‘Na 26 mei ligt de weg volledig open voor een breed, progressief, sociaal en Vlaams project. Het zou een mooi eerbetoon zijn aan Camille Huysmans, een groot socialist en flamingant’, schrijven Vlinks, de Vlaamse Volksbeweging en VOS Vredesbeweging in een gezamenlijk opiniestuk.

Maandag 25 februari zal het 51 jaar geleden zijn dat socialist en flamingant Camille Huysmans overleed. Daarmee komt het herdenkingsjaar aan zijn einde. Een niet zo opgemerkt herdenkingsjaar, kan gezegd worden. Want zowel de socialisten als de flaminganten hielden het eerder sober. Wellicht een teken van deze tijd, waarin socialisten en Vlaamsgezinden het bijzonder moeilijk hebben met elkaar. Nochtans liepen in het verleden de sociale en de Vlaamse strijd vaak over hetzelfde spoor.

Camille Huysmans was niet zomaar een socialist. Hij was de man die de socialistische partij aan het begin van de twintigste eeuw tot de grootste maakte in Antwerpen, wat maar liefst 80 jaar zo zou blijven tot Bart De Wever de sjerp pakte in 2013. Huysmans werd wel degelijk herdacht door de socialisten in 2018, maar een facet van de sociale voorman bleef daarbij toch wat onderbelicht: zijn Vlaamsgezindheid. Daarover publiceerden pas nog een aantal Vlaams-sociale verenigingen een opiniestuk op de Vlaamsgezinde website Doorbraak.

Huysmans’ flamingantisme was, kort samengevat, gebaseerd op de idee dat in Vlaanderen de proletarische strijd gelijk liep met de taalstrijd. Als politicus in Brussel merkte hij dat de scheiding tussen de klassen samenliep met de scheiding tussen de taal: de elite was voornamelijk Franstalig, de arbeiders voornamelijk Vlaams. Hij bracht de taaleisen van de Vlaaamse Beweging binnen in de socialistische partij en zette zich vol overgave in voor de vervlaamsing van de Gentse universiteit. Huysmans deinsde er ook niet voor terug om met de liberaal Louis Franck en de katholiek Frans Van Cauwelaert een breed Vlaams front te vormen en werd zo een van de leidende figuren van de Vlaamse Beweging.

Delen

De band tussen de sociale en Vlaamse strijd is altijd nauwer geweest dan beide zijden willen toegeven.

Dat zijn flamingantisme zo onderbelicht blijft, is des te vreemder als men weet dat in de jaren 1930 zelfs zijn eigen partij, de Belgische Werklieden Partij, radicaler dan hemzelf zou worden inzake taalwetgeving en eentaligheid in Vlaanderen en Wallonië. Het toont maar aan dat de band tussen sociale en Vlaamse strijd altijd nauwer is geweest dan beide zijden willen toegeven. Je zou eigenlijk kunnen stellen dat pas in de jongste jaren de kloof vergroot is. In 1993 sloegen de socialist Norbert De Baetselier en de oud-VU’er Maurits Coppieters, op vraag van nog een socialist, Freddy Willockx, nog de handen in elkaar om een brede, progressieve beweging te vormen van socialisten en sociaalflaminganten. Hun project, Het Sienjaal genaamd, zou echter al gauw van de agenda verdwijnen door de grote schandalen rond de Agusta-affaire waarin de socialisten verwikkeld raakten.

Taboe

Met het mislukken van Het Sienjaal zou de Vlaamsgezindheid echter niet uit de socialistische zuil verdwijnen. Nog in 2010 stelde de socialistische oud-minister Frank Vandenbroucke in een interview in Knack het volgende:

‘Het is de socialisten nooit gelukt de Vlaamse kwestie echt in de armen te sluiten. Dat heeft te maken met de last van het verleden. Er waren natuurlijk altijd Vlaamsgezinde socialisten, denk aan Herman Vos en Camille Huysmans, en meer recent aan Hendrik Fayat en Leo Peeters, maar over het algemeen hebben socialisten de aansluiting gemist met de Vlaamse strijd, die in wezen een sociale strijd was. Dat is een spijtige zaak. Vandaag moeten we dat historische misverstand overstijgen, zonder daarom het gesloten nationalisme van de anderen over te nemen.’

Het zijn woorden die vandaag nog altijd gelden. Helaas lijkt het water vooralsnog te diep en rust er blijkbaar zelfs een taboe op de band tussen socialisme en flamingantisme. In een herdenkingsartikeltje rond Camille Huysmans van Sacha Luyck, Antwerps provinciaal secretaris van de SP.A, dat op de website van de partij werd gepubliceerd, schrijft hij: ‘Huysmans’ rol binnen de Vlaamse Beweging is controversieel. Socialisme en flamingantisme, er rust een taboe op. Waar het Huysmans volgens mij echter vooral om te doen was, was gelijke toegang tot onderwijs voor iedereen.’

Het is tekenend en jammer hoe de sociaaldemocratie vandaag de Vlaamse insteek van vroeger probeert te minimaliseren of anders te kaderen. Zowel de socialistische partij, die de aansluiting bij haar traditionele achterban lijkt te zijn kwijtgespeeld, als de Vlaamse beweging, waar de rechterzijde de teugels stevig in handen heeft genomen, zouden wel varen bij een ‘verbreding’ in elkaars richting.

Een nieuw Sienjaal

Er lopen wel wat sociaalvoelende Vlamingen en Vlaamsgezinde progressieven rond. Ze lopen nu wat verloren tussen de hardliners van beide groepen. Misschien is het wel tijd voor een nieuw Sienjaal, een nieuwe poging om de progressieve krachten, ook die van de Vlaamse Beweging te bundelen. Dergelijke initiaieven zijn er in het verleden al vaker geweest, de ene al wat succesvoller dan de andere. Van onder meer het Plan Van De Arbeid van Hendrik De Man uit 1933 over het Doorbraak-manifest van Karel Van Miert uit 1979 tot het voornoemde Sienjaal van De Batselier en Coppieters.

Dat het vóór de verkiezingen nog tot een dergelijk project zal komen, lijkt weinig waarschijnlijk. De aandacht gaat in de volgende weken en maanden wellicht volledig naar de campagnes en het vergaren van stemmen, maar na 26 mei ligt de weg volledig open voor een breed, progressief, sociaal en Vlaams project. Het zou een mooi eerbetoon zijn aan Camille Huysmans, een groot socialist en flamingant.

Dit opiniestuk werd samen ondertekend door de VOS Vlaamse Vredesvereniging, Vlinks en de Vlaamse Volksbeweging