21/09/19 om 13:55 ‘Tegenover de lege doos van een “Vlaamse Canon” zouden we liever een herstel van gemeenschappelijkheid plaatsen’, schrijft Kevin De Laet van Vlinks. ‘Een natie bouw je niet door een geschiedenisboek te schrijven.’

De ‘Vlaamse Canon’ die door Bart De Wever werd voorgesteld is al een begrip nog voor dat het werd samengesteld, maar is eigenlijk niet zo nuttig op dit moment. Waar onze Vlaamse gemeenschap véél meer nood aan heeft is een herstel van de “commons”, van ons gemeenschappelijk bezit dat de voorbije decennia in de uitverkoop werd gezet door de doctrine van het marktfundamentalisme. Een natie bouw je immers niet met voorgeschreven geschiedenisboeken, wel met gemeenschappelijk beheerde hefbomen en publieke ruimtes. Zoals collega Tom Garcia van Vlinks vorige week beargumenteerde is het verdwijnen van België sowieso iets waar we ons best toch op voorbereiden, maar wat er dan in de plaats komt als ‘Vlaamse’ opvolger zou wel eens kunnen tegenvallen als het louter van een “canon” moet afhangen. Of van zwartgele burgemeesterlintjes.

Dat idee van een ‘Vlaamse Canon’ was goed voor een hele rel in de (sociale) media. Geen enkel voorstel uit de nota beroerde zo hard de gemoederen en het werd, heel voorspelbaar, meteen beschimpt en beschoten vanuit de linkerzijde, en toegejuicht door (een deel van) de rechterzijde. Heel wat kritiek was trouwens wel terecht. Een ‘canon’ met als expliciet doel om een nationale identiteit vast te leggen, kan wel eens een bijzonder enggeestig en zeer doctrinair verhaal worden, een fantasie over wat de ideale Vlaming zou moeten zijn. Maar op zich is er in een ‘canon’ ook wel ruimte om meerdere kanten van de geschiedenis te belichten. Eigenlijk is dat niet eens zo relevant, want het zal niet die canon zijn die een hechte Vlaamse nationale identiteit zou smeden. Een natie bouw je niet door een geschiedenisboek te schrijven. Als zoiets al zou bestaan, dan is het eerder een gevolg van het reeds bestaan van een zelfbewuste natie. Een “canon” zal het verschil niet maken.

Laat ons beginnen met de vraag waarin Vlaanderen, als natie, dan wel zou verschillen van andere naties. Dat is een debat dat eigenlijk wel redelijk complex is, want we leven in een tijdperk van (dikwijls bewust gestuurde!) globalisering en Europese harmonisering. Een tijdperk waarin het marktatomisme de heersende doctrine is: er wordt steeds meer domein van de collectieve, publieke sfeer naar de marktsfeer verplaatst, waardoor er steeds minder zaken zijn die nog echt als ‘nationaal’ gekarakteriseerd kunnen worden. Wat heeft Vlaanderen (of België zo u wil) nog als nationaal bezit? Wat maakt dit land uniek (wat niet hetzelfde is als ‘beter’)? Wat hebben we nog gemeenschappelijk op dit specifieke grondgebied, dat door alle inwoners wordt gedeeld maar exclusief aan ons als gemeenschap toebehoort? Alsmaar minder, eigenlijk, want de vermarkting raast als een bulldozer dwars door de nationale grenzen.

De privatisering van het collectieve domein gaat gestaag voort. Voor onze energievoorziening zijn we nagenoeg geheel afhankelijk geworden van enkele buitenlandse multinationals. Wordt het openbaar vervoer binnenkort ook aan (mogelijk buitenlandse) private ‘investeerders’ overgelaten? Onze havens, industrie en diensten zijn steeds meer in handen van belangengroepen die aan niemand enige democratische verantwoording moeten afleggen. Onze openbare ruimte wordt meer en meer geïncorporeerd door private, niet zelden speculerende vastgoedmaatschappijen. Wie in de doorsnee Vlaamse stad rondloopt ziet steeds meer de lokale winkels plaats maken voor een beperkt aantal grote ketens die geenszins de Vlaamse cultuur verkopen (wat die ook zou mogen zijn), maar een geglobaliseerde eenheidsworst. Een ‘Vlaamse Canon’ gaat dit niet veranderen. Nederland heeft sinds enkele jaren wel een officiële canon, maar aan de Nederlandse universiteiten kan je zelfs haast niet meer in het Nederlands studeren.

In de Britse economische geschiedenis wordt wel eens gesproken over de commons. Dat is een begrip dat vroeger wel werd vertaald als ‘de meent’, je kan het ook vertalen met ‘gemeenschappelijkheden’: veelal publiek bezit, gewoonlijk vrij toegankelijk voor iedereen. Historisch gezien gaat het dan over grond en natuur, zoals bijvoorbeeld een bos, maar ook diensten, informatie en kennis kunnen deel van de ‘commons’ uitmaken. Het moderne kapitalisme ontstond deels toen gemeenschappelijk gebruikte gronden werden afgesloten door private eigenaars. ‘Enclosure‘ heet dat, en dat was vaak letterlijk omheining: de gemeenschappelijke grond werd voortaan privaat uitgebaat. We zijn al enige tijd op snel tempo aan een “enclosure” van onze gehele maatschappij bezig. En hoe ironisch is het dat zij die het meest hameren op nationale identiteiten vaak degenen zijn die het meest het collectief nationaal bezit in de uitverkoop willen zetten. Ja, daar moeten we Bart De Wever en zijn partij toch terechtwijzen: kritiekloos keurden ze internationale ‘verdragen’ zoals CETA goed, die de suprematie van de geglobaliseerde markt moeten verzekeren en daarmee het bestaan van naties zelf ondergraven.

Ook de democratie zelf wordt trouwens systematisch geprivatiseerd. Met die verdragen en vermarkting komen immers ook politieke verplichtingen, gereguleerd door allerhande internationale instellingen en tribunalen die geheel buiten enige democratische controle vallen. Met elk nieuw verdrag wordt de slagkracht van toekomstige regeringen verder uitgehold, en als een volgende generatie een ander beleid zou willen, dan treden deze internationale technocratieën op als de beschermheren van machtige lobbygroepen.

Met de ‘vrije markt’ als excuus wordt zo ook de nationale politiek gedenationaliseerd, de democratie gededemocratiseerd, en macht doorgesluisd naar private machthebbers. En laten we wel wezen: de ‘vrije markt’ is niet democratisch. Daar geldt niet: ‘één stem per burger’ maar eerder ‘één stem per euro’. Daarom is het debat over een ‘Vlaamse Canon’ een non-debat. Niet omdat zo’n canon per definitie een slecht idee zou zijn, wel omdat die eigenlijk volstrekt irrelevant is vandaag. Je kan immers niet de pretentie hebben van een natie te zijn, als je de hefbomen en de steunpilaren van die natie aan de eerste de beste koper verpatst.

Een Vlaamse canon volstaat niet voor wie een natie wil vormen.

Tegenover de lege doos van een ‘Vlaamse Canon’ zouden we liever een herstel van ‘commons’ plaatsen. Gemeenschappelijkheden, die van Vlaanderen werkelijk een gemeenschap maken met een eigen, collectief karakter. Dat hoeft zeker niet gepaard te gaan met een logge bureaucratie en een rigide invulling van die identiteit: de kracht van zulke ‘commons’ zou net liggen in het feit dat ze werkelijk gemeenschappelijk zijn. Met vormen van burgerinspraak en basisdemocratie, bijvoorbeeld in de vorm van referenda en wijkcomités die beslissingen nemen i.p.v. de gemeenteraad. Met een sterk maatschappelijk middenveld. Met wetgeving die lokale collectieve burgerinitiatieven mogelijk maakt, zoals bijvoorbeeld de burgerbegroting in Antwerpen alvast een kleine aanzet kan zijn. Met wetgeving die meer nationale investeringsfondsen mogelijk maakt. Met wetgeving die de zelfredzaamheid en soevereiniteit van de gemeenschap beschermt en de coöperatieve gedachte kan promoten. Maar daarvoor moeten we natuurlijk nee durven zeggen tegen het marktfetisjisme en het blind geloof in de economische (en politieke) globalisering.

Geen ‘Vlaamse Canon’ gaat dit ooit kunnen bewerkstelligen. Het is pas vanuit échte Vlaamse gemeenschappelijkheden dat een natie zou kunnen ontstaan, een natie die niet gebaseerd is op een voorgeschreven ideale Vlaming, maar op de echte Vlaming zoals die hier in het huidige Vlaanderen leeft. Daarna zien we wel of er dan nog een canon nodig is.

Kevin De Laet is kernlid van Vlinks