‘Voor de Europese elite is de brexit een grote nachtmerrie. Vooral, o ironie, als die zou slagen’, schrijft Kevin De Laet van Vlinks over de manier waarop de afhandeling van de brexit het politieke leven in het Verenigd Koninkrijk door elkaar schudt.

We zijn al enkele maanden getuige van de grote brexit-soap aan de overkant van de Noordzee, waar het beruchte referendum van 2016 de politieke elites zware hoofdpijn heeft bezorgd. Het Britse (vooral Engelse) politieke bestel, waar twee traditionele partijen de lakens uitdelen, valt compleet uit elkaar. De nieuwe ‘leave‘-partij van super-EU-criticus Nigel Farage schiet omhoog, amper enkele weken nadat die werd aangekondigd. Wie vandaag naar het gepruts kijkt daar in Westminster hoeft zich niet te schamen voor enig leedvermaak, de Tories (Britse conservatieven) plegen er elke dag opnieuw politieke zelfmoord. Ze maken het ons, op het vasteland, wel heel gemakkelijk om hen uit te lachen. Toch lachen we best niet te hard. De EU zit zelf niet bepaald in de beste papieren. Voor de Europese elite is de brexit een grote nachtmerrie. Vooral, o ironie, als die zou slagen.

‘Populisme’

Al van sinds de referendumcampagne in 2016 is de algemene teneur dat de brexit een zaak van extreemrechtse populisten is, die met veel leugens de domme kiezer hebben misleid. De vraag om een nieuw referendum klinkt steeds luider, een ‘people’s vote‘ (waarmee wordt geïmpliceerd dat het eerste referendum dus geen ‘people’s vote‘ was). Want, zo gaat de redenering, nu de Britse kiezer heeft gezien hoe rampzalig Brexit is, zal hij/zij wel van gedacht veranderen.

Opiniepeilingen wijzen daar niet echt op. De fenomenale start van de nieuwe Brexit-partij van Nigel Farage (die overigens naast UKIP bestaat) is alvast geen indicatie in die richting. Er is overigens nog een nieuweling: ‘Change UK’ is het project van ex-labour en -Tory-verkozenen, die Brexit ongedaan willen maken, maar deze ‘Independent Group’ lijkt het (nog) niet zo goed te doen als de nieuwe Brexitpartij. Deze laatste kreeg ook al meteen het label ‘extreem-rechts’ opgeplakt, deels omwille van de figuur van Nigel Farage, deels omdat de framing van Brexit als extreemrechts populisme nog steeds volgehouden wordt.

Talloze commentaren en politieke opinies uit progressieve hoek wijzen de Brexiteers voortdurend met de vinger als zijnde nationalistisch, racistisch, zelfs nazistisch en suprematistisch. De Britse Brexiteer heeft heimwee naar de glorie van the Empire, naar een exclusief blank Engeland, en zo meer. De Brexit-stemmer is een domme, conservatieve, racistische lomperik die niet mee wil met de grote vooruitgang. ‘Deplorables‘, zo typeerde de Amerikaans ex-presidentskandidate Hillary Clinton ook de doorsnee Trump-stemmer. Dit nogal hautaine discours toont vooral de hardnekkige onwil van mainstream links (of eigenlijk: centrum) om werkelijk bezig te zijn met de laagste klassen van de maatschappij, die veel meer voor de brexit of voor Trump stemmen dan de hip-progressieve burgerlijke middenklassers van de grootsteden. Nochtans zijn niet weinig Brexiteers eigenlijk eerder links, komende uit de klassieke achterban van de Labour-partij (Britse socialisten). Het is natuurlijk veel gemakkelijker mensen uit te schelden voor racist, fascist en nazi dan diepgaand (zelf)onderzoek te doen over het waarom van de opkomst van ‘populisme’. Dat soort simplistische hetzes tegen echt en véél vermeend ‘extreemrechts’ heeft ook een averechts effect, én maakt van ‘extreemrechts’ meer en meer een geuzennaam. Immers, als kritisch zijn voor de Europese moloch al ‘extreem’ rechts is, wat is dan nog echt extreemrechts? Om ’s werelds beste journalist Jonathan Pie te citeren: als je iedereen een nazi noemt ga je een nieuw woord moeten bedenken voor de échte nazi’s.

Nieuwe Britse verkiezingen of een nieuw referendum zijn de hoop van veel “Remainers” om de brexit alsnog ongedaan te maken en af te rekenen met dat populisme. Maar die hoop zou voor hen wel eens een nieuwe nachtmerrie kunnen worden. Want of de Britse kiezer werkelijk van gedacht veranderd zou zijn, dat moet nog blijken. De arrogantie van de Europese politieke elite is er sinds 2016 immers niet op verminderd, integendeel. De partij van Theresa May zal ongetwijfeld zwaar betalen bij nieuwe verkiezingen voor de soap van het voorbije jaar, maar of daarmee het euro-kritische sentiment zou verdwijnen, dat is een heel andere zaak. Die kan zelfs nog geradicaliseerd zijn.

Een gevaarlijk precedent

Voor de EU zou een succesvolle Brexit een zeer gevaarlijk signaal geven aan de kiezer: namelijk dat gaan stemmen wel zaken kan veranderen, in een tijdperk waarin ons wordt voorgehouden dat er “geen alternatief” is. Brexit mag eigenlijk niet slagen, een “smooth exit” die goed uitdraait voor het Verenigd Koninkrijk zou een catastrofe voor de EU zijn. Want dan zouden andere EU-landen kunnen zeggen: “gedaan met uw besparingseisen, gedaan met uw restricties op onze begrotingen en uw bemoeienissen, of wij trappen het ook af”. “Als de Britten het kunnen, dan kunnen wij het ook”. De hele Europese politiek zou kraken en barsten, en de hele neoliberale doctrine waar die EU op gebaseerd is zou zonder kracht geworden zijn. De strikte Duitse eisen rond strakke begrotingen zouden weggelachen worden. Voor de Europese politieke elite is er eigenlijk geen andere keuze dan de Brexit zo moeilijk mogelijk maken, om een gevaarlijk voorbeeld te vermijden. De eurocraten zullen dat ongetwijfeld ook wel beseffen. Dus is het in hun belang van die Brexit op zijn minst passief te saboteren. Iets om in het achterhoofd te houden wanneer die soap zich verder zet.

Maar de EU nog buiten beschouwing gelaten, de brexit is eigenlijk ook een trendbreuk met het mondiale kapitalisme van vandaag. De brexit-stemmer stemde eigenlijk iets dat in historisch perspectief, vanuit het standpunt van het kapitalisme gezien, een anachronisme is. Het vrij bewegen van kapitaal, goederen, diensten en arbeid betekent dat er juist minder grenzen en minder beperkingen moeten komen. Multinationals zullen landen wel tegen elkaar uitspelen en dus van grenzen gebruik maken zolang het hen uit komt, maar uiteindelijk, wanneer hun handelspositie stevig verankerd is, zijn ze het meest gebaat met een zo groot mogelijke vrijhandelszone waar zij de regels bepalen. De economische elite is dan ook de grootste voorstander van verdragen zoals TTIP en CETA, in feite de voorboden van een wereldwijde economische unie (de EU begon ooit trouwens als een vrijhandelszone).

Dat geldt ook voor de Britse economische elite, die niet bepaald gelukkig is met de keuze van de kiezers bij het Brexit-referendum. Op enkele hardliners na wil er niemand van die elite een ‘hard Brexit’ die het Verenigd Koninkrijk uit die economische vrijhandelszone zou kieperen. Alleen een handvol van die populisten vraagt daar naar. Voor de economische top is de simpele rekensom immers snel gemaakt: bad for business. Een harde brexit zou een ferme klap zijn voor het liberale project van een gemondialiseerd vrij kapitalisme. Weer grenzen bij-creëren terwijl het vrij rondreizend kapitaal er minder wil. Weer een zeer gevaarlijk precedent. En dat is dan ook een andere reden waarom de brexit eigenlijk moet mislukken.

‘Lompe kiezer’

Dat die vermaledijde ‘lompe kiezer’ het liberale project van de eengemaakte wereldmarkt steeds maar weer stokken in de wielen steekt bij verkiezingen en referenda is natuurlijk iets dat ‘niet door de beugel kan’. In de mainstream politiek klinkt het dat meer globalisering goed is voor ons allemaal, met onder meer ‘trickle down-effecten’. Dat de kiezer steeds meer op ‘foute partijen’ stemt is volgens dit politiek correcte denken dan ook gehéél de schuld van populisten en fake news of Russische trollen op sociale media, en heeft uiterààrd niets te maken met de groeiende kloof tussen de wereld waarin onze verheven elite vertoeft, en die van de gewone mens. Noem me populist, maar ik vertrouw de ervaring van de gewone burger, die lompe kiezer, dan toch net iets meer dan de ‘realiteit’ gefabriceerd door spindoctors van de regerende politieke partijen.

Kevin De Laet is kernlid van Vlinks