02/10/21 om 17:01 Madina Hamidi van Vlinks vluchtte twintig jaar gelden voor de taliban. Ze waarschuwt dat de machtsgreep in haar vaderland niet het enige probleem is voor wie ooit het regime ontvluchtte. ‘Wie als dissident het pad van de vrijheid kiest, botst nog op veel andere obstakels. Binnen de Afghaanse cultuur gelden nog veel ongeschreven, strenge regels.’

We lezen vol afschuw het nieuws over de opkomst en de machtsuitbreiding van de taliban. Met de verleidelijke populariteit van de moderne sociale media maken Afghanen daar gretig gebruik van om de geweldplegingen op allerlei manieren te willen bekritiseren. Uiteraard heeft ieder zijn mond vol van verontwaardiging. Het doet geloven alsof het lijkt dat de Afghanen zonder de taliban een vrij en vredevol leven zouden kunnen leiden. Maar wie binnen de Afghaanse cultuur is opgegroeid en aan den lijve werd geteisterd door de ongeschreven strenge regels, krijgt deze hypocrisie toch moeilijk verteerd.

Hoewel talibanisering de grootste oorzaak van de Afghaanse miserie lijkt, toch kent de waarheid ook andere kanten. De taliban passen hun sharia toe als enig effectief ‘goddelijk’ middel om het volk te straffen met het doel om ze onder de duim te houden. Echter, de Afghaanse gemeenschap past daarentegen ook strikt culturele voorschriften toe als effectief ‘eerbiedwaardig’ middel om precies hetzelfde te bereiken. Alleen bij dat laatste uit zich dat dan niet zozeer in gewelddadige aanvallen maar wel in draconische onderdrukking van medemensen. Of wat zijn eremoorden anders?

Taliban of geen taliban, Afghanen kennen toch geen vrede.

Bij het stellen van cruciale en kritische vragen over deze twee bovenstaande kwesties zijn wordt er graag met de vinger gewezen. In mijn ervaring.is het verschil tussen orthodoxisme en gewone toegepaste Afghaanse cultuur flinterdun. Ik hoef jullie niet duizenden kilometers ver weg mee te nemen om voorbeelden te geven. Het kwaad zit namelijk ook hier bij ons in het Westen, en in België.

Taliban of geen taliban, de Afghaanse gemeenschap kent sowieso geen vrede. Nergens op aarde. Het uitsluiten van andersdenkenden en anderszijnden, het toepassen van disproportionele tuchtinstrumenten, discriminatie op basis van seksuele voorkeur of genderidentiteit, racisme jegens etnische minderheden, ontzeggen van volledige kledingsvrijheid, familieverstoting of sociale en financiële boycot wegens het niet naleving van strikt culturele/religieuze voorschriften, doodsbedreigingen op basis van beschuldigingen van blasfemie en religieverlating of schandmerken, het zijn allemaal zaken niet alleen plaatsvinden onder het taliban-regime. Voor veel dissidenten ging of gaat het om een dagelijkse kwelling. Ik was ook één van hen.

Na onze vlucht uit Afghanistan was ik vastberaden om het pad van de vrijheid te volgen. Maar al te snel kwam het besef dat mijn persoonlijke vlucht nog niet beëindigd was. De gevolgen van ontsnapping aan de wurgende klauwen van de sociaal-culturele onderdrukking zou me uiteindelijk elf kostbare levensjaren eisen waarbij ik beroofd werd van liefde en samenzijn met mijn familie. Dit was een verdomme moeizaam lange én eenzame weg!

Toen ik als model op het podium liep met een bikini werd ik het mikpunt van bedreigingen en persoonlijke aanvallen. Ik was volgens de meeste Afghanen een ‘fahisha‘, ‘besharm‘ en ‘behaya‘ of ‘dozaghi‘. Vertaald: een ‘onfatsoenlijk schaamteloze hoer die in hel zou branden’. Gelukkig kon ik dankzij mijn je-m’en-foutisme dit ‘geblaf’ gewoon van mij af te zetten. Maar de pijn werd steeds heviger en doorboorde mijn hart toen mijn eigen familie mij de rug toekeerde. Pas later zou ik tot het besef komen van de impact van de culturele druk. Hoewel ons gezin altijd een vrije en liberale opvoeding hanteerde, werd het door de sociaal-culturele onderdrukking én roddel of achterklap op hun knieën gedwongen om zelfs eigen bloed te verstoten. Meer dan een decennium later zou onze relatie zich terug herstellen, met uitzondering van een aantal familieleden die op de dag van vandaag weigeren een harmonieuze relatie met mij te onderhouden wegens mijn atheïsme. Erger zelfs, ze laten zelfs hun kinderen niet met mij persoonlijk spreken of bezoeken alsof niet-geloven een soort besmettelijk virus zou zijn. En dit ondanks mijn goede daden en behulpzaamheid.

Ik zal overigens nooit mijn vaderland terug kunnen bezoeken. En ja, ook zonder het taliban-regime. De achtergebleven verre familie had gezworen om mij te onthoofden wegens ‘schande’ die ik zou aangericht hebben met mijn ‘naakte’ modellenwerk (ik zou suggereren dat die onwetenden eerst de definitie van het woord ‘naakt’ zouden opzoeken). Ieder die mij goed kent weet dat ik er geen problemen mee heb als iemand mij uitscheldt. Integendeel zelfs, ik neem het aan als een compliment.

Maar de allerergste demonen worden bij mij aangewakkerd als iemand zelfs maar één woord zegt over mijn vader. Vele mensen geloven en aanbidden allerlei profetische figuren uit de oude tijd. Voor mij is mijn vader mijn profeet. Alles wat ik vandaag doe en bereikt heb is dankzij hem. Jammer genoeg heeft hij niet de kans gekregen om mij ook op volwassen leeftijd te vergezellen, maar zijn nalatenschap in de vorm van empathie, menslievendheid, behulpzaamheid, hoffelijkheid, doorzettingsvermogen en vastberadenheid draag ik élke dag in mijn hart, wat ik vervolgens omzet in daden.

Bij het uitbrengen van dit soort ‘onaanraakbare thema’s’ ontstaat een onmiddellijke (typische) verdedigingsreactie van de Afghaanse gemeenschap, die koppig beweren dat deze gebeurtenissen, verhalen zoals die van mij, een uitzondering vormen. Maar dit zijn afleidingsmanoeuvres en tactieken om zo de ellendige werkelijkheid van duizenden slachtoffers weg te wuiven.

Neen. Er moet een einde komen aan het verzwijgen van waarheden om de schone schijn. Mijn verhaal is geen voorbeeld van een uitzondering maar een trieste en verborgen realiteit van duizenden dissidenten die naar het Westen zijn gevlucht voor de vrijheid, maar dan weer gevangen worden gehouden aan de onzichtbare kettingen van cultuur en religie.

Als therapeut heb ik genoeg noodkreten gehoord van lotgenoten die aan de rand van een wanhoopsdaad waren, omdat ze naast de sociaal-economische boycot ook de psychologische marteling niet meer aankonden.

Vandaag ben ik door de Afghaanse gemeenschap verbannen, geschuwd en vermeden omwille van mijn gedurfde kledingdracht, ongelovigheid, het nuttigen van alcohol én ongehoorzaamheid aan debiele conservatieve cultuurvoorschriften. Het is zodanig erg dat veel Afghanen zich zelfs publiekelijk zich niet met mij durven te associëren. Privé krijg ik wel berichten waarin sommigen stiekem bewondering uiten voor mijn moed en durf, maar daar blijft het ook bij. Als ervaringsdeskundige begrijp ik al te goed hun verlammende angst om zelf niet ten prooi te vallen aan sociale uitsluiting. Want de absurde manipulatieve redenering van de dominante dwazen kan ik best omschrijven als ‘omgaan met afvalligen is een besmettelijk verraad en vernietiging van eigen familie, cultuur en geloof’. Over de psychologische impact en de consequenties van deze afschuwelijke ontkenning van het individu kan ik een lijvig boek schrijven. Heb ik nog meer woorden nodig om de desastreuze draagwijdte van deze culturele onderdrukking duidelijk te maken? Ik pleit dan ook voor strafbaarstelling van deze sektarische gedragingen. Niet alleen meisjes, ook jongens worden gehersenspoeld door deze disfunctionele opvoedingswijze, waardoor ze later zelf ook disfunctioneel worden. Monsters blijven dus monsters creëeren.

Als oplossing voor deze problematiek citeer ik graag de wijze woorden van Benito Juárez: ‘Respect voor de rechten van anderen betekent vrede’.

Madina Hamidi is kernlid van Vlinks.