31/07/21 om 05:00 De vele vragen blijven negeren die door de recente ellende worden opgeroepen, dat is vràgen om nog meer ellende in de toekomst, schrijft Edi Clijsters.

Schrijnende taferelen van waterellende, dag na dag. Maar ook opmonterende berichten over spontane solidariteit en hulpverlening. Met alle verschuldigde respect voor de slachtoffers én de hulpverleners, bij de ellende van de voorbije dagen moeten ook wel enkele ernstige vragen worden gesteld. En die draaien dan echt niet alleen om het al dan niet correcte gebruik van stuwmeren of sluizen.

Het meest voor de hand liggend is de paradox tussen het nieuws over de dramatische ‘wateroverlast’ en – nauwelijks enkele dagen voordien – dat over het verontrustend lage peil van het grondwater. Dat is inderdaad slechts een schijnbare tegenstelling, en het is waarachtig niet zo dat het eerste verschijnsel nu wel het tweede ruimschoots zal corrigeren. Integendeel: de rampzalige overvloed nu en de al even problematische tekorten in de toekomst hebben voor een goed deel dezelfde oorzaak – of liever: oorzaken.

Eén oorzaak luidt – enigszins vereenvoudigd maar daarom niet minder juist: het water kan niet weg. Althans niet in voldoende mate naar waar het normaal naartoe trekt: de grond in. Je hoeft geen professor geschiedenis of meteorologie te zijn om te weten dat het in deze contreien altijd heeft geregend, en niet zo zuinig ook. En overstromingen kwamen ook vroeger her en der voor.

De vragen bij de waterellende gaan echt niet alleen over correct gebruik van stuwmeren of sluizen.

Maar in het verleden waren burgers én bestuurders (ook zonder over fabelachtige computers te beschikken) blijkbaar wel meer vooruitziend. In gebieden waar rivieren vaak buiten hun oevers traden werden grote lappen grond geheel onbebouwd gelaten om een plotse toevloed aan water tenminste gedeeltelijk op te vangen vooraleer die de stroomafwaarts gelegen stad of dorpskom bereikte. Onbebouwd ja, in beide betekenissen van het woord: geen landbouw, geen huizenbouw. En dus geen rendement. Of liever: geen direct financieel rendement.

En dus verdwenen die beemden – opvangbekkens avant la lettre – gaandeweg naarmate technische, economische en sociale vooruitgang blijkbaar alleen nog in geld konden worden uitgedrukt. Jammer; maar er waren nog akkers, bossen, parken. Nu ook dié zienderogen verdwenen en verdwijnen, kan (andermaal ietwat vereenvoudigend) het water de grond niet meer in, en zoekt het dus in dit volgebouwde en dicht-gebetonneerde land zijn weg elders. Te weinig water in de grond, te veel – en dan vooral: te veel ineens – in straten en huizen.

Terug naar die middeleeuwse beemden dan maar?! Je hoort ze het al krijsen, die lieden die vinden dat alleen materiële vooruitgang die naam waardig is, die vinden dat de winsten aan de vrije ondernemer toekomen en de kosten door de gemeenschap moeten gedragen worden, en die … wel, wel … doorgaans ook krampachtig blijven beweren dat het hele gezeur over wereldwijde klimaatverandering slechts op een sinister links complot berust.

Neen, een terugkeer naar die natuurlijke opvangbekkens kan je wel vergeten. Omdat daar haast nergens meer voldoende ruimte voor is; én omdat ze niet zouden volstaan voor wat in de toekomst nog aan ‘waterbommen’ te verwachten valt.

Maar àlle burgers – en dus niet alleen zij die rechtstreeks bedreigd zijn – zouden nu wel eens van àlle overheden mogen eisen dat ze eindelijk eens werk maken van een vooruitziend én omvattend grond- en waterbeheer … en dat ook consequent toepassen.

Of je het nu grondbeheer, natuurbeheer of ruimtelijke ordening noemt, er moet in elk geval veel rationeler én veel consequenter worden omgesprongen met dat beetje ruimte dat ons hier nog rest.

Grondbeheer? Heet dat niet gewoon ‘ruimtelijke ordening’? En is dat nu niet precies een begrip waar de doorsnee Belg/Vlaming blijkbaar een hekel aan heeft? (proef tussen deze haakjes trouwens even het bitterzoete verschil in taalgebruik: als er subsidies of schadevergoedingen te rapen vallen vindt iedereen het vanzelfsprekend dat de overheid daar gul voor opdraait, maar als die overheid regels afkondigt in het algemeen belang dan is het protest tegen ‘overheidsbemoeienis’ niet van de lucht… )

Of je het nu grondbeheer, natuurbeheer of ruimtelijke ordening noemt, er moet in elk geval veel rationeler én veel consequenter worden omgesprongen met dat beetje ruimte dat ons hier nog rest. ‘Ieder ketje zijn fermetje’? Dat is verleden tijd. Je kan alleen hopen dat niet nog méér rampen nodig zullen zijn vooraleer burgers en bestuurders tot dat inzicht komen.

Nog meer overheidsbemoeienis? Of toch liever overheidssubsidies? Bijvoorbeeld om burgers aan te moedigen het (al dan niet overvloedig vallende) regenwater op te vangen in plaats van het door de riolering te laten wegvloeien.

De diverse overheden die dit land rijk is, zouden ook het goede voorbeeld kunnen geven door (bijvoorbeeld) niet met de ene hand waterdoorlatende opritten of ‘groene’ daken te subsidiëren en met de andere straten en pleinen ondoordringbaar te betonneren. En door (bijvoorbeeld) geen verkavelingsvergunningen meer af te leveren voor ‘bedreigde’ zones, en aldus te voorkomen dat mensen hun huis zouden bouwen ‘in de bedding van een beek’, zoals een groot sociaaldemocratisch staatsman ooit cynisch opmerkte. Dan kan vervolgens die overheid die het goede voorbeeld gaf, ook met een gerust gemoed (bijvoorbeeld) een verbod afkondigen – en handhaven – om auto’s te wassen of gazons te sproeien met drinkwater…

Sinds de zomer van 2021 zal niemand bij een volgende ‘waterbom’ nog mogen beweren dat ‘niemand dit had kunnen voorzien.

Voor de zogenaamd ‘vrijheidslievende’ burgers van dit land klinkt dat allemaal waarschijnlijk nogal onheilspellend. Alleen … zijn de verwachtingen met betrekking tot droogte en wateroverlast in de toekomst nog veel en veel onheilspellender. Moeten burgers en bestuurders echt de grond onder hun voeten voelen wegzinken voor ze gaan inzien dat extreme – en inderdaad ‘nooit geziene’ – weersomstandigheden wel degelijk het gevolg zijn van een wereldwijde klimaatverandering? De vele vragen blijven negeren die door de recente ellende worden opgeroepen, dat is vràgen om nog meer ellende in de toekomst.

De eenvoudige maar pijnlijke waarheid is: sinds de zomer van 2021 zal niemand bij een volgende ‘waterbom’ nog mogen beweren dat ‘niemand dit had kunnen voorzien’. Aan waarschuwingen heeft het waarachtig niet ontbroken. Maar aan politieke moed bij de bestuurders? Én aan sociaal verantwoordelijkheidsgevoel bij de burgers?