20/03/21 om 09:36 ‘Laat de tragische dood van David het kantelmoment zijn’, schrijft Django Waterschoot voor Vlinks.

Sinds de openstelling van het huwelijk en het adoptierecht voor personen van hetzelfde geslacht heeft de homogemeenschap meer gelijke rechten verworven. Dit zorgde voor een vals gevoel van veiligheid en aanvaarding. Wie beweert dat homofoob geweld haaks staat op een bredere context van maatschappelijke aanvaarding van seksuele diversiteit, maakt zichzelf iets wijs. Want de geesten zijn nog niet allemaal en niet volledig gerijpt.

Homofoob geweld brengt wel een golf van verontwaardiging met zich mee, maar onze collectieve, maatschappelijke verantwoordelijkheid wordt nog te weinig diepgaand bevraagd. Dit terwijl de voedingsbodem van intolerantie nog dagelijks wordt gevoed. Zo werden we heel recent nog getrakteerd op enkele bedenkelijke uitspraken van Jef Elbers, een man met een extreemrechts profiel. Hij stelde homoseksualiteit gelijk stelde aan exhibitionisme en bestempelde transpersonen als ziek. Ook het Vaticaan zette deze week nog de puntjes op de i. Homoseksualiteit is volgens de Roomse leer, jawel, zondig en houdt een keuze in. Fout, iemands geaardheid is nooit een keuze, aan homofobie daarentegen gaat wel een duidelijke keuze vooraf.

Dat homoseksualiteit geen plaats heeft binnen een typerende mannelijke context werd ook duidelijk in de vele homofobe reacties op de actie Football for All van de Pro League. Met name het voetbalmilieu is en blijft een bron van homohaat. Homo of janet roepen, dat vindt men in harde kernen grappig. Het is maar om te lachen, nietwaar? Terwijl homohaat net een continuüm is, waarbij spot en verbale agressie de voorbode zijn van fysiek geweld.

Onwetendheid is troef. Als jonge homoman krijg ik jaarlijks opmerkingen van vrienden en kennissen die de relevantie van de pride in twijfel trekken. “Kunnen dergelijke zaken niet gewoon binnen de privésfeer georganiseerd worden”, zegt men dan. Een andere geaardheid wordt enkel aanvaardbaarder geacht binnen de privé sfeer. Stereotypen worden gecultiveerd. “Ik heb niets tegen homo’s want ze shoppen graag en hebben stijl.” Op de keper beschouwd is zelfs goedkope humor als het typetje uit de Gamma dat Bart Peeters destijds in Het Peulengaleis neerzette niet geheel onschuldig. Het bekrachtigt het beeld van de wufte homo, die je niet serieus hoeft te nemen. De homo als de geheel andere, die buiten de normaliteit valt. Vanaf dan wordt het link.

7 op 10 holebipersonen in België durven niet (altijd) hand in hand over straat lopen met hun partner. Het tonen van affectie aan mijn partner zoals het vastnemen van een hand, of in het beste geval een kus, kan enkel na een vlugge scan van de omgeving, dit om het risico op verbaal en fysiek geweld te verminderen.

Verbaal en fysiek geweld tegen LGTBQIA+-personen zijn legio, maar blijft vaak onder de radar. Men neemt aan dat Ihsane Jarfi, die in 2012 in Luik door vier jonge mannen werd vermoord, het eerste dodelijke slachtoffer was van geweld op holebi’s in België. Maar wellicht was er al een precedent in 2004, toen Stefaan Vandenput in Brussel werd vermoord, nadat hij zeer kort daarvoor met de dood werd bedreigd wegens zijn geaardheid. Dit artikel over de moord op Stefaan Vandenput schetst een hallucinant beeld van het angstklimaat dat onder Brusselse holebi’s heerst. En welke golf van ontzetting ging er niet doorheen de homogemeenschap, nadat vorig jaar bleek dat in een chatgroep met 600 -veelal Tsjetsjeense- leden verschillende leden de intentie uitten om holebi’s en transgenders gewelddadig te bejegenen, zelfs ‘af te slachten’. De geweldplegingen werden zelfs gefilmd en gedeeld. Het erge is dat deze chatgroep met de naam ‘Criminal System’ niet de enige online haatgroep is die holebi’s viseert. Gaybashing is een ware plaag, dat zagen we recent in het Waasland. Slachtoffers worden in de val gelokt, een zak over het hoofd getrokken, bedreigd met een wapen en gedwongen hun bankkaart af te geven.

Het aanhoudende geweld -de statistieken laten slechts een fractie van het reële geweld zien- heeft een enorme impact op onze gemeenschap. Een Vlaamse studie (Missiaen & Seynaeve) toonde aan dat 65,2% van de holebi’s en 80,3% van de transgenderpersonen ooit suïcide overwoog. Het verdriet is diep, maar onzichtbaar. Onbekend is onbemind, onwetendheid is troef. Wie van ons is op de schoolbanken met het thema seksuele diversiteit in aanraking gekomen? Dit werkt verder door in de hulpverlening en justitie. Klachten worden vaak geseponeerd, niet serieus genomen of net daarom zelfs niet ingediend.

De situatie is bijzonder ernstig, actie is geboden. Sensibilisatie in alle geledingen van de samenleving is een eerste stap. Met bijzondere aandacht voor bepaalde groepen of settings waarin homohaat significant meer voet aan grond heeft gekregen. Zonder taboes en zonder schroom om problemen te benoemen. De luxe om dat niet te doen hebben we al lang niet meer.

Effectieve strafuitvoering van haatmisdrijven is een noodzaak. De antidiscriminatiewet van 2007 mag geen dode letter blijven. Samen Kumbaya zingen rond het kampvuur is mooi, maar soms moet de samenleving mensen een halt toeroepen, ook strafrechtelijk. Gelijke rechten hadden we al, nu zetten we als samenleving de hakken in het zand. De excuses zijn op. Het geweld stopt nu.

Django Waterschoot is gastschrijver voor Vlinks.