31/10/20 om 14:10 ‘Door corona worden we helaas nog maar eens met de neus op de feiten geduwd: dit land is politiek terminaal ziek’, schrijft Jan Wostyn, gastauteur voor Vlinks.

Sinds een goeie maand beschikt België opnieuw over een volwaardige regering. In het regeerakkoord stond een nogal zweverig hoofdstuk ingeschreven over democratische vernieuwing. De eerste zin luidde als volgt: “De regering wil het vertrouwen in politiek als positieve kracht versterken door van democratische vernieuwing een prioriteit te maken.” Klonk veelbelovend, maar daarna volgden toch vooral vage voornemens, nietszeggende formuleringen en wat andere trivialiteiten.

Het soort democratische vernieuwing waar de burger op zit te wachten is eigenlijk vooral een politieke klasse die ernstig beleid voert en haar eigen privileges en wereldvreemdheid van zich afschudt. Helaas hebben we op dat vlak, intussen midden in de tweede coronagolf, nog niet veel positiefs te zien gekregen. Een beknopte bloemlezing.

Regering belooft democratische vernieuwing? Daar hebben we nog niet veel van gezien.

Democratische vernieuwing betekent blijkbaar dat men de grootte van de kabinetten even in vraag stelt, om finaal toch meer mensen op de loonlijst te zetten. Reden? Er zijn maar liefst 7 vice-premiers en die hebben allemaal een schaduwkabinet nodig. Zo valt deze regering een kwart duurder uit dan de vorige. Maar waren er dan geen drie ondeelbare politieke families die perfect per familie een kabinet hadden kunnen organizeren? Dat bleek helaas iets te vernieuwend. Ook opvallend was toch wel dat uitgerekend de Open VLD, een partij die steevast pleit voor een sobere overheid en lage belastingen, ook een schaduwskabinet moest bemannen voor de vice-premier, om goed te kunnen volgen waar de premier van de eigen partij mee bezig is. Weinig vernieuwing dus, en vooral veel kosten.

Democratische vernieuwing betekent blijkbaar dat deze regering één minister en één staatssecretaris extra moest tellen. Vooral de aanstelling van staatssecretaris Michel voor Digitalisering was meteen een staaltje van democratische vernieuwing waar de MR bijna aan ten onder ging. Ten eerste was de familienaam duidelijk belangrijker dan de intrinsieke affiniteit met digitalisering. Ten tweede werd vervolgens een vrouwelijke Waalse minister uit haar functie ontzet, tot bleek dat er dan te weinig vrouwelijke ministers zouden zijn. Tot zover de eeuw van de vrouw.

Democratische vernieuwing betekent blijkbaar dat de Senaat gewoon minstens nog eens een legislatuur zal blijven bestaan. Erger nog, men gaat de toekomst van de Senaat nog eens evalueren. Nog eens amechtig proberen een nieuwe bestaansreden te verzinnen, waarschijnlijk via een participatief traject met al dan niet gelote burgers die aanbevelingen zullen mogen formuleren. “Afschaffen” lijkt de enige écht vernieuwende aanbeveling, maar dat was waarschijnlijk te simpel.

Democratische vernieuwing betekent blijkbaar dat ex-ministers hun privilege behouden waarbij ze nog een hele legislatuur twee medewerkers in dienst kunnen houden, eventueel als chauffeur of als kok, afhankelijk van de persoonlijke behoeftes. Toegegeven, in coronatijden is een chauffeur handig om het openbaar vervoer te kunnen vermijden, en nu de cafés en restaurants dicht zijn, is een kok ook wel best handig.

Democratische vernieuwing betekent blijkbaar dat de nieuwe Kamervoorzitter eindelijk een vrouw moest zijn, met name Éliane Tillieux. In een interview aan de VRT hield zij meteen een vurig pleidooi om de kloof tussen de politiek en de burger te dichten. Alleen lukte dat enkel in het Frans. Je zou toch mogen verwachten dat bij de selectie van de eerste burger van het land, de best betaalde politieke job in België, een quasi perfecte tweetaligheid een hoofdcriterium zou zijn. Hélas…

Democratische vernieuwing betekent blijkbaar dat de voorzitter van de MR, de onovertroffen George-Louis Bouchez -GLB voor de vrienden- zich plots als de grootste pleitbezorger van strengere coronamaatregelen mocht opwerpen. Diezelfde GLB die het tijdens de formatie als enige niet nodig achtte in quarantaine te gaan na de besmetting van Egbert Lachaert. Hoe geloofwaardig is zo’n pleidooi dan eigenlijk?

Democratische vernieuwing betekent blijkbaar maatregelen uitvaardigen en er zich dan zelf niet aan houden. Dat demonstreerde dan weer CD&V voorzitter Coens met verve, door samen met Pieter De Crem, gezellig te gaan tafelen in een hotel, omdat de cafés en restaurants nu eenmaal gesloten waren. Zo weten we meteen ook weer waarom België intussen helemaal bovenaan staat in de coronaranglijst qua besmettingen per 100.000 inwoners in deze tweede golf: zelfs de beleidsmakers zoeken liever achterpoortjes dan de regels te volgen.

Democratische vernieuwing betekent blijkbaar op goedkope wijze communicatietrucjes uit Nieuw-Zeeland kopiëren, zonder er ook de maatregelen bij te nemen. Sinds kort spreekt premier De Croo graag over een “Team van 11 miljoen Belgen”, afgekeken van het uiterst succesvolle “Team of 5 million” van premier Ardern van Nieuw-Zeeland. Helaas vergeet De Croo dat diezelfde Ardern en de hele politieke klasse gedurende 6 maanden hun salaris met 20% verminderden, uit solidariteit met iedereen die financieel getroffen werd door het virus. En dat terwijl politiek Nieuw-Zeeland eigenlijk een perfect coronaparcours had gereden… Hoe groot zou de politieke salarisvermindering in België dan eigenlijk moeten zijn?

Kortom, democratische vernieuwing is vooral (opnieuw) volksverlakkerij. Het is mooie principes preken en vervolgens toch iets anders doen. En ondertussen is België afgegleden tot een coronahotspot, als gevolg van incompetentie, nalatigheid, particratie, profileringsdrang op sociale media en andere politieke Spielerei. Dankzij corona worden we helaas nog maar eens met de neus op de feiten geduwd: dit land is politiek terminaal ziek.

Intussen kreunen 11 miljoen Vlamingen, Walen en Brusselaars onder de tweede coronagolf. Duizenden mensen liggen in onze ziekenhuizen, honderden vechten voor hun leven. Zorgverstrekkers zijn zelf ook getroffen ziekte en burn-out en zijn de uitputting nabij, ondernemers en zelfstandigen staat het water aan de lippen, studenten en onderwijzend personeel worden gek van het online lesgeven, duizenden arbeiders en bedienden zullen hun job verliezen, alleenstaanden kwijnen thuis weg in eenzaamheid, en ga zo maar door. Maar deze politieke klasse vindt het zelf in de ergste crisis sinds de tweede wereldoorlog niet nodig zelf ook maar één euro in te leveren als teken van solidariteit.

Afgelopen maandag, toen er voor het eerst weer honderd coronadoden op een dag geregistreerd werden, deelde @Kingconnah op Instagram gelukkig nog een paar moves met zijn bomma, om de fanbase enig entertainment te bezorgen in deze tough times. Mag dat dan niet? Tuurlijk wel. Maar is dat wat je verwacht van de leider van een sociaal-democratische partij in deze ongeziene gezondheidscrisis? Ik vrees ervoor. Of misschien valt dat soort wereldvreemd narcisme op sociale media ook onder de noemer van democratische vernieuwing? Sire, uw land heeft geen leiders meer.

Jan Wostyn is gastauteur voor Vlinks.