‘Het is bijzonder vreemd om te zien hoe de Vlaams-nationalisten hun kar zo stevig vastkoppelen aan het federale België’, schrijft Tom Garcia van Vlinks. Er moet werk gemaakt worden van de regionale regeringen. ‘Zo kunnen ze bespreken wat ze eventueel beter op federaal niveau doen.’

Een zestigtal dagen zijn verstreken sinds de verkiezingen van 26 mei. Maar dat er nog altijd geen regering gevormd is, verontrust niemand. We zijn dan ook wel wat meer gewend in dit land. Het record staat nog altijd op 541 dagen, we hebben dus nog wel even tijd. Voorlopig ziet het er niet naar uit dat de betrokken onderhandelaars er vaart willen achter zetten, zelfs al dreigt bijvoorbeeld de begroting compleet te ontsporen.

De schaakstukken staan op de federale en regionale borden, de strategieën worden bedacht, de tegenstanders gemonsterd. De weinige communicatie die er gevoerd wordt, gaat amper over beleid, maar des te meer over particratie, over met wie wel en met wie vooral niet geregeerd wil worden.

Misschien raken we wel uit de impasse als België zich als een echte federatie gedraagt.

Nochtans lijkt het voor de bevolking heel duidelijk te zijn welke de speerpunten moeten zijn van het volgende beleid. De krant De Standaard bracht enkele dagen geleden nog de resultaten van een thematische bevraging van de bevolking door de VUB, ULB en KU Leuven. Daaruit blijkt dat de voornaamste bekommernissen in Vlaanderen, zelfs over de partijen heen, zich situeren rond sociale zekerheid, migratie en milieu. In Wallonië gaat de aandacht vooral naar milieu en werkgelegenheid. Uiteraard wegen die thema’s bij de ene partij meer door dan bij de andere, maar samengeteld wijst het hoge gemiddelde aan dat relatief veel mensen met deze thema’s begaan zijn.

Verderop volgen als belangrijkste thema’s belastingen, economie en werkgelegenheid voor Vlaanderen en belastingen, economie en sociale zekerheid voor Wallonië. We zien dus dezelfde thema’s terugkomen maar met verschillende nadrukken per regio. Een nieuwe federale regering weet dus op welke thema’s ze zal moeten focussen, maar de moeilijkheid zal liggen in het beantwoorden aan de noden en wensen van de regio’s, die niet echt gelijklopen. Onmogelijk is dat niet, maar eenvoudig evenmin en de kans op een nieuw kibbelkabinet is zeker niet gering.

Communautaire onverschilligheid

De communautaire frigo van de N-VA heeft zijn werk goed gedaan, want het communautaire laat de meeste Belgen koud. In Vlaanderen is er iets meer animo dan in Wallonië, maar dat is in grote mate op rekening van de N-VA te zetten. Zelfs de Vlaams Belang-kiezer ligt niet echt wakker van de Vlaamse zaak. De koppigheid waarmee N-VA vasthoudt aan haar confederalisme is dan ook eerder contraproductief te noemen in het licht van een regeringsvorming. Maar er is wel meer onbegrijpelijks aan de houding van N-VA in deze formatieperiode…

Waarom de Vlaamse regeringsvorming vastkoppelen aan de federale en niet meteen de vlucht vooruit nemen op Vlaams niveau?

Het is bijzonder vreemd om te zien hoe de Vlaams-nationalisten hun kar zo stevig vastkoppelen aan het federale België. Voorzitter Bart De Wever wacht de evolutie op federaal niveau af alvorens concrete stappen te zetten op Vlaams niveau. Intussen houdt hij alle partijen warm, inclusief Vlaams Belang en SP.A, Groen misschien nog het minst. Je zou kunnen denken dat hij trouw blijft aan de strategie die zo welluidend omschreven werd door zijn luitenant Jan Jambon: ‘Als onbestuurbaarheid tot confederalisme leidt, is dat een goede zaak’. Maar als confederalisme dan toch echt het grote doel zou zijn, waarom dan niet meteen toehappen nu? Waarom de Vlaamse regeringsvorming vastkoppelen aan de federale en niet meteen de vlucht vooruit nemen op Vlaams niveau? De huidige impasse zou immers een mooie kans zijn om te tonen dat regionaal beter werkt dan federaal.

In beide grote deelstaten zou zonder veel problemen een regering gevormd kunnen worden die beantwoordt aan de noden en wensen van de kiezers. De Duitstaligen en Brussel hebben hun regering zelfs al gevormd. Om de impasse te breken, zou men dus kunnen opteren voor het vormen van alle regionale regeringen. Die stellen dan hun regeerakkoord samen en bespreken wat ze eventueel beter op federaal niveau zouden kunnen aanpakken. Niet volgens wat de huidige protocollen en bevoegdheidsverdelingen zeggen, maar volgens efficiëntie en logica.

Het zou nog kunnen verbazen hoe zeer de visies overeen zouden komen. Doordat er al concrete zaken en beleidsmaatregelen op tafel komen, zal het ook eenvoudiger zijn om er prijskaartjes aan te hangen en zo tot een coherente, en wie weet zelfs beter beheersbare, begroting te komen.

Tussen droom en daad liggen ego’s en vastgeroeste gewoontes.

Deze manier van werken zou vermijden dat elke regio moet proberen om het onderste uit de kan te halen voor zichzelf, aangezien er vertrokken wordt vanuit de respectievelijke regeerakkoorden. Het doel van de federale regering evolueert dan van stuurder naar facilitator. Deze manier van werken en samenwerken zou wel eens kunnen aantonen dat een echt federalistische aanpak in ieders voordeel kan zijn. De deelstaten zouden eindelijk hun bevoegdheden ten volle (kunnen) benutten en het beleid voeren dat hun kiezers van hen vragen, terwijl er op het federale niveau gericht kan gewerkt worden rond duidelijk afgesproken thema’s.

Oke, dit klinkt allemaal wat idealistisch en tussen droom en daad liggen ego’s en vastgeroeste gewoontes. Maar als iedereen het meent dat we rekening moeten houden met ‘het signaal van de kiezer’ en moeten ophouden met de politiek om de politiek, dan loont het best de moeite om eens naar nieuwe recepten en werkwijzen te kijken. Of je zou ook kunnen stellen dat België zich na zes staatshervormingen stilaan wel eens als een echte federatie mag beginnen gedragen.