‘Voor racisme, antisemitisme, vrouwenhaat en haat tegen LGTB-personen past geen begrip meer, maar nultolerantie’, schrijft Gert Verwilt van Vlinks. ‘Wie dat anno 2019 niet inziet, is een deel van het probleem.’

Er zijn plaatsen waar zwarten en vrouwen met een hoofddoek niet op een veilige manier op straat kunnen lopen. Wanneer ze naar gemeenten met ‘no-go zones’ verhuizen, moeten ze proberen deze gemeenten te begrijpen en aan te voelen wat mogelijk is. Het is flauw wanneer ze daarover naderhand publiekelijk hun beklag doen, want ze wisten waar ze aan toe waren. In deze gemeenten neem je er immers niet alleen de lusten, maar ook de lasten bij. De situatie is niet ideaal, maar we moeten er pragmatisch mee omgaan, zonder te stigmatiseren.’

Wie de afgelopen week niet op een andere planeet heeft geleefd, weet ongetwijfeld dat het citaat komt uit het op het interview met Johan Leman De Standaard op 22 juni. Vele lezers vielen verontwaardigd van hun stoel bij het zien van de uitspraken.

Respect

Voor ik dieper op de kwestie inga, wil ik zeggen dat deze column niet gaat over de persoon van de eerbiedwaardige Pater Dominicaan, voor wie ik het diepste respect heb. In de eerste plaats vanwege zijn verdiensten in het migratiebeleid en zijn inzet voor kansengroepen en minderbedeelden, met name via de Molenbeekse vzw de Foyer. Maar ik waardeer hem ook vanwege zijn genuanceerde en evenwichtige standpunten, die ik meestal kan onderschrijven.

De wereld op zijn kop

Des te groter was mijn verbazing bij het lezen van het bewuste interview. Ik was blijkbaar niet de enige die zich had verslikt in zijn koffie. Want het Leuvense N-VA parlementslid Lorin Parys (die zich net als zijn partijgenoot Piet de Bruyn onverdroten inzet voor LGTB-rechten) was terstond in zijn pen gekropen om de puntjes op de i te zetten: niet homo’s dienen zich aan te passen, maar anderen dienen de rechten van homo’s te respecteren, it’s as simple as that. Ook Riad Bahri, die de kat de bel had aangebonden toen hij zei dat het niet normaal is dat hij en zijn vriend in Molenbeek geconformeerd werden met homohaat, reageerde verontwaardigd. Moest hij dan maar verhuizen?

Johan Leman zelf blies warm en koud. Eerst zei hij dat hij achter zijn uitspraken bleef staan, daarna zei hij dat de commotie niet zou zijn ontstaan als hij het interview had herlezen en bepaalde passages een non-imprimatur zouden gekregen hebben. Fair enough. We laten de tekstexegese voor wat hij is en gaan ervan uit dat zijn woorden verkeerd zijn weergegeven, minstens dat hij het zo niet bedoeld had. En we zijn dankbaar dat het interview een debat initieerde dat hoognodig gevoerd moest worden.

Racisme van de lage verwachtingen

Dat een aantal mensen een behoorlijk eind mee gingen in het discours zoals het naar voor kwam in het interview, is verontrustend. Het is een discours dat al even meegaat en waarin ook aandacht is voor ‘gevoeligheden van gemeenschappen’, een goedbekkende term die men flexibel kan inzetten, maar een onwelriekend odium verspreidt wanneer dienstig om het onverdedigbare te verdedigen. Iets soortgelijks zagen we eerder, toen de nieuwbakken PVDA-parlementsleden in Terzake geen graten zagen in het onverdoofd slachten van pijngevoelige dieren, ook hier met de gevoeligheden van bepaalde gemeenschappen als onderliggende reden.

Deze houding wordt ook wel eens omschreven als ‘het racisme van de lage verwachtingen’. Men gaat er nogal paternalistisch vanuit dat minderheidsgroepen monolithisch van aard zijn en de mensen die ertoe behoren niet of nauwelijks vatbaar zijn voor voortschrijdend inzicht. Hierdoor hoeven algemeen geldende waarden en normen niet onverkort voor hen te gelden en zijn uitzonderingen op hun plaats. Door deze cultuurrelativistische reflex is het ethische kompas van een bepaalde linkerzijde op hol geslagen en aan herijking toe, zoals de klaar kijkende Bart Eeckhout het in zijn editoriaal van 25 juni in De Morgen stelde. Zeg nu zelf, de pleidooien van Hilde Sabbe (SP.A) en Bruno de Lille (Groen) voor geduld en pragmatisme bij LGTB-haat , dat zouden we toch nooit pikken als het racisme betreft? Waarom zouden we dan begrip en geduld moeten opbrengen voor haat tegenover LGTB-personen, laat staan dat we het zouden gedogen?

Onuitgesproken rangorde

Het lijkt wel of er bij een aantal mensen een stilzwijgende consensus bestaat dat er een soort van hiërarchie bestaat wat discriminatie en haat tegenover minderheidsgroepen betreft, met LGTB-personen op de laagste trap van de ladder. Dan is men eensklaps geneigd tot rekkelijkheid en put men zich uit in het inroepen van allerlei verklarende omstandigheden die maken dat we niet te ongeduldig moeten zijn. Per slot van rekening was ‘andersgeaardheid’ hier veertig jaar geleden ook nog niet volledig geaccepteerd, u herkent de argumenten vast.

Dit is een manifest verkeerde houding. Elke vorm van discriminatie van mensen weegt even zwaar door, ongeacht wie het slachtoffer is, en verdient een zeer fors en duidelijk antwoord. Dat mag wat mij betreft ver gaan: praktijktesten op de woning- en arbeidsmarkt, maar ook gerichte acties op straat met lokvogels wanneer het over LGTB-haat gaat. Ik ben het met Bruno de Lille eens dat de kans op betrapping op heterdaad meestal erg klein is. Daarom dient men het signaal maar op een andere wijze te geven.

Deze kwestie is van vitaal belang, want een samenleving waar mensen niet hand in hand over straat kunnen gaan, is slechts in woord een vrije samenleving. Het begint met voetbalfans die ‘homo’ als een scheldwoord gebruiken en eindigt homo’s die (al dan niet hand in hand) niet over straat kunnen lopen zonder het risico op verbale of fysieke agressie. Deze week nog werd in Liverpool een homokoppel met messteken aangevallen. No pasaran!

Als samenleving mogen we niet dulden dat fundamentele mensenrechten worden beknot. Het geduld is op, net als de verschoningsgronden. Iedereen heeft onverkort en onvoorwaardelijk het recht om zichzelf te zijn in de publieke ruimte. Of het nu vrouwen met hoofddoeken of korte rokken, joden met een keppeltje, LGTB-mensen of anderen zijn. Voor racisme, antisemitisme, vrouwenhaat en haat tegen LGTB-personen past geen begrip meer, maar nultolerantie. Wie dat anno 2019 niet inziet, is een deel van het probleem.

Misschien moet de volgende Pride maar in Molenbeek plaatsvinden, met Johan Leman en Riad Bahri hand in hand op kop. Allen welkom, Molenbeek is van iedereen!

Gert Verwilt is kernlid van Vlinks