‘De bevolking heeft goede koopwaar voor haar stem geëist’, schrijven Tom Garcia en Johan Velghe van Vlinks na de verkiezingen van afgelopen zondag.

Er is, politiek-strategisch gezien, niet veel veranderd sinds vorige zondag nieuwe lokale besturen gekozen werden. Toch waren dit zeer interessante verkiezingen, want de burger heeft zich duidelijker en explicieter uitgesproken dan ooit. Een vraag stond duidelijk overal centraal: in wat voor een gemeente of stad willen wij wonen? Daarbij sloeg de kiezer meer dan eens de grond van onder de particratie weg, en draaien de partijstrategen nu overuren om alles weer min of meer onder controle te krijgen, vooral -echter en helaas- met de volgende verkiezingen in het vooruitzicht.

De kiezer voelde perfect aan wie met een duidelijk verhaal voor de dag kwam en zijn geheugen liet ‘m niet in de steek. Er werd individueel en gericht gekozen, ver weg van gewoontedogma’s en traditionele ideologieën. Er werd ‘gepanacheerd’ in de keuze voor stad/gemeente en provincie. Beleidsvoerders of oppositieleiders worden niet langer blind geadoreerd omwille van hun ambt of partijkleur, ze moeten ook iets te vertellen hebben. Het resultaat is ernaar: Antwerpse orakels reiken niet verder dan de fortengordel die pas na een eeuw nuttig is als natuurgebied. Grote machtsburchten brokkelen af of storten zelfs geheel in, partijcenakels worden uit hun tempels verdreven.


Het cliché wil dat de burger snel vergeet, maar verkiezingen hebben laten zien dat dat niet het geval is.

De bevolking heeft goede koopwaar voor haar stem geëist. De sjacheraars (met sociale woningen of het Middelkerkse casino) kregen een dreun. Zij die zwalpend beslissingen voor zich uitschoven, onvoldoende ruimte lieten voor burgerinspraak of te strakke beslissingen door de strot duwden, waren eraan voor de moeite.

Ook die andere gemeenplaats die wil dat de burger snel vergeet, waardoor politici zich een legislatuur lang ongenaakbaar wanen, is zondag naar het containerpark afgevoerd. De burger heeft een paardengeheugen ontwikkeld. Ruziemakers, praatjesmakers, futlozen, cumulars en mandatenverzamelaars werden de uitgang gewezen. Het signaal van de kiezer is duidelijk: aan beunhazen, onder welke partijparaplu ze zich ook verschuilen, dient niet langer tijd verspild te worden. Wie in de aflopende legislatuur daadkracht vertoonde, een luisterend oor aanbood en vertolkte wat leeft onder de bevolking, liet goede tot zelfs monsterscores optekenen, zowel in de meerderheid als in de oppositie.

En ja, dat ging dan alle kanten uit. In Ninove staat de meest succesvolle Vlaams Belanger ooit te popelen om de burgemeesterssjerp te omgorden, tot grote consternatie van de gestelde lichamen. In Leuven verpulvert een migrantenkind de persoonlijke score van politiek zwaargewicht Louis Tobback, en is na een strenge bekwaamheidsproef als SP.A-schepen nu een toekomstbaken als burgemeester van de studentenstad. Al dient hij hiervoor wel stevig op Groen te leunen. In Mechelen is Bart Somers erin geslaagd om van een positieve benadering van de realiteit van de diverse samenleving een zegetocht te maken. In Kortrijk boekt Philippe De Coene lichte winst met zijn succesvolle armoedebestrijding, in weerwil van de nationale neergang van zijn rode bloedcellenarme SP.A. Zo ook klinkt het bij Hans Bonte in Vilvoorde. In die Vlaamse steden wordt een progressief verhaal geschreven van sociale inclusie. Daar groeit en versterkt Vlaamse samenleving.

Tegelijk zette de Vlaming ook de poorten open voor het (extreem)rechtse discours van uitsluiting en/of afstraffing. De polarisatie werd in Antwerpen zo scherp opgedreven dat achteraf zelfs hevig zwaaien met de verzoeningsvlag niet voldoende blijkt om aan een comfortabele meerderheid te geraken. Zwaaien met vlaggen blijft tricky in Vlaanderen.

De burgerdemocratie heeft vorige zondag dus een goede beurt gemaakt. De nationale partijparaplu behoedt niet langer voor electorale malheuren, daar weet de N-VA in West-Vlaanderen voortaan alles over. Een aantal lokale lijsten scoorden een aardige uitslag bijeen. Hoe zwaar ook nationale partijen de media hun mantra’s en debatfiches opdrongen, toch vulden de stemhokjes zich vorige zondag met burgers die wel degelijk voor zichzelf en hun kroost de beste toekomstoptie afwogen. Ze lieten zich leiden door een groot verlangen naar een beter perspectief voor een beter leven in hun directe omgeving.

Vanuit de comfortabele stoel der politieke en andere analisten lijkt de Vlaamse samenleving zich te kristalliseren rond twee uitgangspunten: een afgesloten, in zichzelf gekeerd model versus een open en inclusief model. Maar is dat wel zo? Is het niet eerder zo dat handige politici de terechte bekommernissen van hun inwoners naar hun hand zetten, door er angst en stoere praat in te spuiten? Thema’s als huisvesting, samenlevingsopbouw, begeleiding tot een buurtwandeling werden als potentieel bedreigend voorgesteld. Met specifiek woordgebruik werd bewust misleid: niet een nieuwe moskee, maar een mega-moskee wordt gebouwd, stelt het Kortrijkse Vlaams Belang dat al minaretten en koepels met de halve maan naast de Sint-Maartenskerk laat opdoemen. In werkelijkheid gaat het om de ombouw van een warenhuis, geen mega-warenhuis.

Zo ontstaat het politieke beeld van een in twee helften gekliefde maatschappij, met maar twee winnaars (Groen/PVDA en Vlaams Belang) die lijnrecht tegenover elkaar staan. Wat volgt zijn opportunistische paringsdansen en strategische ontwijkmaneuvers om zoveel mogelijk macht te behouden en de beste positie in te nemen voor de volgende verkiezingen. De oplossing ligt echter niet in het zwaaien met de vlag van het opportunisme, maar in daadkracht gefocust op de totale bevolking van stad of gemeente. De weg naar een eclatante absolute meerderheid op verkiezingszondag in oktober 2024 loopt over een actief inclusieve gemeente/stad. Achter die veelkleurige vlag van het hoopvolle Vlaanderen stappen we op.

Want als je met de mensen gaat praten, niet als cliché maar écht, dan hoor en merk je dat iedereen eigenlijk hetzelfde wil: een zo goed mogelijk leven. Zelfs in het nu zo verguisde Ninove is het niet zo dat iedereen racist is en niets liever wil dan dat alle vreemdelingen buitengegooid worden. Het probleem is dat de bevolking al jaren vraagt om de veiligheid te verhogen, om de levenskwaliteit te verbeteren, om kortom: het samenleven te bevorderen. Als er niet geluisterd wordt, gaan de mensen inderdaad alsmaar ‘extremer’ hun grieven onderstrepen. De oplossing zal niet komen van strategische overwegingen over al dan niet cordons te doorbreken of wel of niet met deze of gene in een bestuur te stappen. De oplossing zal echter ook niet komen van populistische slogans en stoere beloftes. Het volgende bestuur zal moeten besturen én resultaten boeken. Dat kan alleen door volop in te zetten op samenlevingsopbouw, inclusie en samenwerking.

Ninove mag dan een uitgesproken situatie zijn, het is zeker geen alleenstaand of uitzonderlijk geval. In wezen vragen de mensen overal hetzelfde: een verbetering van de levenskwaliteit. En de werkpunten zijn gekend: (financiële) zekerheid, mobiliteit, armoede, milieu,… De boodschap zou duidelijk moeten zijn: beperk de politieke spelletjes en persoonlijke ambities tot een minimum en richt alle aandacht op wat burgers meer samenbrengt in een hechte samenleving.

Johan Velghe en Tom Garcia zijn woordvoerder en kernlid van Vlinks