‘Tussen Hebron en Tel Aviv ligt het gekloofde land’, schrijft Ludo Abicht. Hij bezocht de regio, en is weinig hoopvol over de toekomst ervan.

Een zonnige dag in Tel-Aviv. We hadden net met de studenten een wandeling gemaakt tussen tientallen Bauhaus-huizen van de Witte Stad, waar er ongeveer 4.000 bewaard gebleven zijn en honderd jaar na de oprichting van het Bauhaus in Weimar in 1919 nog steeds niet verouderd zijn. Vandaar wandel je naar de zeedijk met de duizenden inwoners en toeristen uit (bijna) alle landen en de verschillendste culturen en life-styles ter wereld, van meisjes in Braziliaanse bikini’s tot ultraorthodoxen met oorlokken en zwarte Poolse kaftans. Alles is hier mooi, vrolijk en vredig. Zelfs de plek waar het Dolfinarium stond, een populaire discotheek waar in 2001 21 tieners vermoord en 132 verwond werden bij een aanslag door een zelfmoordterrorist, werd intussen door bulldozers omgeploegd om plaats te maken voor een plantsoen tussen de drukke dijk en de Middellandse Zee.

Alles is hier normaal zoals het in het beste der werelden hoort. Of beter: zou moeten horen. Want drie dagen geleden hadden de Israëli’s een regering verkozen die nog extremer en expansionistischer is dan de vorige. Donald Trump, blijkbaar de dienstdoende president van Syrië, had zonet de Golanhoogten aan zijn vriend Benjamin ‘Bibi’ Netanyahu geschonken, die nu luidop droomt van de annexatie van de grote nederzettingsblokken op de Westelijke Jordaanoever, soms ook de Palestijnse Gebieden genoemd. En wie zal hem tegenhouden of dat op zijn minst proberen?

Als je echt vrede wil, zorg dan dat je buren de kansen krijgen waar ze als medemensen recht op hebben.

En dan rijd je zo’n anderhalf uur het binnenland in, door de Muur of het Hek, tot aan het centrum van Hebron, sinds eeuwen en tot voor kort een van de bloeiende Palestijnse handelssteden en volgens de tradities van de drie wereldreligies de begraafplaats van ons aller patriarchen en matriarchen, dus één van de heiligste plaatsen in de regio. Het contrast met de zonnige terrasjes van Tel-Aviv kan moeilijk groter zijn: hier is de oude binnenstad een akelige spookstad geworden, met lege soeks, muren met prikkeldraad, dichtgesoldeerde winkeldeuren en straten waar alleen Israëlische soldaten en al even zwaar bewapende ultrazionischte settlers mogen wandelen.

De Palestijnen kunnen slechts over de daken van hun buren hun eigen huis bereiken. Boven de straten waar nog hier en daar een eenzame handelaar zijn waren te koop uitstalt zijn zware ijzeren netten gespannen, omdat die settlers de gewoonte hebben hun afval en zelfs excrementen op de hoofden van de Palestijnen te gooien. Wanneer die protesteren roepen de settlers er meteen het leger bij en de Palestijn wordt opgepakt. Dit is het scenario voor een horrorfilm die alleen een authentieke sadist had kunnen bedenken. En dat alles omdat de overigens lege graven van de historisch onbestaande patriarchen in de Moskee van Ibrahim (Abraham) vereerd zouden worden.

Want dat is het probleem: volgens extreem zionistische en politiek militante ultraorthodoxe joden is de miserie in Hebron en bij uitbreiding in Gaza en de Palestijnse Gebieden -een toestand die ze alleen maar kunnen ontkennen indien ze daar nooit geweest zijn of erover liegen- jammer genoeg de voorwaarde voor de levensvreugde, welvaart en rust in Tel-Aviv en de rest van Israël. Ein breira – er is geen keuze. En voor de extreme islamisten van Hamas is de luxe van Tel-Aviv de oorzaak van de uitzichtloze situatie van de Palestijnse bevolking na 52 jaar bezetting en discriminatie. Je moet geen politicoloog of psycholoog zijn om te begrijpen dat bezetting hoe dan ook verzet zal uitlokken, en dat extreme contrasten onvermijdelijk tot extreme gewelddaden moeten leiden, ook zonder de vakkundige leiding van paramilitaire formaties als IS of de Islamitische Jihad.

Diepe kloof

De kloof tussen beide helften van de bevolking van deze regio, waar joden en niet-joden ongeveer even talrijk geworden zijn -en het demografische overwicht verschuift langzaam maar zeker naar een Arabische meerderheid van moslims, Druzen, Bedoeïenen en christenen- is intussen zo diep geworden en het gebrek aan vertrouwen in de slagkracht en vredeswil van de democratische grootmachten onder de Palestijnen zo sterk, dat het alleen erger en voor alle betrokkenen fataler kan worden.

Tenzij een voldoende aantal betrokkenen in Israël (want nu hebben zij àlle kaarten in handen) tot het inzicht komt dat er in dit oude land wijsheid genoeg aanwezig is om te beseffen dat alleen een vrij en welvarend Hebron de enige echte voorwaarde kan zijn voor een duurzame feestvreugde in Tel-Aviv. Si vis pacem, para iustitiam: als je echt vrede wil, zorg er dan voor dat je buren de kansen krijgen waar ze als medemensen recht op hebben.

Ludo Abicht is kernlid van Vlinks