18/01/20 om 18:53 ‘Vandaag resten weinig redenen om vijftig jaar staatshervorming te vieren. De foute fundamenten zijn nog altijd niet geheel en al gesloopt’, schrijft Johan Velghe van Vlinks over de federale formatie.

Terwijl de uitdagingen groot zijn, gijzelen partijen aan Vlaamse en Franstalige zijde de vorming van de federale regering.

Het in 1830 in elitaire geest en op foute fundamenten van ongelijkheid opgetrokken huis was tegen de daaropvolgende eeuwwisseling al uitgewoond. De socialistische voorman Jules Destrée markeerde het met: ‘Sire, il n’y a plus de Belges’.

Vandaag resten weinig redenen om vijftig jaar staatshervorming te vieren. De foute fundamenten zijn nog altijd niet geheel en al gesloopt. De elitaire geest waart nog altijd rond. De staatsstructuur is door de opeenvolgende onderhandelaars van de staatshervormingen verzand in een onoverzichtelijke mikmak van gefragmenteerde bevoegdheden. Het verkregen Vlaamse zelfbestuur is pokdalig.

Vlamingen waren ooit tweederangsburgers omdat ze niet in het plaatje pasten van het Belgische elitaire denken en handelen. Vandaag telt dit land, zo ook Vlaanderen, nog altijd tweederangsburgers. Kinderarmoede, discriminatie, ongelijke toegang tot onderwijs en opleidingen, het tekort aan gezonde en betaalbare sociale woningen,… Deze vormen het hellend vlak van de groeiende ongelijkheid.

Weg van mantra’s (jobs, jobs, jobs) en van dogma’s (het behoud, willens nillens, van het instituut België) scherpt het inzicht aan van het noodzakelijke grote akkoord, ‘big deal’, of het oversteken van de Rubicon.

België en Vlaanderen tellen niet één, maar vele Rubicons: communautair, ideologisch, vooroordelen en foute percepties, de particratie, grote partijpolitieke ego’s, het demoniseren van de tegenstander en het eeuwige vijanddenken.

Ook al weten we dat wie ooit echt de Rubicon overstak, zoals Adolf Daens en zijn daensisten, eerst verketterd werden vooraleer (tergend traag) erkenning te krijgen voor daden en gedachten die gesteld en geuit werden met een vol hart, sterke ratio en rechtlijnigheid. Die ideeën zijn blijvend actueel. Zij, de weinigen zoals de stedelingen van 1302, geuzen en Willem van Oranje, vroege socialisten, Fronters in WO1, de eerste lichting verzetslui in WO2, de prille Agalev’ers,… die in onze geschiedenis ooit de Rubicon overstaken, ondernamen memorabele acties waarop onmogelijk teruggekomen kon worden.

Toen Julius Caesar in 49 voor Christus de Rubicon tussen de Romeinse staat en Gallia Cisalpina overstak, overschreed hij de wet die stelde dat een generaal uit het noorden met zijn leger het onbetekenende stroompje als een reële grens diende te erkennen, ter bescherming van de Romeinse staat en senaat. Caesar veegde de wet aan zijn generaalslaars en pleegde hiermee een staatsgreep die vier jaar burgeroorlog als inleiding meekreeg.

Het is te simplistisch om België de voorbeelden van de recente regeringsvormingen in Oostenrijk en Spanje onder de neus te wrijven. De omstandigheden vallen nauwelijks te vergelijken. Anderzijds is het onmogelijk geachte mogelijk maken precies het wezen van het politieke bedrijf.

Een meewarige blik op het zwellend sukkelstraatje, ongeloof over zoveel narcistisch vertoon, pure onverschilligheid als gevolg van vele desillusies met een duik in de slangenkuil van extreemrechts voor gevolg, bieden geen uitweg.

Karel Van Eetvelt wees politieke verandering aan met een pleidooi voor een nieuwe politieke beweging. Zijn bocht is ondertussen geland (of is het gestrand?) in het Anderlechtse Lotto Park. Verandering is daarmee geen afgeschreven project, zolang partijen en beleidsvoerders zichzelf niet als norm hanteren. Een groot akkoord tussen partijen die vandaag het licht in elkaars ogen niet gunnen, kan een oversteek van de Rubicon betekenen.

Dat geldt evenzeer voor het aantreden van een nieuwe lichting politici waar verbinding voorop staat en voor het plaatsruimen voor praktijken van basisdemocratie. Voorwaarde is dat het fundament gevormd wordt door de terechte en oprechte bekommernis voor al wie in de hoek staat waar de klappen vallen. De ‘big deal’ dient gevoed te zijn door én gelijke politieke rechten, én economische gelijkheid, én gelijke sociale kansen. En dat is veel meer dan een onder voorwaarden in het vooruitzicht gesteld pensioen van minstens 1.500 euro.

Johan Velghe is woordvoerder van Vlinks