‘Nu N-VA bevrijd is van het Belgische juk en de communautaire frigo in principe dus weer open kan, kunnen ze zich misschien weer concentreren op wat ooit hun essentie was: het verder uitbouwen van de Vlaamse autonomie’, schrijft Tom Garcia van Vlinks.

Meer dan een summier nieuwsfeitje werd het niet, maar PS’er en voormalig premier Elio Di Rupo liet een verbazend en interessant ballonnetje op, namelijk dat van het confederalisme. Nu N-VA bevrijd is van het Belgische juk en de communautaire frigo in principe dus weer open kan, kunnen ze zich misschien weer concentreren op wat ooit hun essentie was: het verder uitbouwen van de Vlaamse autonomie.

Het verdwijnen van N-VA uit de federale regering schept, voor wie Vlaamsgezind is, een aantal mooie mogelijkheden. Verlost van de trouw aan de federale regering en dus ook van de afspraken die met de coalitiepartners gemaakt werden, kan N-VA nu weer volop zichzelf zijn. Ook op communautair vlak. Dat hoeft niet via natrapperij te gebeuren en al helemaal niet met Wallonië als antagonist. Daar werd begin december immers de confederale hand gereikt door niemand minder dan Elio Di Rupo.

Verdwijnen van N-VA uit de federale regering schept, voor wie Vlaamsgezind is, mooie mogelijkheden.

De voormalig premier bouwde tijdens een interview op de Franstalige openbare omroep een argumentatie op waarbij beide deelstaatregeringen afzonderlijk meer macht zouden krijgen. Di Rupo vertrekt, niet onterecht, van het feit dat kiezers enkel kunnen kiezen voor politici uit hun eigen regio. Daaruit volgt dus dat het logischer zou zijn, aldus nog altijd Di Rupo, dat eerst in beide landsdelen een meerderheid zou gevormd, en dat beide meerderheden samen vervolgens dan de federale regering zouden vormen.

Dat is op zich geen compleet nieuw systeem, het gebeurt al in Brussel. Het is ook nog geen volledig uitgewerkt systeem, want datzelfde Brussel evenals de Duitstalige gemeenschap, die beide ook een eigen regering vormen, worden schromelijk over het hoofd gezien. Desalniettemin is dit een open deur waar een Vlaamsnationalistische partij die ooit nog ijverde voor evolutie in plaats revolutie en daarvoor het confederalisme naar voor schoof, met graagte zou moeten doorlopen om eens een kijkje te nemen.

Zeker met de verkiezingen in aantocht, waarbij de N-VA toch op een comfortabel resultaat mag rekenen, is het mooi meegenomen om een partner met confederale ideeën te hebben over de taalgrens. Temeer daar de zekerheid op een comfortabel verkiezingsresultaat heel wat kleiner is voor de huidige ex-coalitiepartner MR.

De federale en regionale verkiezingen liggen bovendien nog net ver genoeg om deze confederale piste verder uit te diepen. Al moet er ook weer niet te lang getalmd worden, al ware het maar alleen om het PS-ijzer te smeden nu het nog warm is. Een voordeel is dat in dit geval beide partijen demandeur de rien zijn. Ze streven immers hetzelfde doel na: een sterke regionale meerderheid die een ondergeschikte(re) federale meerderheid vormt.

Het Brusselse model mag dan qua vorm als voorbeeld kunnen dienen, qua werkbaarheid en verwezenlijkingen is het een heel stuk minder. De Brusselse regering vindt altijd wel een manier om min of meer degelijk samen te werken, maar de echte hete hangijzers en prangende problemen worden toch niet al te efficiënt aangepakt. Nee, misschien is het verstandiger om ook eens te rade te gaan in Zwitserland. In de Confoederatio Helvetica (CH) ligt de beleidsmacht overwegend lokaal en bestaat het federale niveau uit een soort ideologisch neutrale ploeg, slechts bevoegd voor zaken die hen expliciet door de regionale regeringen worden toevertrouwd. Ok, dat is misschien meteen al heel hoog gegrepen, maar we mogen ook best hoog mikken, willen we toch een beetje bevredigend resultaat bereiken.

Dat zou nog een ander voordeel met zich meebrengen: de nadruk van de verkiezingen zou veel meer op regionaal niveau komen te liggen. Zeker met een Zwitsers model is het immers veel belangrijker om de macht op regionaal niveau te winnen, dan op federaal. Dat zou dan weer ook de andere partijen dwingen zich wat meer met Vlaanderen bezig te houden en minder met het zachte Belgische pluche.

Er zou dan kunnen aangetoond worden dat die grondstroom in Vlaanderen nu ook weer niet zó rechts-conservatief is als men ons wil doen geloven en dat het eigenlijk best mogelijk is om een beleid te voeren dat dichter bij de burger en diens dagelijkse beslommeringen staat en tegelijk diens wensen en noden verdedigt op internationaal vlak.

Het zou de Vlaamse beweging ook weer een nieuwe lading, frisse, linksere zuurstof kunnen bieden. Het valt inderdaad niet te ontkennen dat de rechtervleugel in die beweging het laken flink naar zich toe heeft getrokken. Daar is op zich niks mis mee, maar het lijkt er soms wel op dat de Vlaamse beweging stilaan verstrikt en verstikt in dat rechtse laken.

Wat dat betreft, hoeven we niet te wachten op een startschot van de politiek. Met die optie op een confederalistische démarche, kan het geen kwaad om ons daar ook vanuit linkerzijde alvast op voor te bereiden. En gesteld dat N-VA en PS dan tóch doorduwen, kunnen we meteen werk maken van Vlaanderen in 5G: gemeenschapsbouwend, gedreven, gastvrij, gezellig en, och, goedlachs toch ook wel.

Tom Garcia is kernlid van Vlinks