Vlaamse beweging is een sociale beweging

leeuwAl sedert de Middeleeuwen waren onze streken zowat op alle domeinen vooruit tegenover het omliggende. De vroege industrialisering fungeerde als motor. Sedert de dertiende eeuw moesten de ambachtslieden zich echter schrap zetten tegen oligarchie en machtsmisbruik van een verfranst patriciaat en de adel. 11 juli 1302 is bij uitstek de overwinning van deze vroegdemocratie (vnl. stadsproletariaat en vrije kustboeren) op de feodaliteit en hield ons tegelijk uit het prille Franse centralisme. Ook in de 16de eeuw waren wij een soort laboratorium voor de moderniteit. Na de overwinning van de reactie en 2 eeuwen winterslaap grijpen de sociale en de Vlaamse beweging niet voor niets terug naar dit groots verleden als inspiratiebron. Met enige verbeelding zou men kunnen stellen dat Jan Baptist Verlooy met zijn Verhandeling op d’onacht der moederlyke tael in de Nederlanden (1788) eigenlijk de eerste ideoloog van de Vlaamse beweging geweest is.

In ieder geval situeerde hij de oplossing voor de Vlaamse kwestie (terecht) in de verlichting. Je ziet hier al duidelijk waar het dikwijls bij ideologie hapert: de praktijk van de Franse bezetting accordeerde voor de Vlamingen immers langs geen kanten met gelijkheid, volkssoevereiniteit en vrijheid: of hoe theorie en praktijk in vele gevallen mekaars tegengestelden zijn of worden. Verlooy zal het als ‘maire de Bruxelles’ geweten hebben…

In Vlaanderen, dat midden 19de eeuw intussen op een absoluut dieptepunt was beland, lag het voor de hand dat Vlaamse en sociale beweging in synergie opereerden. Men kon hier immers de klassentegenstelling horen. De bezittende klassen hadden immers het Franse ‘savoir vivre’, inclusief het taalgebruik, overgenomen. De oude Wilhelm Liebknecht duidde deze sociale taalgrens als een groot voordeel om beter sociale actie te kunnen voeren. Vroegsocialisten als Jacob Kats waren vanzelfsprekend Vlaamsgezind.

De Waalse flamingant, Lucien Jottrand was op landelijke schaal de aanjager van de prille arbeidersbeweging en niet voor niets tevens de voorzitter van de Vlaamse grievencommissie… Voor figuren als de leiders van de eerste industriesyndicaten, Jan de Ridder en Franciscus Bilen (de kapneuze) en het eerste icoon van de arbeidersbeweging, Emiel Moyson waren Vlaamse en sociale strijd, beide ‘dompelaarszaken’ vanzelfsprekend één. Het is de toen alles overheersende levensbeschouwelijke tegenstelling die, vanaf de jaren 1860, beide bewegingen uit mekaar heeft gedreven.

Sociale flaminganten  en Vlaamsgezinde socialisten zijn er sindsdien altijd geweest maar ze werden meer en meer marginaal binnen beide bewegingen. In principe zou het algemeen stemrecht de Vlaamse kwestie opgelost hebben maar o.m. de sterke verzuiling verhinderde dit. Lodewijk De Raet zag in dat het opkrikken van de Vlaamse economie de tweede pijler van de Vlaamse ontvoogding moest worden. Zijn visie zou uiteindelijk door de brede Vlaamse beweging worden overgenomen en stilaan bewaarheid worden. Binnen de socialistische zuil waren mensen als Gust Vermeylen, Camille Huysmans etc. als flamingant zeer verdienstelijk maar dan wel strikt binnen het belangenkader van de zuil.

Toen de Belgische sociaal-democratie, traditioneel sterk in Wallonië, nog voor Wereldoorlog I een stilzwijgend verbond aanging met het traditioneel Franstalig Belgisch kapitalisme, mét de zegen van Albert I, werd de Vlaamse beweging in sociaal-democratische kringen meer en meer als stoorzender beschouwd. Van die kant zou er nog weinig worden aangedragen voor de oplossing van de Vlaamse kwestie en beide ontvoogdingsbewegingen waren in feite deskundig uit mekaar gespeeld. Het Daensisme was op een bepaald ogenblik een valabel alternatief maar faalde in zijn doorgroei tot massabeweging.

De Eerste Wereldoorlog was de kanalisator voor allerlei radicalisering. De opgelegde Belgische eenheid legde de Vlaamse achterstelling echter nog meer bloot en uit het activisme en de Frontbeweging, die beiden een sterke vooruitstrevende ondertoon hadden, zou het Vlaams nationalisme ontstaan. De linkse dissidenten, die braken met de patriottische BWP, zoals een Jef van Extergem waren vaak felle flaminganten. Ook binnen de traditionele christelijke arbeidersbeweging is er lang een Vlaamsgezinde traditie geweest. Mede omdat de Vlaamse beweging ondanks het Vlaamse overtal in België, binnen het Belgische parlementair systeem moeilijk resultaten kon boeken, vond het antiparlementarise en de anti-democratie binnen de Vlaamse beweging een goede voedingsbodem.

De Collaboratie in Wereldoorlog II heeft sociale en Vlaamse beweging o.m. mentaal zeer ver uit mekaar gedreven. ‘Leuven Vlaams’ en de mijnstakingen hadden het tij misschien kunnen keren maar de militante reactionaire kern binnen de Vlaamse beweging kon met het Vlaams Blok het Vlaams nationalisme weer monopoliseren. De laatste jaren heeft een hard liberalisme zich meester gemaakt van de beweging. Hoe dan ook: de Vlaamse beweging kan slechts haar eindoplossing kennen binnen een eigen democratisch kader. Autonomie of onafhankelijkheid moeten in de eerste plaats een opstap zijn naar een diepere en bredere (ook economische) democratie.

In een autonoom Vlaanderen moet het Vlaamse volk in zijn breedste betekenis tot ontplooiing kunnen komen: Vlaanderen is hier als niveau immers beter voor geschikt dan België. Om dit te bereiken moet de gordiaanse knoop van hogergenoemde fenomenen en onnatuurlijke coalities terug ontward worden en Vlaamse en sociale bewegingen als van oudsher weer gezamenlijk opereren. De Vlaamse beweging zal sociaal zijn of niet zijn en de sociale beweging zal slechts in een Vlaamse variant breed voet aan de grond kunnen zetten in Vlaanderen…

Het blijft tussen beiden in wezen een en/en verhaal, geen of/of verhaal! Democratie is altijd in wezen een nationaal verhaal geweest, waarbij internationalisme een letterlijke inter-nationale samenwerking moet zijn, zeker geen opgelegde supranationale dictatuur zoals de huidige EU zich meer en meer ontpopt. Bovendien kan een autonoom Vlaanderen een belangrijk afweermiddel zijn in de toenemende globalisering, nivellering en vermarkting van de wereld!

Joost Vandommele

 

Op 21 maart 2015 werd in Afspanning De Hand in Antwerpen de nieuwe Vlaams-progressieve netwerkgroep Vlinks opgericht door een groep die vond dat de Vlaamse beweging best verruimd kon worden naar de linkerzijde.  Mark Van Mullem was één van de initiatiefnemers.

Hoe is het idee ontstaan?

Mark Van Mullem: Ik heb een grote interesse in en nauwe band met Schotland en het streven naar Schotse onafhankelijkheid. Ook ben ik begaan met het lot van de Catalanen, Welshen, Bretoenen, … en Vlamingen. Tijdens mijn aanwezigheid in Schotland net voor het referendum is het me opgevallen hoe breed de onafhankelijkheidsgedachte daar gedragen wordt, zowel in het linkse als rechtse kamp, het leeft zelfs eerder links dan rechts.

Heb mezelf nooit als rechts noch links willen bestempelen, vond en vind sociaal engagement en bewogenheid even evident als Flamingantisme. Ik ben mij altijd “Volksunie’er” blijven voelen en heb altijd volgens de principes geleefd die ik bij de toenmalige partij terugvond: openheid, sociaal, verdraagzaamheid, vredelievend en steeds Flamingantisme. Om kort te gaan: Vlaams & Sociaal. In de periode na de mars in Schotland kwam ik vaker in contact met Erik D’hamers en al snel bleek dat we op dezelfde golflengte zaten. Via Twitter ben ik Tom Garcia (@LinksVlaams) beginnen volgen; een vriend van de linkerzijde die Vlaamsgezind is ‘geworden’, de ‘tegenovergestelde zwemrichting’ dus.  Ik ben niet tuk op containerbegrippen zoals links of progressief, ik noem het liever sociaal Vlaams. Daar bestaat tot op de dag van vandaag geen politieke hertaling van. De ‘sociale’ partijen zijn allesbehalve Vlaams, de V-partijen mogen gerust socialer. 

Wordt het een nieuwe Vlaamse beweging of een politieke partij?

Mark Van Mullem: Erik, Tom en ik zijn een eerste keer samengekomen met een aantal gelijkgestemden en waren verrast door het (grote) enthousiasme. Vele van de aanwezigen spraken zelfs van ‘een partij’, iets wat de initiatiefnemers  zelfs nog niet hadden durven benoemen. Mocht het dan toch een partij worden dan zie ik het graag als een VU-plus, maar dan zoals de Volksunie zich voordeed in de periode voor het fout liep met de partij. Toen waren ze, zoals ik dat beleefde, uitgesproken Vlaams, sociaal, groen en pacifistisch. Die combinatie is er nu niet meer. Anderen zien het eerder als een soort D66, een Nederlandse politieke partij van sociaal-liberale signatuur. We willen de Vlaamse beweging zeker geen vliegen afvangen, maar het is zo dat de sociaal voelende Vlaming zich vaak een beetje verloren voelt. Binnen de Vlaamse Volksbeweging (VVB) gaat dat nog, want de VVB is pluralistisch. Maar in de partijpolitiek vinden ze hun gading niet. Als Vlaamsgezinde krijg je haast als ‘vanzelfsprekend’ het etiket rechts te zijn, terwijl ik dat nooit zo heb aangevoeld.

Wat is het doel van de nieuwe Vlaams-progressieve netwerkgroep?

Mark Van Mullem:  In eerste instantie willen  we mensen bij elkaar krijgen om verder af te tasten in welke mate het Vlaamse en sociale leeft en bestaat. Ook om te kijken of er iets mee te doen valt (zonder de VVB te willen beconcurreren). Johan Velghe heeft benadrukt dat de VVB een echte Vlaamse Volksbeweging moet zijn. Ik hoorde VVB-voorzitter Bart De Valck op een recente kaderdag dat ook bevestigen, de VVB is en blijft een sociale beweging.

Hoe Vlaams en hoe progressief is de groep?

Mark Van Mullem:  Dat is een moeilijke vraag. Naar  wat ik hoorde rond de tafel waren zowel de ‘linkerflank’ als de Vlaamse beweging vertegenwoordigd. Op gebied van het Vlaamse volgen we grotendeels de lijn van de VVB  en/of trekken we die verder door. Ik wil voluit gaan voor een vrije Vlaamse republiek, zonder te vervallen in wij/zij denken. Wallonië is geen vijand maar een bondgenoot. We moeten samen streven naar sterke regio’s die elkaar steunen waar mogelijk. We moeten het Vlaanderen dat we wensen nu reeds invullen, ik ben het niet eens met zij die zeggen “eerst de onafhankelijkheid en daarna zien we wel”. Zo werkt dat niet.

Laat ons nu bouwen aan een sociale Vlaamse staat met een brede kijk op Europa en de wereld. In dat Vlaanderen moet iedereen die dat wenst en er zelf ook de nodige inspanningen voor doet alle mogelijke kansen krijgen. Werken aan werk en van armoedebestrijding een prioriteit maken. Samen met allochtonenorganisaties de problematiek van migratie en inburgering aanpakken, zonder taboes. Ik wil graag een aangenaam, warm, sociaal en rechtvaardig Vlaanderen, met goede banden met Wallonië, Nederland en andere landen. En ook bouwen aan een eerlijk(er) Europa op mensenmaat. Vakbonden stimuleren om er echt voor de mensen te zijn, zonder van politieke families en dus belangen af te hangen. Bevolkingsgroepen niet stigmatiseren maar samen naar oplossingen zoeken. Samen bouwen aan een sterk en sociaal Vlaanderen.