07/03/20 om 14:49  Velen verwarren het recht om te kwetsen met een vermeend gebod om te kwetsen, soms ook als de ‘dictatuur van de lach’ omschreven’, schrijft Gert Verwilt van Vlinks naar aanleiding van een aantal recente discussies over de vrijheid van meningsuiting.

In Turkije kan zingen in het Koerdisch een aanleiding zijn om tot 19 jaar celstraf veroordeeld te worden. Het overkwam de Koerdische jonge vrouw Nûdem Durak. Niet enkel zingen is in het semi-dictatoriale regime van Erdogan niet zonder risico, ook wat je schrijft kan verstrekkende gevolgen hebben. De bekende auteur en journalist Ahmet Altan werd tot een levenslange gevangenisstraf veroordeeld wegens het verspreiden van ‘subliminale boodschappen’ voorafgaand aan de coup van 2016. Gelukkig leven we hier niet in een dictatuur of een politiestaat, maar in een democratische rechtsstaat. Een van de rechten die door de rechtsstaat gewaarborgd worden is de vrijheid van meningsuiting. Men wordt in België niet gestraft wegens het maken van muziek of het schrijven van boeken. En gelukkig maar.

Rekkelijke wetgeving

De vrijheid van meningsuiting gaat in België zeer ver. Men mag schokken, kwetsen, zelfs scheldwoorden of denigrerende termen gebruiken. Verboden is evenwel publiekelijk andere personen “aanzetten tot” (oproepen tot) discriminatie, haat of geweld tegenover bepaalde personen of groepen. Unia geeft op haar website enkele voorbeelden. Het kleven van stickers met het opschrift ‘ons socialisme is nationaal’ op verkeersborden en ramen van het museum van de Dossin-kazerne werd strafrechtelijk beteugeld. Zo ook de straatpredikant die homo’s een gruwel noemde en gelijkstelde met pedofilie. Religieuze, culturele of historische factoren bepalen de perceptie binnen een samenleving. In bepaalde landen is blasfemie (of godslastering) een misdrijf dat soms zelfs met de doodstraf kan worden bestraft.

Duitsland lacht er niet mee

In Duitsland is de wetgeving inzake vrijheid van meningsuiting nogal stringent naar West-Europese normen. Dat heeft veel, zoniet alles te maken met de nationale geschiedenis. Symbolen die verwijzen naar het nationaalsocialisme zijn verboden, tenzij het uitdrukkelijk de bedoeling is om zo deze abjecte ideologie te bestrijden. Wat gebeurde op Aalst carnaval is bij onze oosterburen dus ondenkbaar, ook al omdat de gevoeligheden dienaangaande nog groter zijn. ‘Nie Wieder‘ klinkt als een echo doorheen het Duitse recht. De Duitse samenleving wil een ‘weerbare democratie’ zijn en daarom heeft de wetgever het misdrijf van Volksverhetzung -aanzetten tot haat – in het Duitse strafwetboek geïntroduceerd. Het aantasten van de menselijke waardigheid van groepen – of personen die tot die groepen behoren – wordt als een apart misdrijf aanzien, los van de wetgeving op de vrijheid van meningsuiting. Wie anderen doelbewust beschimpt of kleineert wegens het behoren tot een specifieke bevolkingsgroep maakt zich strafbaar. De drempel ligt in Duitsland dus laag.

Paradoxen in de VS

In de VS daarentegen wantrouwt men van oudsher de overheid en wil men diens macht inperken. Er kan in de VS meer. Manifestaties van neonazi’s of de Ku Klux Klan zijn niet verboden. Die Angelsaksische ‘laissez faire‘-traditie krijgt echter tegenkanting vanuit activistische hoek. Niet zelden worden mensen met een onwelgevallige mening ‘gedeplatformd’, wat inhoudt dat hen het spreken op universitaire campussen of andere fora wordt ontzegd. De ruime wettelijke marge wordt ook en vooral nog op een andere wijze beknot. Alsmaar meer wordt de publieke opinie aan gene kant van de Atlantische Oceaan gevoeliger voor seksisme, racisme, discriminatie van minderheidsgroepen of platvloerse, grove uitspraken die de gevoelens van mensen die tot die minderheidsgroepen behoren, zouden kunnen kwetsen. Dit fenomeen heeft menig politicus, bedrijfsleider of anderen – vaak mensen in een prominente positie – de kop gekost. Een pervers effect van deze evolutie is dat op zijn beurt de meme-cultuur radicaliseert, als uitlaatklep voor politiek incorrecte meningen.

Applaus voor Faurisson

Moraliteit maakt geen wettelijke beoordelingsgrond uit. We kunnen met z’n allen de memes van Schild & Vrienden of de uitspraken van Jeff Hoeybergs veroordelen, maar ze situeren zich naar alle waarschijnlijkheid binnen de perken van de wet. Vaak is het een grijze zone. Nadat de Franse komiek Dieudonné, berucht om zijn antisemitische uitspraken, in 2009 door een man in een streepjespak – onder luid applaus – de ‘trofee voor de niet frequenteerbaarheid’ liet overhandigen aan de bekende negationist Robert Faurisson, werd hij door het Franse gerecht veroordeeld wegens het aanzetten tot haat.

Nog in Frankrijk is de organisatie Licra zeer actief in de bestrijding van haat en discriminatie in het algemeen en antisemitisme in het bijzonder. Deze Ligue contre Le Racisme et l’ Antisémitisme – met meer dan 3.000 actieve leden – ontstond in 1927, als steun aan een joodse communist die een Oekraïner had vermoord die de hand had in verscheidene pogroms – moordpartijen op joden – in zijn thuisland. In een vlammend artikel hekelde Licra de carnavalsvieringen in Aalst Carnaval, het Kroatische Imotski en het Spaanse Campo de Criptana. Aalst Carnaval werd het gebruik van antisemitische stereotypen verweten, de carnavalvierders in Imotski werden gehekeld omdat poppen die een kussend homokoppel voorstelden, werden verbrand, die van Campo de Criptana wegnes een praalwagen als gaskamer, vergezeld van dansende joden in streepjespakken .

Intentie als scheidslijn

Als we context en intentie in de analyse betrekken lijkt het me evident dat vooral de carnavalvierders in Imotski zich op zeer glad ijs begaven. Dat de organisator van het lugubere spektakel beweerde op te komen voor conservatieve waarden en zei het juiste te hebben gedaan, duidt op intentioneel – en dus strafbaar – handelen. Men kan discussiëren over de opportuniteit van rijdende gaskamers in combinatie met joodse gevangenen, over joodse poppen met muizen in de hand en het voorstellen van joden als geldwoekeraars – karikaturen die ook voorkwamen in de iconografie van het nationaalsocialisme – maar de Spaanse en Aalsterse carnavalisten wilden naar alle waarschijnlijk geen haat zaaien: zoek geen kwade wil in wat ook aan lichtzinnigheid kan worden toegeschreven. Met die nuance dat, ook al waren de karikaturen van 2019 niet kwetsend bedoeld, ze het wel in de feiten waren, met name voor joodse mensen die dierbaren in de holocaust hebben verloren. Het plezier van de ene is soms het verdriet van de ander, ook dat is deel van de condition humaine.

Verbod op censuur werkt in beide richtingen

Wanneer mensen het – wettelijke – recht hebben te kwetsen, hebben anderen op hun beurt het recht om hier hun mening over te geven. Het is een verkeerde voorstelling van zaken om ‘Je suis Charlie’ in te vullen alsof de vrijheid van meningsuiting een vrijbrief inhoudt om van kritiek gevrijwaard te blijven. De vrijheid van meningsuiting geldt ook voor zij die vinden dat iets schokkend, kwetsend of ongepast is. Wie die laatsten dat recht wil ontzeggen maakt van Charlie iets wat ‘hij’ nooit geweest is. Het recht om dingen te bekritiseren houdt echter op wanneer men dat met geweld wil afdwingen. De Franse tiener Mila had ontegensprekelijk het recht om de religie van haar belager te beledigen, temeer daar hij zijn aversie van haar geaardheid rechtvaardigde door te verwijzen naar zijn religie. Mensen hadden op hun beurt het recht hun afkeuring te uiten over deze beledigingen. Ze hadden echter niet het recht om Mila te bedreigen, laat staan die bedreigingen ten uitvoer – In Frankrijk weet men maar al te goed wat dit betekent – te brengen. Joden of anderen hebben het recht om hun gekwetstheid na Aalst carnaval publiekelijk te ventileren. Het verbod op censuur werkt in beide richtingen en kan zelfs louterend werken. Du choc des idées jaillit la lumière.

Recht om te kwetsen is geen gebod om te kwetsen

Velen verwarren het recht om te kwetsen met een vermeend gebod om te kwetsen, soms ook als de ‘dictatuur van de lach’ omschreven. Men kan lachen met andermans leed, maar dat hoeft niet. De meest grove dingen worden gezegd onder het mom van ‘vrije meningsuiting’ en tegelijk is iedereen bij het minste beledigd of diep gekwetst. We zijn met zijn allen ‘over onze toeren’, de vraag is wat we kunnen doen af te koelen. Tip: een gezonde dosis empathie en wat (zelf)reflectie hebben nog nooit iemand geschaad. Een (carnavalesk) voorbeeld om dit te illustreren.

In het Slovaakse dorpje Dolna Trnavaka haalde de partij van de extreemrechtse politicus Marian Kotleba bij de vorige verkiezingen meer dan 30 procent van de stemmen. Kotleba heeft het vooral op de Roma gemunt. Toch waren tijdens het plaatselijke carnaval mensen als Roma verkleed. Onder hen Katarina Suvlakova, een docente Engels die zich hevig verzet tegen de ideeën van Kotleba. Op de vraag van de journalist of ze door die kledijkeuze niet bijdroeg aan de heersende stereotypering, antwoordde ze eerst ontkennend. En dan ‘Ik moet erover nadenken’. Il n’y a que les fous qui ne changent pas d’ avis.

Gert Verwilt is kernlid van Vlinks