10/04/21 om 05:02 ‘Als Willy Vandersteen nog leefde, dan begon hij meteen aan een nieuwe Suske en Wiske, getiteld ‘De Tragiek van de Trado’s’, schrijft Jan Wostyn, gastschrijver bij Vlinks.

De laatste weken was de affaire rond Sihame El Kaouakibi niet uit de kranten weg te slaan. Dag na dag kwamen nieuwe onthullingen aan het licht die vooral voor Open VLD steeds pijnlijker werden. Ook SP.A maakt opnieuw een slechte beurt met het losbarsten van het schandaal rond de Hasseltse SP.A-politicus Tony Coonen, die gearresteerd werd op verdenking van corruptie.

CD&V had gelukkig geen last van recente persoonlijke schandalen, maar het feit dat een rechtbank oordeelde dat de coronamaatregelen van de hand van CD&V-minister Annelies Verlinden eigenlijk onwettelijk zijn, was ook niet bepaald om vrolijk van te worden. Maandenlang beleid voeren zonder enige rol voor het parlement om dan te horen te krijgen dat alles eigenlijk onwettelijk is… beetje vervelend. Als Willy Vandersteen nog leefde, dan begon hij meteen aan een nieuwe Suske en Wiske, getiteld De Tragiek van de Trado’s.

Kortom, de hoerastemming rond de vorming van de Vivaldi-regering is nu enkele maanden later niet meer dan een vage herinnering aan een moment van irrationele euforie. Vivaldi of niet, de traditionele partijen blijven in de hoek zitten waar de klappen vallen. Deze neergang is eigenlijk reeds decennia aan de gang en wordt gekenmerkt door een aantal onmiskenbare symptomen, met weinig perspectief op beterschap.

De symptomen van de neergang

Een eerste symptoom is uiteraard de verkiezingsuitslag zelf. Bij de Vlaamse verkiezingen van 2004 waren de traditionele partijen nog erg aantrekkelijk en begeerd. Alle drie slaagden ze er toen in een kartel te vormen met een kleinere partij. CD&V haalde N-VA binnen, VLD wist Vivant te absorberen en SP.A deed hetzelfde met Spirit. Samen haalden de drie traditionele formaties toen nog 65,5 procent van de stemmen. Een jaar eerder bij de federale verkiezingen van 2003 was dat zelfs nog 69,7 procent, zónder kartelpartners. Nog geen 15 jaar later moesten ze zich bij de Vlaamse verkiezingen van 2019 tevredenstellen met amper 38,6 procent, bijna een halvering.

Waar blijft de Vlaamse Macron die ons politiek naar de 21e eeuw katapulteert?

Een tweede symptoom is dat deze partijen steeds vaker teruggrijpen naar wapenfeiten uit het verleden in een poging om hun relevantie vandaag in de verf te zetten. Bij SP.A verwijst men bijvoorbeeld graag naar de geboorte van de sociale zekerheid van 75 jaar geleden als ultieme bewijs dat SP.A ook vandaag nog relevant zou zijn. Ook de recente naamswijziging is in die zin paradoxaal omdat Vooruit misschien wel toekomstgericht klinkt, maar eigenlijk evenzeer teruggrijpt naar een periode toen de Socialistische Partij nog unitair was en onmisbaar. Bij Open VLD gaat men dan weer samen met de MR dolenthousiast de 175ste verjaardag van de liberale partij vieren, alsof er nooit een splitsing heeft plaatsgevonden. Zo claimt men ook de oudste ideologie van het land te zijn, alsof dat volstaat om vandaag relevantie te claimen. Ook bij CD&V zie je dezelfde nostalgie naar het verleden, toen voorzitter Joachim Coens teruggreep naar het Kerstprogramma uit 1945. ‘Rugwaarts naar de toekomst,’ vatte Marc Reynebeau het mooi samen in De Standaard.

Een derde symptoom zien we in de gebrekkige capaciteit om nog écht vers bloed aan te trekken en dat ook te laten doorstromen naar de top van de partij. Momenteel wordt zowaar elke traditionele partij geleid door een ‘zoon van’. Zowel Egbert Lachaert, Conner Rousseau als Joachim Coens heeft een ouder die reeds eerder voor dezelfde partij in het parlement zat. Dat betekent natuurlijk niet dat ze daarom incompetent zouden zijn, maar het is voor het imago van de drie partijen best wel vervelend.

Hoe trek je nieuw politiek talent aan, wanneer jongeren uit de eigen partij of potentiële politieke nieuwkomers moeten vaststellen dat de juiste familieconnecties hebben zo’n doorslaggevende rol speelt? Ook de laatste twee premiers met een federale meerderheid achter zich, Alexander De Croo en Charles Michel, zijn ‘zonen van’, wat die perceptie nog verder versterkt, vooral bij de liberale familie (pun intended).

Een vierde symptoom is dat de traditionele partijen in hun personeelsbeleid steeds vaker aan het improviseren slaan. Vroeger betekende dat vooral dat er kort voor de verkiezingen BV’s als witte konijnen op de kieslijsten werden gedropt. Tegenwoordig worden de witte (of soms grijze) konijnen zelfs meteen minister gemaakt. Annelies Verlinden was hier een voorbeeld van, net als Frank Vandenbroucke die plots uit het niets zijn herintrede maakte op het hoogste niveau. Naar verluidt was ook Marc Van Ranst een optie geweest.

Waar is de tijd dat bijvoorbeeld het Wonderbureau van de CVP-jongeren toekomstige premiers als Wilfried Martens en Jean-Luc Dehaene voortbracht? Is de spoeling bij de jongerenafdeling te dun? Of wordt er gewoon niet meer in geïnvesteerd? De dure rekrutering van Sihame El Kaouakibi bij Open VLD zette deze problematiek verder op scherp en jongerenvoorzitter Tess Minnens voor schut. Waarom zou je je als jongere nog voor een traditionele partij inzetten als je bij de verkiezingen toch gepasseerd wordt?

Een vijfde symptoom is dat de focus steeds meer op de marketing en de branding is komen te liggen en steeds minder op de inhoud. Bij Open VLD zijn de burgermanifesten van Guy Verhofstadt uit de jaren ’90 min of meer ingeruild voor de hashtag #gewoondoen. Bij SP.A lijkt men ervan overtuigd dat de waarden van de partij nog steeds de juiste zijn, maar dat het merk niet meer aanslaat. Een nieuwe naam en een heuse rebranding lijkt dan de evidente oplossing. Naar verluidt denken ook Open VLD en CD&V (opnieuw) in die richting.

Blijkbaar zijn de drie partijen vergeten dat ze deze truc in een niet zo ver verleden al eens uitprobeerden. Een structurele oplossing van de malaise is dat toen alvast niet gebleken. Samen met de rebranding steekt ook de hang naar een nieuwe personencultus de kop op om de inhoudelijke bloedarmoede te maskeren. SP.A wil met Vooruit vooral een beweging worden rond het merk Conner, terwijl Open VLD graag de partij rond de nationale verzoener en staatsman De Croo wil worden. Bij CD&V zou men dat ook wel willen, alleen beschikt men momenteel (nog) niet over geschikte kandidaten.

Conclusie

Kort samengevat kunnen we de drie traditionele partijen omschrijven als steeds kleiner wordende electorale dwergen die koortsachtig op zoek zijn naar nieuwe toverformules om terug de ‘magische’ 20 procent te halen (vroeger ambieerde men nog 30 procent). Vreemd genoeg is de blik daarvoor quasi uitsluitend op zichzelf gericht in plaats van op de maatschappij: de naam, de boegbeelden, de stijl, de interne organisatie, enzovoort.

Het enige wat vreemd genoeg niet op de radar komt is de eigen ideologie, ook al dateert die feitelijk uit de 19de eeuw. Kent u een politicus/-a uit de traditionele formaties die de afgelopen decennia een boek publiceerde met een doorwrochte maatschappelijke analyse en diagnose op basis van de eigen ideologie? Helaas…

Vandaag moeten we het stellen met persoonlijke coming of age levensverhalen, waarin en passant een paar ideetjes worden gedropt. Waar blijft eigenlijk de Vlaamse Macron(ne) die deze wankele dwergen naar de marge verwijst en Vlaanderen politiek naar de 21ste eeuw katapulteert?