‘De publieke ruimte mag geen safe space worden’, schrijft Gert Verwilt, kernlid van Vlinks. ‘Laten we een tegensprekelijk debat als een hoog goed blijven koesteren. Die Gedanken sind frei.’

Kulturkampf. Het is een Duitse leenwoord dat kernachtig duidelijk maakt waar het over gaat. Historisch gezien refereert de term aan de antiklerikale maatregelen die de protestant Otto von Bismarck, de ‘Ijzeren Kanselier’ van het jonge Duitse Rijk, uitvaardigde om de invloed van de katholieke kerk en haar politieke pijler de ‘Zentrumpartij‘, te fnuiken.


Er is slechts een vonk nodig om de cultuurstrijd te doen ontbranden.

Gert Verwilt (Vlinks)

 

In zijn huidige betekenis verwijst de term naar de ideeënstrijd die tussen verschillende ideologische strekkingen gevoerd wordt en waarvan de uitkomst de samenleving al eens in een andere plooi legt. Bijvoorbeeld de tweede schoolstrijd, toen in de periode van 1950 tot 1958 de levensbeschouwelijke zuilen lijnrecht tegenover elkaar stonden, met de ziel van het kind als inzet. De jarenlange twisten werden uiteindelijk bezegeld met het Schoolpact van 1958, waarna de Schoolvrede zijn intrede deed. Tot vandaag zijn er geen noemenswaardige troebelen meer tussen de verschillende netten. All quiet on the teachers front.

Anno 2018 gaat het er minder vreedzaam aan toe in de politieke arena. Dit heeft deels te maken met de intrede van de nieuwe politieke partij N-VA in 2001. Deze rechts-liberale, conservatieve partij met een communautaristische en soms populistische inslag, zette de verhoudingen in het politieke landschap en de publieke opinie weer op scherp. Waar bijvoorbeeld de antagonisten Francken en Calvo voor staan is duidelijk. Ze hebben ideologisch weinig met elkaar gemeen.

In dit verhitte klimaat is slechts een vonk nodig om de cultuurstrijd in alle hevigheid te doen ontbranden. De voordracht door N-VA van de voormalige journaliste en nu polemische columniste voor de krant De Standaard, Mia Doornaert, tot voorzitter van het Vlaams Fonds voor de Letteren, was het sigarettenpeukje van dienst.

Het deed filosoof en publicist Bleri Lhesi in zijn pen kruipen. In een verklaring op zijn Facebook pagina op 16 juli gewaagde hij van ‘de lage racistische en islamofobe opinies die Mia Doornaert de wereld instuurt en die niet stroken met mijn literair engagement’. In een daarop volgend opiniestuk in MO*Magazine richtte hij zijn vizier op tal van islamcritici, die hij van islamofobie en verkapt racisme beschuldigde.

Het was een tackle met de voeten vooruit, waarbij een gans elftal werd uitgeschakeld. Ayaan Hirsi Ali, Etienne Vermeersch, Maarten Boudry, Benno Barnard, Luckas Vander Taelen, ze passeerden allen de revue. Ze werden in dezelfde zak gestoken met Wim Van Rooy, berucht om zijn uitspraak dat het aangewezen is om moslims te deporteren, en de xenofobe Nederlandse politicus Geert Wilders. ‘Guilty by association‘ heet zoiets. Intellectueel eerlijk is anders, maar de knuppel was in het hoenderhok gegooid.

Nu valt er over Mia Doornaert wel wat te zeggen. Haar strijd voor mensenrechten en tegen de politieke islam, het islamisme is lovenswaardig. Het totalitaire islamisme verkiest, vanuit een letterlijke lezing van de geloofsbronnen, een theocratisch model boven een seculiere samenleving. Maar in haar niet aflatende ijver om de politieke islam te bestrijden, vergaloppeert ze zich soms en negeert ze het onderscheid tussen islam en islamisme, waardoor alle islamieten de facto islamisten worden. Of ze wordt vatbaar voor fake news, zoals de hoax waarin beweerd werd dat de Zweedse politie systematisch misdrijven door moslims verzweeg.


Is islamkritiek een vehikel voor moslimhaat?

Er ontspon zich een hevig debat rond de invulling van termen als racisme en islamofobie. Is racisme enkel te definiëren op biologische gronden of bestaat ook zoiets als ‘cultureel racisme’? Is islamkritiek een vehikel voor moslimhaat? Welke lading dekt de term islamofobie? Toegegeven, voor sommigen is islambashing een manier om uiting te geven aan xenofobe gevoelens. Of is het een wapen voor conservatieve geestelijken en gelijken als ‘the regressive left‘ om alle externe en interne islamkritiek te pareren?

Alle semantiek ten spijt, is het evident dat in een open en tolerante samenleving geen plaats is voor manifestaties van haat jegens mensen omdat ze behoren tot een bepaalde bevolkingsgroep. Of het nu om joden, moslims, homo’s, zwarten, vluchtelingen, of wie dan ook gaat. Een weerbare democratie, de ‘open society’ die Karl Popper voor ogen had, laat hier haar tanden zien en zegt haters de wacht aan. Racisme in al zijn varianten, verbale of fysieke agressie tegen LGTB’s in onze steden: no pasaran. Geen tolerantie voor intolerantie, om het met de woorden van Popper te zeggen.

Terug naar het hierboven geschetste debat. Dat werd, zoals gezegd, scherp gevoerd. Maar verontrustende tendensen tekenden zich stilaan af aan de horizon. Gewezen VRT-journalist Walter Zinzen trok fel van leer in, alweer, MO*magazine, ‘De meeste islamkritiek is islamietenkritiek’, schreef hij. Een boude bewering, maar al bij al een legitieme mening. Het begon pas te stinken toen de Lierse psychologe Birsen Taspinar, zus van VRT-journaliste Fatma Taspinar, in een stuk in het culturele maandblad Rekto Verso, het primaat van een seculier samenlevingsmodel in vraag stelde. Ze omschreef het concept van scheiding van kerk en staat als ‘een christelijke bril’. Wanneer daarmee naar een andere religie wordt gekeken, vervolgde ze, zou dit een paternalistische en denigrerende blik geven.

Enkele decennia terug zou zo’n discours ophef veroorzaken. Waarom roept democratisch links niet luidkeels halt bij een suggestieve invraagstelling van de seculiere samenleving?

In de VS is een deel van de linkerzijde al een tijdje ontspoord. De progressieve, seculiere waarden die links voorstaat, worden selectief gehanteerd en verlaten, wanneer het etnische minderheden betreft. Men omschrijft dit ook wel eens als ‘het racisme van de laagste verwachtingen’. De merkwaardige paradox ligt hier in de vaststelling dat links zo op een aantal vlakken de waarden van radicaal rechts uitdraagt en haar eigen kernwaarden verloochent.

Maajid Nawaz, een bekende publicist en een ‘liberal moslim‘, die zich verzet tegen elke vorm van ideologisch extremisme, heeft deze houding benoemd als ‘the regressive left‘. De geest ervan laat zich minder zien in politieke partijen, maar vooral in activistische groepjes en op het internet, niet in het minst op de sociale media.


Als het regent in de States, druppelt het in Europa.

Als het regent in de States, druppelt het in Europa. Boven de Moerdijk weten ze er alles van.

Tunahun Kuzu en Selçuk Özturk zetelden in de Nederlandse Tweede Tweede Kamer voor de sociaaldemocratische PVDA. Ze hielden er dissidente meningen op na over zaken als homo- en vrouwenrechten en de erkenning van de Armeense genocide. Het duo werd ten langen leste uit de partij gezet en stichten hun eigen partij op, onder de naam DENK. Het gedachtengoed van DENK kenmerkt zich door activistische en antiracistische standpunten. Maar er zijn grote twijfels omtrent het democratische gehalte van de partij: de massale mensenrechtenschendingen door het Turkse AKP regime worden met de mantel der liefde bedekt en DENK weigert categoriek de Armeense genocide als dusdanig te erkennen.

DENK vertoont sterke parallellen met de Belgische politieke beweging Be.One. Ook hier zien we een merkwaardige collusie van ‘linkse’ standpunten met sympathie voor een autoritair-fascistoïde regime met islamistische inslag. Het stemmenreservoir van Be.One bestaat dan ook voornamelijk uit religieuze, rechts-conservatieve kiezers van Turkse origine, die sympathie hebben voor Erdogan en zijn regime. Het is meteen ook de reden waarom u in het programma Be.One geen ‘LGTB luik’ zal vinden. De verkiezingen zijn in aantocht.


Voor rechts-populisten deugen vluchtelingen uit moslimlanden niet, want ze zijn nu eenmaal moslim.

Regressief links en populistisch rechts zijn in een aantal opzichten elkaars spiegelbeeld. Beiden kenmerken zich door een selectieve lezing van mensenrechten. Beiden sluiten mensen op in hun cultuur of religie en denken essentialistisch over bevolkingsgroepen: onderscheid of nuance wordt niet gemaakt. Wanneer men tot een bepaalde bevolkingsgroep behoort, heeft men alle kenmerken die aan die groep worden toegeschreven.

Voor rechts-populisten deugen vluchtelingen uit moslimlanden niet, want ze zijn nu eenmaal moslims. Zelfs wie moest vluchten voor de islamisten is te mijden, een moslim is een moslim. Ook in deze hetze speelt het internet een grote rol, versterkt door het fenomeen dat mensen zich in de sociale media vaak uitsluitend met gelijkgezinden omringen, wat een bubbeleffect creëert.

Regressief links heeft het op zijn beurt moeilijk met de minderheden binnen de minderheden, door de homogeniserende wijze waarop ze naar bevolkingsgroepen kijken. Onderwerpen als eerwraak, vrouwelijke genitale verminking, kindhuwelijken, sociale of familiale druk, haat tegen ‘andersgeaardheid’, staan daarom niet bovenaan de agenda.

Deze cultuurrelativistische benadering staat haaks op de intrinsieke universaliteit van de mensenrechten. Wie beweert dat er meerdere manieren zijn om ankerconcepten als mensenrechten, democratie of een seculiere samenleving te benaderen, begeeft zich op glad ijs. De zoektocht naar alternatieven voor een liberale, democratische rechtsstaat, komt al gauw uit bij ‘volksdemocratieën’ naar Chinees model of theocratieën naar Iraans of Saoedisch voorbeeld. Mensenrechten zijn universeel of ze zijn niet, een samenleving is seculier of niet seculier, een halve scheiding van kerk en staat bestaat niet.

In dat opzicht is de steun die SP.A voorzitter John Crombez in een interview met De Morgen gaf en waarin hij zijn steun uitdrukte om LEF (Levensbeschouwing, Ethiek, Filosofie) in het onderwijs te introduceren. Een goed idee, want zo kunnen alle leerlingen kennismaken met een humanistische ethiek, het fundament voor de humane samenleving van morgen.


De publieke ruimte mag geen safe spaceworden.

Hopelijk betekent dit voorstel niet de voorbode van een nieuwe schoolstrijd, maar wel van een clash der ideeën, de motor van een open samenleving.

Het denken laat zich niet onderwerpen, zo wist de Franse wiskundige Henri Poincaré ons te vertellen. De publieke ruimte mag geen safe space worden, waarbij een rumoerige gedachtenpolitie de contouren van het debat en haar deelnemers bepaalt. Laten we een tegensprekelijk debat als een hoog goed blijven koesteren. Die Gedanken sind frei.