13/02/21 om 16:36 ‘Voortschrijdend inzicht komt per definitie te laat, maar dat overtuigde nationaalsocialisten sowieso geen plaats hebben in om het even welke eregalerij, had men toch van in het begin kunnen weten?’, schrijft Gert Verwilt van Vlinks over het jubileumtijdschrift naar aanleiding van de vijftigste verjaardag van het Vlaams Parlement.

‘Het zijn dit soort figuren die de Vlaamse emancipatie beschadigden en geen enkele verdienste hebben aan het ontstaan van het Vlaams parlement. Integendeel: hun ideale samenleving was er één zonder parlement.’ Björn Rzoska, fractieleider van Groen in het Vlaams Parlement, sloeg de nagel op de kop.

Hij alludeerde op de opname van August Borms en Staf De Clercq in een door Newsweek gemaakt jubileumnummer naar aanleiding van 50 jaar Vlaams Parlement. Achteraan het nummer stond een lijst van 14 ‘Vlaamse koppen die de emancipatie van taal en volk vanaf de Belgische onafhankelijkheid tot de Tweede Wereldoorlog hebben vormgegeven.’ Het was De Standaard-journalist Marc Reynebeau die in een puntig stuk de kat de bel had aangebonden. Want Borms en De Clercq hadden tijdens de Tweede Wereldoorlog de kant van nazi-Duitsland gekozen, niet in de laatste plaats omwille van ideologische motieven. Op de website van het Vlaams Parlement gewaagde men in een reactie van ‘verwarring die te wijten is aan een tendentieus en historisch onjuist artikel in een Vlaamse krant.’ De commotie, ook vanuit Joodse verenigingen, luwde echter niet. Het Vlaamse Parlement voelde zich hierdoor genoopt tot het opstellen van een nieuw bericht, waarin werd toegegeven dat het een fout was Borms en De Clercq in de lijst op te nemen en dat men verzuimd had de inhoud van het nummer te bewaken.

Er zijn toch genoeg Vlaamse koppen die wél een ontvoogdende rol hebben gespeeld?

Voortschrijdend inzicht komt per definitie te laat, maar dat overtuigde nationaalsocialisten sowieso geen plaats hebben in om het even welke eregalerij, had men toch van in het begin kunnen weten? Hoe kunnen mensen die een ideologie aanhingen die bij uitstek anti-emancipatorisch was, representatief zijn voor de emancipatie van een gemeenschap? De vraag stellen is ze beantwoorden.

Zou het daarom geen goed idee zijn om het jubileumnummer aan te passen, met de vervanging van het controversiële tweetal door enkele ‘koppen’ die wél een rol hebben vervuld in de emancipatie van de Vlamingen en/of hun taal tot WOII?

Ik stel in willekeurige volgorde enkele namen beknopt voor, waarbij ik me ervan bewust ben dat een selectie altijd subjectief, onvolledig en voorwerp van kritiek is.

Boem, paukeslag. Wie kent Paul Van Ostayen (1896 – 1926) niet, de avant-gardistische links-progressieve flamingantische dichter, schrijver en beeldend kunstenaar? Als een volleerde poète maudit overleed hij jong, maar zijn nalatenschap blijft verankerd in het collectieve DNA van Vlaanderen. Behoeft deze nominatie nog verder betoog?

De liberaal Louis Franck (1868 – 1937) was samen met de socialist Camille Huysmans en de katholiek Frans Van Cauwelaert -die beiden wel zijn opgenomen in het lijstje met 14 Vlaamse koppen- een van de drie ‘kraaiende hanen’. De drie politici werden dit epitheton toebedeeld omdat ze over de levensbeschouwingen heen een gezamenlijke strijd voerden voor Vlaamse taalrechten. Door hun inzet werd de Gentse Universiteit na een jarenlange strijd in 1930 definitief eentalig Nederlands. Na de tweede Wereldoorlog werden de socialist Lode Craeybeckx, de liberaal Frans Grootjans en de christendemocraat Paul Willem Segers de nieuwe kraaiende hanen, met de positie van het Nederlands in Brussel als hun voornaamste bekommernis.

Een wat vreemde eend in de bijt is Lucien Jottrand (1804 – 1871). Hij ontwierp samen met Emiel Ducpétiaux de Belgische vlag en was ook lid van het Nationaal Congres in 1830. Niet meteen adelbrieven in de context van emancipatie van de Vlamingen en hun taal, zou je denken. Jottrand was evenwel een taalminnaar en als zodanig niet ongevoelig voor de grieven van de bewoners in de Nederlandssprekende gebieden, die zich door de suprematistische taalpolitiek van de jonge Belgische staat miskend voelden. Mede door zijn invloed kwam in 1898 de Gelijkheidswet tot stand, waardoor het Nederlands op officiële voet van gelijkheid met het Frans kwam te staan.

Maria Belpaire (1853 – 1943) ijverde een leven lang voor vrouwenrechten. Haar stokpaardje was degelijk onderwijs voor Vlaamse meisjes. In 1919 richtte ze daartoe de Katholieke Vlaamse Hogeschool voor vrouwen op. Ze was ook actief in de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde, een instelling die een vooraanstaande, intellectueel en cultureel sturende rol speelde in de Vlaamse ontvoogding.

Vlaming zijn om Europeër te worden. Met die gevleugelde woorden gaf de socialist AugustVermeylen (1872 – 1945) een internationale dimensie aan de Vlaamse ontvoogding. Deze doctor in de geschiedenis, schrijver en kunsthistoricus, lag mee aan de wieg van het avant-gardistische tijdschrift Van Nu en Straks. Voor Vermeylen lagen de verbetering van de sociaal-economische omstandigheden van de Vlamingen en hun geestelijke verheffing in elkaars verlengde. Van 1930 tot 1933 werd hij de eerste rector van de vernederlandste Gentse universiteit. Om de artistieke, humanistische, socialistische en Vlaamse idealen van Vermeylen verder uit te dragen, werd in 1945, het jaar van zijn overlijden, het August Vermeylenfonds opgericht, tot vandaag een van de Vlaamse cultuurfondsen, samen met het Davidsfonds, het Willemsfonds en het Masereelfonds.

Jef Van Extergem (1898 – 1945) was een socialistische, later communistische flamingant, die in de lijn van mensen als August Vermeylen een synthese maakte tussen Vlaamse en Sociale Beweging. Immers, was de Vlaamse Beweging niet begonnen als ‘Flemish people and their language matter’? Hij gaf tijdens de Eerste Wereldoorlog vorm aan het socialistisch activisme. In 1937 richtte hij samen met o.a. Aalstenaar Bert Van Hoorick de Vlaamse Kommunistische Partij op. Het gewest Waasland van de VKP verdeelde tijdens WOII het blad ‘Volksstrijd’, dat hevig van leer trok tegen de nazi’s en de ‘naziknechten van het VNV’. Dit kwam de kopstukken van de VKP duur te staan. In april 1943 werden ze opgepakt. Van Extergem werd door de Gestapo in Breendonk gemarteld en overleed twee jaar later in Ellrich, een deel van het concentratiekamp Dora-Mittelbaum. Hij werd door Louis-Paul Boon, een goede vriend van Bert Van Hoorick – die Buchenwald had overleefd – geloofd als de man die de sociale dimensie van de Vlaamse Beweging had verdiept.

Ook de flamingantische socialist Herman Vos (1889 – 1952) verzette zich tegen de nazi’s, nadat hij via de Frontpartij bij de Belgische Werkliedenpartij – waarvoor hij van 1936 tot zijn overlijden in 1952 senator was – belandde. Deze redacteur van Vooruit en de Volksgazet speelde tijdens WOII een rol in de ondergrondse BWP en het Politiek Comité van de Weerstand.

Om de nare antisemitische bijsmaak tot slot weg te spoelen, vermeld ik tot slot graag enkele Vlamingen van Joodse origine die een rol hebben gespeeld in de Vlaamse ontvoogding. Mensen als Jacob Karsman (1818 – 1868), Nico Gunzburg (1882 – 1984) en anderen ijverden voor de vernederlandsing van het onderwijs en de gelijkheid van het Nederlands in rechtszaken. De bekendste onder hen is ongetwijfeld Marten Rüdelsheim (1873 – 1920). Deze doctor in de Germaanse filologie streed samen met zijn eveneens Joods-Vlaamse medestander Samson Samson voor Vlaams onderwijs in de eigen taal. Door zijn activisme belandde hij in de cel, waar hij door gebrekkige medische verzorging overleed.

Aan Vlaamse koppen die een ontvoogdende rol hebben gespeeld geen gebrek. Laat hun voorbeeld ons blijvend inspireren.

Gert Verwilt is kernlid van Vlinks.