21/12/19 om 15:15 ‘Met veel toeters en bellen worden aalmoezen bijeengebracht, maar over het systeem dat armoede en ongelijkheid in stand houdt hoor je slechts oorverdovende stilte’, schrijft Edi Clijsters van Vlinks.

Bij de zoveelste reclame voor ‘De Warmste Week’ hoorde ik plots mezelf brommen, en niet van enthousiasme. Oei. Is Vlinks dan, luidens het eigen handvest, niet tegelijk Vlaams en sociaal-progressief? Zet het zich niet in voor een warm en inclusief Vlaanderen? Jazeker. Zonder enige twijfel. Vanwaar dan die reactie?

Omdat ik vrees dat de plotse vlaag van menslievendheid maar kortstondig soelaas brengt. De structurele problemen worden er niet mee opgelost en de passages van sommige bedrijven doen denken aan liefdadigheid van de ergste, 19de-eeuwse soort.

De gaten in het sociale vangnet worden niet vanzelf groter, ze worden groter gemaakt.

Zo. En dan nu de nuances. Natuurlijk kan je beter – neen: moét je – mensen voorzien van bed, bad en brood dan ze te laten creperen op straat. Natuurlijk zijn er ook in dit stinkend rijke land nog tal van mensen die tussen de plooien vallen van de welvaartsstaat, zeker als die plooien bewust breder worden gemaakt. Natuurlijk lopen de vele duizenden vrijwilligers over van goede bedoelingen, en doen ze niet zomaar mee omdat de nachtmis nu eenmaal passé is, omdat ze een goed lief hopen tegen te komen, of om even te ontsnappen aan de verstikkende obligate gezelligheid van de huiskring.

Wat is er mis mee dat ze ook zichzelf een warm gevoel bezorgen, door eventjes bij te dragen tot een fractie van een onderdeel van een druppel op een gloeiende plaat? Het is hun gegund.

Met alle verschuldigde en oprechte respect voor de belangeloze inzet van al die vrijwilligers, maar bij al dat strovuur van menslievendheid kunnen ook vragen worden gesteld. Hoe (on-)zinnig is die kortstondige inzet als nadien – wanneer het strovuur en de daaropvolgende schranspartijen en nieuwjaarsbubbels achter de rug zijn – weer een zekere vrijwillige blindheid intreedt? Dat klinkt niet erg vriendelijk. Maar je kan het toch niet anders noemen wanneer mensen zich na zo’n opgefokte ‘warme week’ weer emotioneel en rationeel afsluiten voor vaststellingen die niet prettig zijn, maar daarom niet minder evident.

Zoals bijvoorbeeld deze: dat de gaten in het sociale vangnet niet van nature groter worden, maar groter worden gemaakt. Dat de extreem onrechtvaardige ongelijkheid (hier te lande vooral als ongelijkheid van kansen) geen natuurwet is, of door een of andere godheid opgelegd, maar het resultaat van machtsverhoudingen tussen mensen. Die machtsverhoudingen berusten op – en worden in stad gehouden door – een systeem dat een naam heeft, en dat in de vorige eeuw een paar keer serieus aan het wankelen ging, maar nu in rots gebeiteld lijkt. Of je het nu ‘kapitalisme’ noemt of ‘ongebreidelde vrije markteconomie’ maakt weinig uit. Wat telt is het soort samenleving dat er uit voortvloeit. En daar scheelt wel het een en ander aan.

Over de vraag of je dat systeem nu tot in zijn laatste vezels moet omverwerpen dan wel ‘sociaal corrigeren’ kunnen de meningen verschillen. In de vorige eeuw werd het eerste in enkele landen geprobeerd, met bedroevend resultaat. De tweede aanpak zorgde in West-Europa voor ‘trente glorieuses’ jaren van toenemende welvaart en een (ietwat) betere spreiding daarvan. Maar anno 2020 durft nauwelijks nog iemand de kwaal bij haar naam noemen. Er wordt gebenefiet dat het een lieve lust is, maar aan de kanker van onderdrukking en ellende verandert dat nauwelijks iets.

Even op adem komen met een volstrekt denkbeeldige dagdroom. De situatie: een kind lijdt aan een zeldzame maar levensgevaarlijke ziekte; er bestaat een medicijn, maar dat is meer dan peperduur, het is eigenlijk onbetaalbaar. Een geweldige benefiet-actie brengt toch die waanzinnige som bij elkaar. Kind gered. Waaw. Steekvlam-menslievendheid heeft gezegevierd tegenover een vrije-markt-aanpak die letterlijk neerkomt op een variant van het aloude ‘uw geld of uw leven’.

De dagdroom dan. Een speciale anti-terreureenheid van onze onvolprezen strijdkrachten valt binnen bij de baas van de betrokken farma-firma en eist niet alleen een tiental dosissen van het beruchte medicijn, maar ook een verbintenis dat de firma voortaan niet meer dan redelijke prijzen zal vragen voor haar producten. Hoera. Ons land staat aan de juiste kant van de geschiedenis en wordt overal toegejuicht… Had u gedacht.

Maar neen: de hele farmawereld, meer nog: de hele bedrijfswereld in binnen- én buitenland schreeuwt zijn afschuw uit en dreigt met hel en verdoemenis; de president van de VSA toetert dat “wie aan de vrijemarkteconomie raakt, raakt aan de vrijheid zelf” en laat een elite-eenheid de gijzeling ongedaan maken. Dat de CEO daarbij ook omkomt is een detail; het systeem is gered. En iedereen die ergens ook maar een beetje macht heeft, veroordeelt de gijzeling en waarschuwt dat geweld nooit een goede oplossing is.

Alleen kan je je, met alle schandelen die aan de oppervlakte komen, ook de vraag stellen hoeveel machtelozen er al gegijzeld zijn door het farmawereldje – en bij uitbreiding het kapitalistische systeem. En waarom wordt tegenover de term ‘geweld’ niet steevast en systematisch de term ‘structureel geweld’ te berde gebracht? Dat is een wrang maar zeer treffend begrip.

Structureel geweld betekent dat dag in, dag uit ontelbaar veel mensen gefnuikt worden in hun mogelijkheden, geen menswaardig bestaan kennen, en uiteindelijk langzaam creperen … maar dan niet door oorlog of natuurrampen, maar als gevolg van de structuur van de samenleving. Lees: van de tomeloze winsthonger van een ongebreidelde vrijemarkteconomie. De uitwassen van het systeem zijn uitbuiting en onderdrukking, en die worden systematisch in stand gehouden.

De uitdrukking ‘structureel geweld’ werd meer dan een halve eeuw geleden gelanceerd door de Noorse wetenschapper Johan Galtung (nochtans bepaald geen linkse rakker) die onderzocht welke maatschappelijke verhoudingen nodig zijn om vrede te bewerkstelligen. Maar al honderddertig jaar geleden vertolkte de Amerikaanse schrijver Mark Twain dezelfde gedachte in een vlammend betoog over het verschil tussen de kortstondige Terreur van de Franse Revolutie en de eeuwenlange stille terreur van uitbuiting en onderdrukking die daaraan voorafging. Over de eerste wordt met afschuw verhaald in alle scholen, aldus Twain; over de tweede wordt steevast gezwegen.

Zo gaat het ook in de warmste week. Met veel toeters en bellen worden aalmoezen bijeengebracht, maar over het systeem dat armoede en ongelijkheid in stand houdt hoor je slechts oorverdovende stilte.

Edi Clijsters is kernlid van Vlinks