Het is honderd jaar geleden dat de Oktoberrevolutie op 7 en 8 november 1917 plaatsvond. Een historische gebeurtenis die de wereld nog altijd om op zijn minst drie redenen beroert, schrijft Ludo Abicht van Vlinks.

Mensenrechten

Om te beginnen kan niemand ontkennen dat de eisen van de opstandige Russische soldaten, fabrieksarbeiders en boeren zonder meer in de lijn lagen van de grote democratische revoluties in het Westen, van de Verenigde Staten met hun “Onafhankelijkheidsverklaring” en Frankrijk met de “Verklaring van de rechten van de mens en de burger” tot vrijwel alle andere West-Europese staten.

De muiters, betogers en hun leiders eisten vrije algemene verkiezingen, het einde van de steeds wreder en zinlozer wordende wereldoorlog, minimumlonen “waarmee een gezin voldoende brood kon kopen”, een wetgevende vergadering en de afschaffing van alle vrouwonvriendelijke, wij zouden zeggen “seksistische” misbruiken waaronder de arbeidsters in de industriesteden te lijden hadden.

Kortom, het ging om mensenrechten die rechtstreeks de erfenis van de Verlichting voortzetten en die in veel westerse landen al gedeeltelijk verworven waren. Intussen weten we dat deze fundamentele rechten ook in het kapitalistische Westen nog steeds niet ten volle gerealizeerd zijn, maar ook niet in de sovjetregimes die nadrukkelijk een “vrijheid, gelijkheid en broederlijkheid” beloofden die deze van het Westen niet alleen zou evenaren, maar definitief voorbijsteken.

Autoritair denken

Dat brengt ons tot het tweede punt: men kan erover discussiëren of de vaak draconische maatregelen die zowel Lenin als Trotski na de geslaagde machtovername door de Sovjets genomen hebben echt stuk voor stuk door de invallen van de westerse landen te verklaren en eventueel te legitimeren waren (bijvoorbeeld de afslachting van de tsaar en zijn gezin of de gewelddadige repressie van de opstandige soldaten en matrozen in Kronstadt). Men kan echter niet in goed geweten beweren dat deze leiders democraten waren.

Reeds jaren vóór de Oktoberrevolutie had Lenin geschreven dat de effectieve leiding van de revolutie niet door de arbeiders zelf, maar door de professionele revolutionairen, de kaders van “de partij van het nieuwe type” , zou moeten verzekerd worden. Dit autoritaire denken zat dus al bevat in het DNA van de bolsjevistische revolutie, waarvan later Stalin, Mao, Pol Pot en al die andere leiders de extreme uitwassen geworden zijn. Men kan de noodzaak van een streng gedisciplineerd “oorlogscommunisme” (de zogenaamde “dictatuur van het proletariaat” dat wil zeggen van het politiek bureau van de partij) wellicht in crisistijden begrijpen, maar toch geen zeventig jaar of meer dan twee generaties lang. De implosie van de Sovjet-Unie en de spectaculaire sociaal-economische metamorfose van de Chinese Volksrepubliek werden onvermijdelijk van zodra het systeem economisch en ideologisch leeggebloed was.

Het alternatief

Ten derde, en dat is voor ons de belangrijkste les, mag deze smadelijke ondergang van het marxisme-leninisme geen excuus vormen om niet terug te grijpen naar de legitieme eisen van die betogende arbeiders, boeren en soldaten uit 1917, vooral nu we uit bittere ervaring weten dat noch het dominante neoliberale geglobalizeerde bestel noch het ondemocratische, vaak totalitaire sovjetcommunisme in staat gebleken zijn een samenleving van gelijkwaardige en vrije burgers te garanderen. Deze opdracht is des te dringender, omdat we weten dat het alternatief, dat er nog altijd is, steeds moeilijker in te beelden en zeker te realiseren is.

Dat alternatief is geen kapitalisme met een menselijk gelaat, zoals de sociaalliberalen (paarsen) dat verdedigen. Het is evenmin een terugkeer naar de vroegere natiestaten waar de neonationalisten van dromen. Omdat de vermarkting van de hele planeet, samen met de ecologische crisis, van dag tot dag zijn greep versterkt hebben we inderdaad geen minuut te verliezen. Reden te meer om deze keer collectief, democratisch, transparant en bedachtzaam nieuwe perspectieven uit te vinden en te verwezenlijken, niet langer ideologisch of idealistisch, maar realistisch en dus materialistisch. Elke stap in de richting van wat Slavoj ´i¸ek “een christendom zonder god” en “een communisme zonder leiders” noemt kan daartoe bijdragen. Een andere en betere wereld is alleen mogelijk wanneer we er nu aan beginnen te werken.

Ludo Abicht is kernlid van Vlinks