tehuur

In vergelijking met onze buurlanden blijft het aanbod van sociale woningen in Vlaanderen bijzonder klein. Evelien Beeldens van Vlinks formuleert drie aandachtspunten voor het Vlaamse beleid.

De wachtlijst voor sociale huurwoningen is de afgelopen tijd langer dan ooit geworden. In Vlaanderen wachten 105.370 mensen op een sociale woning (rapport Vlaamse Maatschappij voor Sociaal Wonen, 2015). Dat is een stijging met 13 procent in vergelijking met 2013 en met 30 procent ten opzichte van 2011. In sommige gemeenten moet je maar liefst tot 12 jaar wachten op een sociale woning.

Vlaanderen is wel al geruime tijd aan een inhaalbeweging bezig. Sinds de jaren 1970 is er een recordaantal sociale woningen bijgekomen. De regering-Bourgeois pakte in 2014 uit met een ambitieus plan dat belooft om tegen 2025 op zijn minst 50.000 extra sociale woningen te bouwen. Het jaar 2016 was alvast een recordjaar voor Vlaanderen, met een investeringsbudget van 866 miljoen euro in nieuwbouw of renovatie van sociale woningen. Volgens de Vereniging van Vlaamse Huisvestingsmaatschappijen zal hierdoor de wachtlijst niet meteen verdwijnen, maar spreekt ze wel de hoop uit dat deze ingreep de wachttijd op een sociale woning gevoelig zal verminderen.

Sociale Mix
In vergelijking met onze buurlanden blijft het aanbod van sociale woningen in Vlaanderen bijzonder klein. Momenteel is 6 procent van onze woningmarkt een sociale woning. In Nederland, bijvoorbeeld, ligt dat percentage op 30 procent. Daarnaast zorgen lagere uitkeringen, hoge huurprijzen op de privéhuurmarkt en veel nieuwkomers met weinig vooruitzichten ervoor dat de wachtlijsten voor sociaal wonen op korte termijn enkel zullen stijgen, ondanks het nieuwe beleid en de gedane investeringen in sociale huisvesting. Naast sociale woningen bijbouwen, wat wel degelijk gebeurt, lijkt alternatieven betaalbaar maken de enige optie om dit probleem aan te pakken.

Jazeker, er bestaan gemeentelijke en Vlaamse huursubsidies. Maar ook deze zijn, net als sociale woningen, enkel toegankelijk voor mensen met een laag inkomen. Dit systeem uitbreiden en toegankelijk maken voor de gemiddelde Vlaming, zou al een stap in de goede richting zijn.

Opdat werkenden minder snel boven de inkomensgrenzen voor een sociale huurwoning vallen, zouden ook andere bepalingen van de inkomensgrenzen, die rekening houden met het netto inkomen en niet met het belastbaar inkomen, een stuk rechtvaardiger zijn. Dat kan ervoor zorgen dat ze minder snel op de privémarkt moeten gaan huren en dat de noodzakelijke sociale mix in sociale woningwijken behouden blijft.

Kleine privéverhuurders zijn zeer bang voor wanbetalers en beschadiging aan hun eigendom. Met stip de meest genoemde redenen voor de hoge huurprijzen die ze hanteren en het maximaal selecteren van kandidaat-huurders.

Ook voor hen zijn er extra maatregelen gewenst. Door meer overleg, gestuurd vanuit de overheid, en een financiële buffer bij eventuele problemen zouden kleine verhuurders vermoedelijk meer risico durven nemen om aan een breder publiek te verhuren en bereidwilliger zijn om betaalbare huurprijzen te hanteren.

Een eigen woning is nog steeds het beste middel tegen armoede. Waarom niet een stuk van de woonbonus, sinds 2014 een Vlaamse bevoegdheid, investeren in de bouw van meer sociale koopwoningen?

Aandachtspunten voor Vlaams beleid
De vorige minister van Wonen, Freya Van den Bossche (SP.A), zorgde met haar doelgroepenbeleid dat de gemiddelde Vlaming, die tot geen enkele doelgroep behoorde, steeds langer moest wachten en uiteindelijk niet meer aan bod zou komen voor een sociale woning. Hoewel de huidige minister van Wonen, Liesbeth Homans (N-VA), heel andere taal spreekt, zal ze met haar nieuwe maatregelen toch hetzelfde resultaat bereiken.

Er is dus geen gemakkelijke of directe oplossing voor het groeiende aantal Vlamingen dat een betaalbare huurwoning zoekt. De oorzaken zijn complex, en dus zal de oplossing op verschillende domeinen moeten worden gezocht, waarvan verschillende op EU-niveau.

Ik zie drie aandachtspunten voor het Vlaams beleid:
1. Armoede is een groot, zo niet het grootste, obstakel bij de zoektocht naar een woonst. Objectief onderzoek naar armoede is dus uiterst noodzakelijk om correcte oplossingen te vinden: een onderzoek dat rekening houdt met het netto besteedbaar inkomen van mensen en tegelijk de andere sociale voordelen of vrijstellingen mee verrekent. Een groot gezin met leefloon heeft, na verrekenen van voordelen en vrijstellingen niet noodzakelijk minder besteedbaar inkomen dan een alleenstaande die aan minimumloon werkt. Toch zal aan de hand van huidig onderzoek enkel het gezin dat leefloon ontvangt, in de statistieken opgenomen worden. Dit zorgt voor een vertekend beeld van de werkelijkheid waardoor de zoektocht naar een oplossing van in het begin fout loopt. Dus, objectief onderzoek naar armoede om dit zo goed mogelijk te bestrijden op alle mogelijke manieren. Homans heeft daarvoor als minister van wonen, armoedebeleid en gelijke kansen alvast de tools in handen.

2. Een ander aandachtspunt is de instroom van laaggeschoolde of analfabete nieuwkomers. Hun integratiemogelijkheden zijn beperkt, waardoor ze voor langere tijd van de sociale voorzieningen afhangen, ook voor hun woongelegenheid. Bij deze instroom moeten de mogelijkheden en de draagkracht van Vlaanderen steeds in het achterhoofd gehouden worden.

3. En, ten slotte moet er eindelijk aandacht besteed worden aan de immer vergeten groep die steeds als eerste de gevolgen draagt van directe en indirecte belastingverhogingen én het vaakst wordt uitgesloten bij nieuwe sociale maatregelen of ondersteuning: de krimpende Vlaamse middenklasse.

Evelien Beeldens