieprocessen en censuur die we helaas in alle dictaturen aantreffen.

Betekent deze brede tolerantie ook dat ik of mijn organisatie een forum moet aanbieden aan mensen die het manifest niet eens (kunnen) zijn met onze basisprincipes?

Anders gezegd: hebben ik of mijn organisatie het recht deze mensen met alle respect voor hun persoon of achterban een positie als vertegenwoordiger van mijn groep te weigeren? Uiteraard.

Integriteit aantasten

In een samenleving met, zoals gezegd, bijna 200 verschillende culturen zullen er onvermijdelijk vaak twee onvervreemdbare rechten tegenover elkaar staan: het recht van iedere burger en groep op vrije meningsuiting en ongestoorde beleving van haar specifieke traditie en cultus, én het recht van alle anderen om datzelfde te doen. Dit recht sluit de plicht tot dialoog niet uit, juist integendeel. Maar we mogen de open dialoog, een centrale en noodzakelijke component van een democratie, nooit verwarren met onderhandelingen, laat staan politieke overwegingen. En zeker niet met opportunistische compromissen en creatieve schijnoplossingen die de integriteit van ook maar één van de betrokkenen zal aantasten.

Dat in het geval van de Antwerpse lijstvorming bij CD&V beide partijen uiteindelijk hun integriteit bewaard hebben siert hen en stelt in feite gerust, hoe pijnlijk en vermijdbaar dit incident per slot van rekening ook was. Een lid van een diep religieuze gemeenschap – denk maar aan de Getuigen van Jehova en de bloedtransfusies – kan zijn diepste overtuigingen niet verloochenen voor een bord linzensoep, en een vertegenwoordiger van een partij die het (christelijk) humanisme in haar vaandel voert kan geen enkel centraal element van dit gedachtegoed om bijvoorbeeld electorale redenen opzij schuiven.

Moeten we in de toekomst blijven ijveren voor meer en objectieve informatie over bijvoorbeeld de denk- en leefwereld van onze chassidische medeburgers en vice versa?

Om deze retorische vraag met een uit het Jiddisj ontleende Nederlandse uitdrukking te beamen: nogal wiedes!

(Waarbij “beamen” trouwens uit het Hebreeuws komt. Zo zie je maar.)

Ludo Abicht is kernlid van Vlinks