‘De Europese Unie moet er ook na de Brexit bij Theresa May op aandringen dat een identiteitsbewijs eigenlijk maar een normale zaak is’, schrijft Zeger Collier van Vlinks. Hij roept op om in het debat over transmigratie meer te doen dan symptoombestrijding.

De laatste maanden beheersen transmigranten het nieuws. Veel berichten gaan over de repressieve kant, namelijk het politiewerk Rechtse politici vallen mekaar bij deze gelegenheden graag over de voeten met stoere verklaringen. Mantra van de rechterzijde is steeds dat het hier veelal geen hulpbehoevende migranten betreft, maar jonge en sterke mannen, die vanuit hun thuislanden in centraal-Afrika op een illegale manier door ons land reizen. Op zich klopt dat voor een deel, maar deze uitleg is te simpel, en het probleem raakt er niet mee opgelost.

Dit soort reacties zijn niet veel meer dan symptoombestrijding, waarmee politici op zoek gaan naar sympathie bij de achterban. De vraag die elke mens met een hart zich moet stellen, is toch vooral: ‘Waarom riskeren deze jonge mannen hun leven om uiteindelijk in Engeland te geraken?’

Laten we in Europa op zoek gaan naar meer menselijke manieren om transmigranten te helpen.

Een deel van het antwoord ligt in Centraal-Afrika, een regio die zonder meer een sociaal-economisch kerkhof is. Er is veel werkloosheid en zelfs wie een diploma heeft, vindt er nauwelijks werk. Velen onder hen zien maar één optie: vluchten naar het welvarende Europa. Op een legale manier lukt dat niet, want ze hebben geen politieke motieven. Daarom zijn deze ‘economische vluchtelingen’ een makkelijke prooi voor de vele mensensmokkelaars in de regio.

Zij vatten de tocht aan, met de laatste centen die de familie nog kan samen krabben. Met gevaar voor lijf en leden. Maar als het lukt, kan de jonge man in Europa werk vinden en maandelijks een deel van zijn wedde aan de familie in Afrika doorstorten.

De bestemming van de meeste transitmigranten is het Verenigd Koninkrijk, omdat het daar gemakkelijk is om onder te duiken. Er bestaan geen verplichtingen om je identiteit te bewijzen en de politie mag niet zomaar iemand op straat oppakken. Er is vooral in Londen een gigantische ‘parallelle economie’ waar men zogezegd ‘rustig’ kan leven in de illegaliteit, zij het met weinig zicht op officiële arbeid, laat staan sociale zekerheid. Bezwaarlijk als melk en honing te beschouwen dus, maar nog steeds stukken beter dan in het thuisland.

Meer geld naar ontwikkelingssamenwerking

Vraag is nu natuurlijk hoe de Europese politici dan wel met dit probleem moeten omgaan? Pure symptoombestrijding, zoals door rechts wordt gepropageerd, is alvast geen oplossing. Dat moge duidelijk zijn. Waarom kan de Europese politiek niet veeleer naar structurele oplossingen zoeken, die zowel aan bron, als aan monding echte remedies aanbrengen? Aan de bron in Afrika, moet er veel meer Europees geld dan op heden gaan naar ontwikkelingssamenwerking. We moeten de economieën daar als het ware op poten krijgen en ervoor zorgen dat jonge mannen werk kunnen vinden in eigen streek. De algemeen verspreide ‘norm’ van 0,7% van het BNP, wordt in de meeste Europese landen nu al niet bereikt, maar is ook op zich veel te laag.

Ook België haalde slechts 0,45% in 2017 en volgens voorspellingen van de OESO zal dit tegen 2019 zelfs nog verder zakken naar 0,38%. Deze daling is het gevolg van structurele en jarenlange besparingen op ontwikkelingssamenwerking. Met de transmigratie krijgt Europa dus de boemerang terug voor deze laksheid. Er moet snel structureel meer worden geïnvesteerd, tot 1% van het BNP. Maar het moet ook anders; het moet gebeuren in lokale en doelgerichte projecten, die de mensen ter plaatse zelfredzaam maken. Dergelijke privé-initiatieven zijn er al, maar we moeten harder gaan, met Europees overheidsgeld.

Eerlijke wereldhandel

Om echt te helpen, moet er rechtstreeks door Europese landen geïnvesteerd worden in concrete en kleine economische activiteiten (voedselverwerking, landbouw, irrigatie, maar ook softwareontwikkeling, bouw,…). Zo krijgen we jonge mannen daar aan het werk. Hogescholen en universiteiten kunnen onze politiek hiervoor zeker goede ideeën geven. Sluitstuk is natuurlijk een eerlijke wereldhandel, waardoor die lokaal geproduceerde Afrikaanse producten en diensten ook aan een eerlijke prijs kunnen worden uitgevoerd. Kleinschalige economische activiteit opstarten dus, en niet langer zoals voorheen ‘paternalistische’ steun geven, die terecht komt in lege stadskassen, of bij corrupte organisaties ter plaatse. Samengevat: meer en beter!

Maar ook aan de monding, in het Verenigd Koninkrijk, moet wat gebeuren. De Europese Unie moet er, ook na de Brexit, bij Theresa May op aandringen dat een identiteitsbewijs eigenlijk maar een normale zaak is en dat de individuele vrijheid daardoor niet bedreigd hoeft te worden. Het kan toch niet dat een beschaafd Europees land zomaar een parallelle clandestiene economie toelaat, naast de officiële, en daarmee bewust arme Afrikanen aantrekt. Clandestiniteit kan toch geen doel op zich zijn.

Maar wat belangrijkst is, is dat transmigranten ook maar mensen zijn, mensen die op zoek zijn naar een beter leven. De constante stoerdoenerij van rechts op de kap van deze mensen is storend. ‘Pushbacks’ naar de Libische kust zijn geen menselijke oplossing, en het lost helemaal niets op. Laten ons in Europa een andere weg opgaan, en op zoek gaan naar menselijke manieren om Afrikanen te helpen. De geschetste problemen ‘gebruiken’ voor rechts stemmengewin is niet langer aanvaardbaar.

Zeger Collier is kernlid van Vlinks