18/08/19 om 12:26

Sinds de beloftentsunami op de avond van 26 mei is gaan liggen, valt er bitter weinig te vernemen over hoe partijen en politici de uitdagingen die onze toekomst bedreigen, denken aan te pakken, merkt Vlinks op.

Voor Vlinks oogt de startnota voor de Vlaamse regeringsvorming erg mager. Het sociaal en inclusief Vlaanderen dat Vlinks voor ogen heeft is nog niet voor meteen. Op het gebied van cultuur en klimaat toont ze zeer weinig ambitie. De nota is op sommige punten ook hardvochtig; waar eerst sprake is van een ‘warm Vlaanderen’ wordt het even later koud en hard. Aan de 1 op 3 inwoners van Vlaanderen die niet of met moeite het einde van de maand halen wordt geen enkel toekomstperspectief geboden. Het is een gemiste kans om het zogenaamde ‘inclusief nationalisme’ echt in te vullen.

De spelers in dit partijpolitieke schouwspel lijken alleen met zichzelf bezig en niet met de vraag waar ze met het stuk naar toe willen.

Ook over het communautaire en institutionele valt er nauwelijks iets te lezen in de nota. En met een canon teruggrijpen naar Vlaamse symboliek en romantiek is niet echt het hedendaagse Vlaanderen, laat staan het Vlaanderen van de toekomst. Er hoeft geen tegenstelling tussen het heden en het verleden te bestaan, maar met de realiteit van vandaag omgaan en naar de toekomst kijken is zeker zo belangrijk. Een gezonde boom heeft sterke wortels, een stevige stam en daaruit groeit een mooi bladerdak. Het is dan ook slechts een ‘startnota’, een begin dat ruimte moet laten voor verdere onderhandelingen.

2 contradicties

Rest dan de federale regeringsvorming, die nu- als men de commentatoren mag geloven – nog wat moeilijker is geworden. Wie met enige afstand de onstuitbare woorden- en beeldenstroom van de aanslepende regeringsvormingen bekeek, heeft alleszins twee merkwaardige tegenstellingen ontwaard.

De politici worden zenuwachtig, zeggen de media. De politici moeten nu maar ’s hun verantwoordelijkheid nemen, brommen de waarnemers. De tijd dringt want de uitdagingen worden met de dag kolossaler, waarschuwen geleerde mensen. En het soevereine volk, dat zich heeft veroorloofd om de kaarten te schudden zoals ze nu liggen… dat trekt het zich kennelijk allemaal niet aan.

Tenslotte is al meer dan dertig jaar verstreken sinds wijlen Jean-Luc Dehaene aan de koning “honderd dagen” vroeg om een aartsmoeilijke regeringsvorming tot een goed einde te brengen, en uiteindelijk de klus klaarde in 106 dagen. Nauwelijks 106 dagen. Een lachertje, vergeleken bij wat in 2010-11 werd vertoond. Sinds dat (nog ongebroken) wereldrecord maakt zich – buiten de Wetstraat-bubbel – kennelijk niemand echt ongerust nu er bijna vier maand na de verkiezingen nog geen regering op stapel staat.

Daarnaast springt een tweede contradictie in het oog in de ontelbare beschouwingen. Wie met wie? Misschien, of zeker niet, of dan eventueel toch? Hoe en wat, en waarom of waarom niet? De poppetjes, de egootjes, de sentimenten en ressentimenten. En o ja: het hoger belang des lands. Alleen over de internationale financiële markten werd nog niet gerept. Die werden er in het verleden nochtans graag als boeman bijgesleurd. Maar nu zelfs België kan lenen tegen een negatieve rente, ziet die boeman er veel minder angstaanjagend uit.

Uitdagingen

Alleen ging en gaat het bij dat alles nauwelijks over wat de komende regering(en) eigenlijk zou(den) moeten doen, en vooral over hoe. Aan uitdagingen is nochtans geen gebrek, de ene al kolossaler dan de andere. Wereldomvattende handelsconflicten, brexit, en vooral – ondanks alles wat negationisten ons proberen wijs te maken – de oprukkende klimaatcatastrofe. Immense problemen waarop dit bizarre koninkrijkje nauwelijks vat heeft, maar waarop het zich beter wat grondiger zou voorbereiden. Tenzij men een letterlijke invulling wenst te geven aan het “après nous le déluge”.

Overigens bestaan er ook – en al geruime tijd – probleemgebieden waar Belgische en/of Vlaamse bewindslieden wél kunnen en moeten ingrijpen. De vergrijzing van de bevolking, de verstening van het landschap, de verpietering van de infrastructuur, de (al dan niet sluipende) verarming van honderdduizenden gezinnen, en ga zo maar door. Maar sinds de beloftentsunami op de avond van 26 mei is gaan liggen, valt er bitter weinig te vernemen over hoe partijen en politici die uitdagingen denken aan te pakken. Het geld is op, en “vijf minuten politieke moed” zijn kennelijk schaarser dan ooit.

Prikkelende vraag: zou het kunnen dat die beide contradicties iets met elkaar te maken hebben?

Misschien is de verpletterende onverschilligheid van ‘de mensen’ tegenover het partijpolitieke schouwspel zoals dat sinds enkele maanden wordt opgevoerd wel een gevolg van het feit dat de spelers in dat spel alleen met zichzelf lijken bezig te zijn, en niet met de vraag waar ze met het stuk naar toe willen? Misschien zijn ‘de mensen’ er zich maar al te goed van bewust dat zij niks meer in de pap te brokken hebben zodra ze de kaarten hebben verdeeld, en keren zij zich daarom van het spel af?

Want zoals Johan Velghe hier vorige week al schreef: afgezien van wat lovende – en vooral vrijblijvende – woorden is de politieke klasse in dit land (om het even of dat nu als ‘België’ dan wel als ‘Vlaanderen’ wordt ingevuld) hoegenaamd niet happig op daadwerkelijke inspraak van de burger. Terwijl die burger vermoedelijk meer begaan is met het oplossen van problemen dan met partijpolitieke spelletjes of individuele carrièreplanning. Op een verregende zomerdag gaat de burger dan aan het dromen: als de dames en heren ‘ parlementsleden zich nu eens echt als vertegenwoordigers des volks’ zouden gedragen in plaats van als brave partijsoldaten. Als ze nu ’s van de ‘regeringloze’ (en dus ook oppositieloze) periode gebruik zouden maken om een serieus prioriteitenlijstje op te stellen en samen te zoeken naar haalbare en breed gedragen oplossingen voor de problemen die ons aller toekomst bedreigen.

Als het informateursduo – door een minder gezagsgetrouwe commentator ook wel “de koninklijke treuzelaars” genoemd – daar nu eens werk had van gemaakt. Uit de menigvuldige contacten waarvoor beide heren ruimschoots de tijd kregen, hadden ze ongetwijfeld zo een prioriteitenlijstje kunnen opstellen, en daarvoor meteen enkele duidelijke beleidskeuzes kunnen formuleren. Die keuzes zouden vermoedelijk fors van elkaar verschillen, maar misschien (na enkele echte rondetafelgesprekken) minder dan gevreesd. Het in elkaar passen van de uiteenlopende puzzelstukjes was daardoor zeker niet moeilijker gemaakt. Maar misschien was het helemaal niet de bedoeling dat zij hun informatietaak zo serieus zouden aanpakken.

Edi Clijsters en Erik D’hamers zijn kernlid van Vlinks