‘Van journalisten mag en moet je veel eisen, maar niet dat ze dogma’s en nepnieuws delen’, schrijft Johan Velghe van Vlinks.

Het grote gelijk brengt op 4 mei op initiatief van onder meer Knack mensen samen die er diametrale meningen op nahouden. Het antwoord op de vraag ‘kunt u nog grondig maar beschaafd van mening verschillen’, maakt kans naar de positieve zijde van de balans over te hellen. De debatten worden door fysieke personen, één op één gevoerd.

De dagelijkse confrontatie tussen media en een geagiteerde minderheid van populisten op sociale media is van een totaal andere orde. Hier geen gesprek, maar verwijten die verlopen in een spiraal van verdachtmakingen, ridiculisering en gratuit wegzetten van journalisten als links tuig van de richel. Zonder scrupules worden journalistieke deontologie, persvrijheid, redactionele onafhankelijkheid, ombudsmannen en -vrouwen en het gecontroleerd functioneren van journalistiek (opleiding, factchecking, hoofdredactie, Raad voor Journalistiek) gemakshalve vergeten wegens irrationele vijandschap jegens de pers.

Waar vandaag tienduizenden zich met fascinatie voor de kick van het ontsnappen laten opsluiten in escaperooms, verschansen populisten zich achter accounts met de verdedigingskracht van het lattenwerk van een tuinhuisje. De escapist moet over logisch inzicht beschikken, snel verbanden kunnen leggen en stressbestendig zijn. De belijder van dogma’s wil bij het overeind houden van het eigen grote gelijk niet geconfronteerd worden met andere inzichten, laat staan nuances en twijfel. Pol Deltour, nationaal secretaris van de Vlaamse Vereniging van Journalisten (VVJ) en van de Algemene Vereniging van Beroepsjournalisten van België (AVBB), wijst in zijn openingszin van een deze week verschenen opiniebijdrage op het reële gevaar van desinformatie: ‘Fake news en desinformatie zijn verwoestende fenomenen die niet alleen de menselijke waardigheid aantasten, maar samenlevingen in hun geheel.’. Daartegenover staat de journalist als de emanatie van de zoekende mens. Voor de verspreiders van nepnieuws vormen journalisten de dreigende windkracht die ‘ons tuinhuisje eerst’ omver blaast. Daarop wordt gereageerd met beledigingen en met spuwen, duwen, slagen bij aanwezigheid van journalisten. Half maart heeft het VVJ dan ook een meldpunt ingericht voor fysieke en verbale agressie tegen journalisten.

De verslaving aan het eigen grote gelijk was eerder de gangbare praktijk in de ideologisch -van de wieg tot in het graf- verzuilde maatschappij. De barrières waren hoog opgetrokken, de zoektocht naar geluk was niet het uitgangspunt en zo die er al was verliep die tussen hoge muren. Er mocht geen ‘steen verlegd worden in een rivier op aarde’, zo niet wachtte de brandstapel, in latere tijden vervangen door de al even ‘efficiënte’ broodroof. Kranten en weekbladen bevestigden de starre beoordelingsmaatstaven. De Werkman van Pieter Daens gold als uitzondering op de regel. Het duurde nog decennia vooraleer de zweer van de verzuiling en het activistisch eigen grote gelijk openbarstte en actief pluralisme perspectief bood om andere waarden te ontdekken, opinies aan elkaar te toetsen en bij te schaven. Het besef groeide dat geluk en samenleven ontstaat daar waar dogma’s niet langer gehanteerd worden. Het onmogelijk gewaande volgde: nieuws werd een product gebaseerd op gecontroleerde feiten. Duiding werd via diverse toegangswegen (columns, standpunten, interviews,…) aangereikt. Lezer en kijker werden door intens journalistiek werk tot kritische zin aangepord. Allemaal rozengeur en maneschijn? Er waren uitschuivers, zelfs zware – herinner je onder meer ‘Notaris X’ – maar de media zette de toon om niet langer door voor hardvochtige rechter te spelen over individuen en bevolkingsgroepen in ons nabij en ver universum.

De journalistieke code houdt voor dat de journalist waarheidsgetrouw dient te berichten. Het publiek heeft immers het recht om de waarheid te kennen.

Om riedels en debatfiches van de partij aan de media te slijten hebben politici het vaak lastig met journalisten. Politici zijn geen onafhankelijke prominente figuren. Zij willen mee bepalen hoe de uiteindelijke tekst er behoort uit te zien. Immers de partijvoorzitter wikt en schikt hoe de betrokken partijmandataris zich in de markt zet. De journalist dient niet toe te geven wanneer hij/zij te horen krijgt dat bij een interview bepaalde thema’s niet aan bod mogen komen. De journalistieke code houdt voor dat de journalist waarheidsgetrouw dient te berichten. Het publiek heeft immers het recht om de waarheid te kennen. Van journalisten mag en moet je veel eisen, maar niet dat ze dogma’s en nepnieuws delen. De code houdt bovendien voor dat het onderscheid tussen feiten en commentaar voldoende duidelijk moet zijn: scheiding tussen feiten, veronderstellingen, beweringen en opinies. Dat is een ware kloof met gangbare en laakbare praktijken op sociale media, hét verschil tussen journalistiek werk en manipulatieve gratuite beweringen, dogma’s en andere scheldpartijen.

Vandaag krijgen media het verwijt te horen dat ze activistisch zijn en thema’s (zoals klimaat) aanreiken die sommige partijen welgevallig zijn en andere partijen de electorale winst uit de zeilen halen. Irrationele mediahaters willen dat enkel hun standpunten breed uitgesmeerd worden. Zij willen een nieuwe verzuiling. Dat de klassieke media de politieke kennis stimuleren is hen een doorn in het oog. Zij prediken het mijden van kennisname van journalistiek werk. De nieuws-mijders gebruiken Twitter en Facebook als nieuwsbronnen, waarbij ze lager scoren (onderzoek UA) op vragen over politieke actualiteit. Dat jongeren oververtegenwoordigd zijn in de groep ‘nieuws-mijders’ is zorgwekkend. De overheid heeft geen reden om te talmen met het opleggen van ‘verantwoordelijk uitgeverschap’ aan de sociale media.

Johan Velghe is woordvoerder van Vlinks