08/08/20 om 16:35 Jan Wostyn, gastauteur voor Vlinks hoopt dat er bij de volgende verkiezingen de Vlaamse kiezer een nieuwe optie aangeboden krijgt. ‘Een nieuwe progressieve Vlaamse partij die wél consequent pleit voor een verdere regionalisering van België, zou een gat op de Vlaamse kiezersmarkt kunnen vullen.’

Wie anno 2020 het Vlaamse politieke landschap overschouwt komt tot een bevreemdende vaststelling. Drie partijen hebben een duidelijke voorkeur voor een verdere regionalisering van België en dus meer bevoegdheden voor de gewesten of gemeenschappen. Deze partijen, N-VA, CD&V en Vlaams Belang, zijn alle drie eerder conservatief te noemen.

Langs de andere kant hebben we drie partijen die in meer of mindere mate de Belgische loftrompet steken en nooit zelf proactief voorstellen doen tot verdere regionalisering van België. Voor hen zijn staatshervormingen eerder nutteloze en tijdrovende bezigheden. Deze partijen, SP.A, Groen en PVDA zijn alle drie eerder progressief te noemen.

Tot slot is er nog een partij, de Open VLD, die het gewoon zelf niet goed meer weet. Twintig jaar geleden was ze voorstander van het confederalisme. Tien jaar geleden deed ze de regering zelfs vallen over BHV, met Alexander De Croo in de hoofdrol. Vandaag hecht ze zich tegen beter weten in vast aan de MR, wiens voorzitter, de heer Bouchez, droomt van een terugkeer naar het unitaire België. “Eén en ondeelbaar” trekken ze naar de onderhandelingen en blokkeren zo feitelijk het land waarvan zij beweren te houden. Dat de heer Bouchez ondanks zijn diepe liefde voor “Belgique” pas recent ontdekt heeft dat Nederlands de meest gesproken taal van dit land is, maakt deze hele vertoning alleen nog gênanter.

Waarom moet Belgisch zo nodig anti-Vlaams zijn?

In Vlaanderen is het dus zo dat de conservatieve partijen het land, al dan niet drastisch, willen hervormen (of opheffen), terwijl de progressieve partijen daar net niet willen van weten en met hand en tand het status-quo verdedigen. Bizar.

De progressieve Vlaamse partijen klinken zich amechtig vast aan hun grotere ideologische broeders in Wallonië, terwijl de conservatieve partijen ofwel geen ideologische tegenhanger hebben (N-VA en VB) ofwel doorheen de jaren zo vervreemd geraakt zijn dat ze enkel nog verre familie lijken (CD&V en haar Waalse tegenhanger CDH).

Het Vlaanderen van 2020 is dus een schizofrene, gespleten natie. De progressieve Vlaamse partijen denken nog steeds in termen van een Belgische democratie, terwijl de conservatieve Vlaamse partijen uitgaan van de Vlaamse democratie. Dat werd recent nogmaals geïllustreerd in de abortuskwestie. De progressieve Vlaamse partijen, samen met Open VLD, deinzen er niet voor terug om federaal standpunten door te drukken waarvoor in Vlaanderen geen democratische meerderheid bestaat.

In een recente column ter gelegenheid van de Vlaamse feestdag op 11 juli, vroeg Kristof Calvo van Groen zich in De Morgen vervolgens af waarom “Vlaams” altijd zo “anti-Belgisch” moet zijn. Het abortusvraagstuk deed echter eerder een andere vraag opborrelen: waarom moet Belgisch zo nodig anti-Vlaams zijn?

De neiging van Vlaamse progressieve partijen om allerlei zaken federaal door te duwen tegen de Vlaamse meerderheid in, is nefast op twee vlakken. Ten eerste leidt het tot gemakzucht omdat er zelfs niet meer geprobeerd wordt een meerderheid te creëren in Vlaanderen voor progressieve voorstellen. Ten tweede leidt het tot een vervreemding van grote groepen Vlaamse kiezers die keer op keer merken dat de Vlaamse progressieve partijen eigenlijk lak hebben aan de uitkomst van de eigen Vlaamse democratie.

Deze “één en ondeelbaar”-strategie met de Franstalige tegenhangers leidt verder tot een aantal pijnlijke inconsequenties die de geloofwaardigheid van de Vlaamse progressieve partijen verder onderuit halen.

Zo probeert Groen zich al jaren van “verbinden” haar credo ta maken. In de praktijk heeft het zich gewoon vastgeklonken aan Ecolo, een partij waar je soms de indruk van krijgt dat ze met zowat de helft van het Vlaamse electoraat niets te maken wil hebben. Bovendien vindt Groen het blijkbaar absoluut geen probleem dat ze met even veel stemmen als Ecolo drie federale zetels minder krijgt. Tot slot zorgt de gemeenschappelijke lijst in Brussel ervoor dat Groen nooit een opmerking zal maken over het systematische en flagrante schenden van de taalwetgeving. Zoiets past nu éénmaal niet in het Groene kumbaya-refrein.

De naïviteit waarmee Groen zich laat misbruiken door Ecolo is zo onmiskenbaar dat men zich moet gaan afvragen of de leiders van Groen gewoon sado-masochistische neigingen hebben. Het enige resultaat van deze alliantie is dat Groen overal aan de zijlijn komt te staan en niet op het beleid kan wegen, noch Vlaams, noch federaal. Vreemd voor een partij met een federale fractievoorzitter die ooit een boek schreef met de ronkende titel “F*ck de zijlijn”.

SP.A van haar kant wil af en toe wel een eigen koers varen, maar zodra het er echt op aankomt, voel je dat men zonder de PS toch gewoon niet durft. De symboliek van de SP.A die nu zelfs gaat samenhokken met de PS in hetzelfde kantoor, met een relatie huisbaas-huurder, maakt het des te pijnlijker. Bovendien zorgt deze alliantie ervoor dat de SP.A zich op geen enkel moment te kritisch kan uitlaten over het nog steeds welig tierende socialistische cliëntelisme in Wallonië en Brussel. Samusocial, Publifin of het recente incompetente/corrupte potverteren van miljoenen voor het station van Bergen, de thuisstad van PS opperhoofd Elio di Rupo? SPa. stond erbij en keek ernaar.

Over PVDA moeten we het al helemaal niet meer hebben. Als progressieve partij hunkeren naar een ideologie van 100 jaar geleden en het unitaire België van 200 jaar geleden. Moet er nog zand zijn?

Dit alles toont aan dat er een interessant gat gaapt in de Vlaamse kiezersmarkt. Een nieuwe progressieve Vlaamse partij die wél consequent pleit voor een verdere regionalisering van België, en tegelijkertijd ook de Vlaamse democratie respecteert, zou op zijn minst verfrissend kunnen genoemd worden.

Een steile klim bergop, dat wel, want na 20 jaar politieke dominantie van de N-VA zijn veel Vlamingen doordrongen van een vals paradigma. De Vlaamse grondstroom zou volgens de N-VA immers rechts-conservatief zijn. Wie dus voor meer Vlaamse bevoegdheden is, maar eerder progressief denkt, past niet goed in dat paradigma. De progressieve Vlaamse partijen Groen, SP.A en PVDA houden diezelfde progressieve kiezers dan weer voor dat je als progressieve kiezer het neo-Belgicisme moet omarmen, al was het maar om je diametraal af te zetten van de N-VA.

Intussen onderhandelt uitgerekend de PS vrij complexloos over een verdere regionalisering, waardoor de Vlaamse progressieve partijen eigenlijk in hun hemd gezet worden. Een partij kan dus toch perfect én progressief én regionalistisch zijn. Laten we hopen dat bij de volgende verkiezingen de Vlaamse kiezer ook opnieuw deze optie krijgt aangeboden: een progressieve, Vlaams-regionale partij.

Jan Wostyn is gastauteur voor Vlinks