Johan Velghe van Vlinks over de manier waarop deze regering de financiering van de sociale zekerheid aanpakt.

Tussen jubelen en balen situeren zich de reacties op de vorige week door de Kamer goedgekeurde hervorming van de financiering van de sociale zekerheid.

Jubelend N-VA Kamerlid Jan Spooren heeft het daarbij niet over een verdere overheveling van delen van de sociale zekerheid – zoals het geval is met de kinderbijslag en het ouderenwelzijn bij de uitvoering van de zesde staatshervorming – naar gewesten en gemeenschappen. Hij laat in de wekelijkse partijnieuwsbrief noteren: ‘Ondanks de tegenwerking van de oppositie en de paniekzaaierij van de sociale partners heeft de regering voet bij stuk gehouden. Daarin is het politieke gewicht van de N-VA duidelijk voelbaar. Zo komt er een einde aan de traditie van sociale akkoorden waarvan de kostprijs wordt doorgeschoven naar de belastingbetaler.’


‘Regering beschikt nu over koevoet om bij elke besparingsronde de sociale zekerheid te viseren’

Balen doen Meryame Kitir en Monica De Coninck (SP.A): ‘De gevolgen van de nieuwe financieringswet zijn niet min en betekenen een historische breuk met het verleden. N-VA heeft haar slag thuisgehaald, wat de weg plaveit naar een Angelsaksisch model van sociale bescherming. Een model dat enkel geldt voor wie het zich kan permitteren.’

Voor Vlinks impliceert solidariteit een eigen, sterke sociale zekerheid die zorgt voor een rechtvaardige herverdeling. Die solidariteit houdt een rechtvaardig belastingstelsel in waarbij iedereen volgens draagkracht bijdraagt.

Die herverdeling blijft allerbelangrijkst, zo niet verdubbelt het armoederisico dat vandaag in België -aangewezen als een van de rijkste regio’s ter wereld- 15 procent bedraagt.

Onze sociale zekerheid, zeg maar sociale bescherming, vertegenwoordigt zowat 30 procent van het bruto binnenlands product; onze ‘rijkdom’ van ruim 400 miljard euro. Daarmee zijn we niet eens koploper, we situeren ons in de buik van het Europese peloton. Nederland haalt 34 procent, Denemarken zelfs bijna 37 procent.

Wie de sociale zekerheid enkel ziet als een financiële monoliet waarvan te happen valt bij elke nijpende begrotingscontrole heeft het oog verloren voor de persoonsgebonden dimensie. De sociale zekerheid louter als een budgettaire aangelegenheid afdoen, neemt ‘zekerheid’ weg bij het implementeren van objectieve sociale noden. Die zullen allerminst afnemen, gelet op de demografische evolutie (onder meer vergrijzing en migratie-effecten).

Ons sociaalzekerheidsstelsel moet bestendig evolueren. De regering dient hierbij een evenwicht te vinden tussen billijke fiscaliteit, herverdelende solidariteit en uiteraard betaalbaarheid.

Sinds de beslissing van vorige week is de ‘evenwichtsdotatie’ uit het financieringspakket van de sociale zekerheid gehaald. Opgejaagd door de EU primeert voortaan de begroting op de zekerheid. Soms lijkt het alsof deze regering bezeten is van het idee dat mensen profiteurs zijn.

Blijven de fiscale ontvangsten onder de (te hoge) verwachtingen -uitgedrukt in begrotingscijfers- steken, dan volgt er een rondje besparen in de sociale zekerheid. De regering beschikt voortaan over een koevoet om bij elke besparingsronde meteen de sociale zekerheid te viseren. Een deel van de financiering van de sociale zekerheid is vanaf heden gekoppeld aan onzekere belastingopbrengsten. De ‘evenwichtsdotatie’ is labiel geworden.

Dat het budget van de sociale zekerheid in evenwicht moet zijn is een degelijk principe. Vier financiële bronnen zorgden daar tot vorige week voor: sociale bijdragen op eenieders loon, de overheidsdotatie van zowat 1/5 van het budget, de bijkomende bron van de alternatieve financiering: btw-inkomsten, accijnzen op tabak, én de evenwichtsdotatie om de wisselvalligheid van de uitgaven in de sociale zekerheid op te vangen.

Cynisch verhaal

De door de meerderheid goedgekeurde hervorming van de financiering van de sociale zekerheid zorgt ervoor dat tekorten niet meer aangevuld worden. De sociale zekerheid moet haar evenwicht vinden in besparingen. Het is een cynisch verhaal, want budgettekorten in de sociale zekerheid ontstaan onder meer door het verminderen van de sociale bijdragen en door de invoering van flexi-jobs.

‘Jobs, jobs, jobs’ resulteert niet zonder meer in een verhoogd financieel pakket aan sociale bijdragen. Meer, de nieuwe financieringswet voor de sociale zekerheid draagt allerminst bij tot het zo noodzakelijke optrekken van de laagste en lage pensioenen. 105.000 bejaarden die een minimuminkomen – niet meer dan ‘water tot aan de lippen’ – toegewezen kregen omdat hun pensioen veel te laag is, zijn rechtstreeks betrokkenen. Het pensioen van een groot deel van 2,1 miljoen gepensioneerden is evenmin een geluksfactor. Hun gerechtvaardigde hoop om na hun loopbaan op modeste wijze van het leven te kunnen genieten, wordt met de vorige week goedgekeurde hervorming niet ingelost.

‘De enige rechtvaardiging van belastingen is precies dat ze tot herverdeling leiden, tot meer evenwicht.’

600.000 werklozen, 100.000 bruggepensioneerden, 170.000 slachtoffers van arbeidsongevallen, 61.000 slachtoffers van beroepsziekten, 370.000 invaliden, 6,7 miljoen landgenoten met daarbij 3,1 miljoen personen ten laste die betrokken zijn via de terugbetaling van gezondheidszorg en geneesmiddelen: onze sociale zekerheid kan noch mag in de verdrukking komen. De enige rechtvaardiging van belastingen is precies dat ze tot herverdeling leiden, tot meer evenwicht. De noden van de samenleving zijn het uitgangspunt, niet het wegmoffelen van slecht ingeschatte fiscale ontvangsten.

Onze sociale zekerheid heeft nood aan een duurzame en gewaarborgde financiering. Dat is een bewuste keuze voor leefbare pensioenen, gezondheidszorg voor iedereen en eveneens leefbare uitkeringen betalen.

Controle op dit alles? Jazeker, minstens al in die mate dat grote vermogens op billijke wijze onze sociale zekerheid mee financieren. Zo kunnen we allemaal jubelen.

Johan Velghe is woordvoeder van Vlinks