29/02/20 om 16:02 ‘Wie carnaval in Aalst aanwijst als folklore, die kent er werkelijk niets van’, schrijft Johan Velghe van Vlinks, die lang in Aalst gewoond heeft. ‘Carnaval dient niet ongenuanceerd gelyncht te worden.’

Wie wetten overtreedt wacht schuldbeoordeling, berisping, bestraffing en boete. Zo hoort het in een rechtsstaat. Niemand mag hieraan ontsnappen, ook niet de zeloten van een te veelvuldig om de hoek loerend racisme, mét inbegrip van vermomde carnavaleske (?) versies. Carnaval is geen vrijgeleide om wetten te overtreden, niet om dronken achter het stuur te kruipen, niet om eigendommen te beschadigen, niet om messen te trekken, niet om seksueel handtastelijk te zijn, niet om hatelijke boodschappen te trompetteren.

Wie Aalst carnaval iets wil opdringen, weet op voorhand dat hij de uitgang gewezen zal worden.

Een wet die ordonneert dat Aalst-carnaval koploper van goed fatsoen en Belgische waarden dient te zijn bestaat vooralsnog niet. De Heer weze geprezen, want meer dan voor onfatsoen en onwaardigheid is de vrees terecht voor wie de waarden in nieuwe Tien Geboden zal schrijven. Wacht er een Belgisch canon? Dalen eerste minister Sophie Wilmès, een twitterende Israëlische minister of Emmanuel Nahshon, Israëlische ambassadeur in België, hiervoor van de berg Tabor? Meppen zij daarbij de totaliteit van Aalst tot moes, zoals hun ongenuanceerde twitter- en persberichten weergeven? Uitgerekend Aalst waar tijdens de Tweede Wereldoorlog twee keer zoveel ‘achterhuizen’ actief waren dan eerder gedacht. Joden werden er gered door gewone Aalstenaars met het hart op de juiste plaats, zo blijkt uit recent historisch onderzoek.

Nuance is allerminst een door de Israëlische regering beoefende deugd. Anti-semitisme en anti-zionisme worden er in dezelfde zak gestopt. Zo wordt dubieuze Salonfähigkeit gekocht voor een op z’n zachtst uitgedrukt betwistbaar regeringsbeleid en staatsbelang. Alle hens aan dek hierbij, van Unesco tot de Raad van Europa, van de Joodse Wereldraad tot de Antwerpse N-VA en de in eerdere daden als schepen van Sint-Genesius-Rode franskiljons handelende Sophie Wilmès. Goliath tegen een Aalsterse David-zonder-slinger-en-steen.

Verstaat Sophie Wilmès onder Belgische waarden en waardigheid de partijpolitieke benoemingen? Of gaat het over uitblijven van protest én actie tegen het gevangen zetten van democratisch verkozen Catalanen? Of zijn het de armoedecijfers die ons land sieren? Misschien zijn het de begrotingsresultaten van haar restregering, zo niet het niet naleven van taalwetten? Wellicht de komedie van de federale regeringsvorming? Dienen we meer het model van ons koloniaal verleden voor ogen te houden? Zeer zeker zijn Belgische waarden van tel in de plat-op-de-buik houding van dit land voor wat het Cetaverdrag betreft. Waar is ’s lands waardigheid bij het wegkijken van het sloopwerk inzake Hongkongse democratie en de 1 miljoen Oeigoeren in Chinese gevangenissen, het nauwelijks trillen van een ooglid bij de zoveelste vernielingsraid gericht op Belgische ondersteuningsprojecten in Palestina,…?

Carnavalvierend Aalst heeft geen nood aan opgedrongen waarden met politiek of individueel profileringsgewin als beademing. De waarde van carnaval in de eigenzinnige stad aan de Dender is verbinding. Vijfduizend carnavalisten (inclusief nieuwe Vlamingen) bevolken de stoet, één element van de heftige driedaagse. Tachtigduizend toeschouwers, quasi allemaal uit eigen stad en de Denderstreek. Op één krant na, focusten alle Vlaamse kranten in hun maandagse verslaggeving op dat ene facet en zetten daarmee vooral hun eigen betoog van het grote gelijk in de kijker. Carnaval is een weldaad voor Aalst. Het werkt intergenerationeel, het zet (bij de vaste groepen) aan tot een werkattitude, het brengt beroepsvaardigheden bij, het doorbreekt rang en stand, het stimuleert creativiteit, het zorgt voor fierheid (mag het nog?).

Wie carnaval – overigens in Aalst is het ‘vastelauved‘ – iets wil opdringen, weet vooraf dat hij/zij de uitgang gewezen wordt. Wie carnaval in Aalst aanwijst als folklore, die kent er werkelijk niets van. Aalst heeft een eeuwenlange vastelauved-traditie, de zondagse stoet nadert een honderdste editie.

Nooit eerder werd Aalst zo wereldwijd geviseerd. Laat ons toe hierbij te twijfelen aan het toeval. De carnavalsgeschiedenis is net zoals de politieke wereld, het bedrijfsleven, het maatschappelijk reilen en zeilen,… gemarkeerd door crisissen, crisettes en incidenten. Niets menselijks is ook carnaval vreemd. De Aalstenaars kwamen er steeds zelf uit. Zo zal nu ook geschieden. Het Aalsters collectief geheugen vergeet het litteken van de Bende van Nijvel niet. Aalst jent de underdog niet.

Waar het toch fout loopt, mag geen vrijspraak volgen omdat het maar om carnaval gaat. Maar carnaval dient niet ongenuanceerd gelyncht te worden. In Aalst wordt nog gepraat, gediscussieerd, geargumenteerd, ruzie gemaakt,… om finaal samen hartsgrondig carnaval te verdedigen en de loutering in te zetten.

Carnaval in Aalst is geen gemakkelijke oefening, geen excuus op zich, want wie op het spreekwoordelijk podium klimt, dient bestand te zijn tegen terechte én onterechte kritiek. Carnaval is het spel dat er gespeeld wordt op het scherp van de snee. Het wekt de lach op bij wie over een olifantenvel beschikt. Carnaval heeft er geen uitstaans met dansmariekes en andere Rijnlandse showimport die in de komende weekends vele straten van Vlaamse gemeenten bevolken.

De Aalstenaar wil meer én scherper: een brok onvervalste klassenstrijd, de opstand van de onderdaan tegen de heersende machthebbers en andere ijdeltuiten. Maar… – jammer, schreef ik bijna – worden hierbij enkel piepschuim en dialect gehanteerd. ’n Beetje onschuldiger dan het van haat druipend tokkelwerk van verborgen trollen op de sociale media.

Beweren dat in Aalst enkel de taal van de onderbuik regeert, is alweer een vertekend beeld. Journalist Filip Van Ongevalle heeft het in De Standaard zelfs over ‘zoveel schoonheid, verfijning en humor’, daarbij verwijzend naar die groep die geen veelbesproken sabbatjaar nam, maar een ciabattajaar en verkleed als ciabatta’s opstapte. Zo absurd, zo Aalsters, geweldig toch.

We beschikken over een arsenaal aan wetten om te beteugelen. Die dienen onverwijld toegepast wanneer racisme en anti-semitisme aanzetten tot haat, bagatellisering van de holocaust en negationisme. Het tribunaal moet oordelen en na beraad de strafmaat bepalen.

Behoeden we ons echter voor zij die zich van Aalst-carnaval bedienen om een andere agenda in te vullen en de valse profetie van Belgische, en nu ook al Europese waarden prediken. Laat ons niet meehuilen met zij die carnaval in Aalst tot moes en folklore willen vermalen. Laat ons met Bruegel de strijd van vastenavond voeren en vieren.

Johan Velghe is kernlid van Vlinks