‘Het is een vreemd fenomeen, hoe de grootste verdedigers van ongeremd kapitalisme plots de grootste protectionisten worden wanneer het om migratie gaat’, schrijft Kevin De Laet van Vlinks.

Er is een merkwaardige tegenstrijdigheid in het strenge migratiediscours dat men vaak in de rechtse en liberale kringen hoort. Als het op vrij verkeer van kapitaal, goederen en diensten komt dan moeten alle grenzen zo wijd mogelijk open en krijgen we het een na het ander ‘vrijhandelsverdrag’ te slikken (recent CETA en een verdrag met Japan). Als het om mensen gaat, dan moeten de grenzen blijkbaar plots potdicht (tenzij het gaat om goedkope werkkrachten die kunnen uitgebuit worden zoals in de transportsector). Het is een vreemd fenomeen, hoe de grootste verdedigers van ongeremd kapitalisme plots de grootste protectionisten worden wanneer het om migratie gaat.


Wie per se vrije markt wil, moet vrije migratie er maar bij nemen.

Het migratiedebat is zonder twijfel “hot topic number 1” in Europa, in zoverre zelfs dat het Europese politieke landschap er grondig door gewijzigd raakt, en we van politieke crisis naar politieke crisis lijken te kruipen. Van Brexit tot de bijna val van de Duitse regering Merkel, opstandige Italianen en Visegradlanden, en de opkomst van wat men nogal simplistisch ‘rechts populisme’ noemt (en soms eens ‘links populisme’). Ah ja, en dan is er nog Trump met zijn muur. Helaas gaat het in dat debat gewoonlijk enkel over oorzaken en over de vraag hoe veel of hoe weinig vluchtelingen en migranten we mogen toelaten (en parallel: hoe ‘multicultureel’ we onze samenleving willen).

Over de oorzaken van de migratie horen we weinig. Occasioneel mag er wel eens een kritische stem door klinken, die wijst op pakweg de verkoop van wapens aan oorlogszuchtige regimes zoals Saoudi-Arabië, of de Westerse obsessie met ‘regime change’ overal in de wereld. Occasioneel. Nog veel minder horen we over de economische wanverhoudingen in de wereld en er schijnt een complete omerta te bestaan over het verband tussen migratie en de doctrine van de vrije wereldmarkt, het échte politiek-correcte denken van deze tijd.

Wat dat betreft is er een merkwaardige discrepantie ontstaan tussen de obsessie met de mondiale vrije markt die er koste wat het kost moet komen, en de steeds luider klinkende roep om de grenzen dicht te doen voor migrerende en vluchtende mensen. Nochtans, als er één ding is dat de geschiedenis ons leert is het wel dat een vrije markt onvermijdelijk gepaard gaat met verhoogde ‘sociale mobiliteit’ om het even eufemistisch te verwoorden. Wie absoluut een vrije markt wil, die moet er het vrij bewegen van mensen (sommigen zouden misschien meer correct zeggen: arbeidskrachten) er maar bij nemen.

Dat men vooral met gevolgen bezig is en niet met oorzaken is een probleem niet enkel bij de ‘rechtse populisten’ maar ook bij heel wat voorstanders van de migratie. Met voorstanders bedoelen we dat niet zozeer degenen die vinden dat we vluchtelingen moeten helpen uit humanisme, maar zij die een stap verder gaan en migratie toejuichen als doel op zich. Een van de volgens mij meest perverse argumenten van dit ‘pro-migratiekamp’ is wel dat ‘we migranten nodig hebben om de vergrijzing te betalen’ (en varianten daarop). Dikwijls komt dat argument vanwege linkse mensen die al eens durven kritisch zijn voor het economisch neoliberalisme, nochtans nemen ze de neoliberale denkwijze hier gewoon over: migranten zijn slechts hulpmiddelen die wij kunnen of moeten aanwenden om een economisch deficit (door onszelf veroorzaakt!) op te lossen. Zo’n discours is echter even goed een dehumaniseren van migranten – iets wat men graag de rechtse “populisten” verwijt.

Cynisch

Het getuigt trouwens ook opnieuw van een zeer groot onbegrip voor economische oorzaken en tendensen. Het is vooreerst maar de vraag in hoeverre het importeren van arbeidskrachten – over ‘mensen’ spreken is eigenlijk een beetje passé – zin heeft wanneer er niet voldoende jobs beschikbaar zijn om aan deze arbeidskrachten te geven. Per slot van rekening verdwijnen juist die jobs waar deze mensen voor in aanmerking zouden komen, door automatisering en delokaliseren. Daarnaast getuigt het volgens mij van een bijzonder cynisch economisch kolonialisme dat men nu net vooral in rechtse ultraliberale kringen terug vindt: men organiseert zo een gigantische ‘brain drain’ uit de landen die al die ‘human resources’ (zoals dat dan treffend heet) zelf het hardst nodig hebben. Men is kortom wat migratie betreft in linkse kringen vaak even cynisch als in rechtse kringen.

We hadden het eerder al over de goedkeuring in het Vlaams parlement van het CETA-verdrag, onder meer door de partij die onlangs nog opriep om toch maar eens uit te rekenen wat die migratie ons wel kost (dat CETA verdrag wordt trouwens verdedigd op basis van cijfermateriaal waar heel veel vraagtekens bij mogen geplaatst worden). Deze verdragen, waar sowieso al heel wat democratische legitimiteitsproblemen rond zijn, worden zelden besproken in het politieke debat, al helemaal niet in het debat rond migratie, nochtans zijn het net deze verdragen die de motoren van de migratiestromen van morgen vormen, misschien nog veel meer dan lokaal oorlogsgeweld in dit of dat land.

CETA staat immers niet alleen, evenmin als het verdrag met Japan. Het verbindt ons economisch met landen die op hun beurt al verbonden zijn met andere landen via soortgelijke verdragen. Via CETA komen we bijvoorbeeld ook in contact met de NAFTA-zone van Noord Amerika (dus ook Mexico), en via het verdrag van Japan weldra met het gigantische handelsblok van het TPP-verdrag in Azië, dat onder die of een andere naam er vroeg of laat zal komen. Op die manier wordt een wereldwijde keten van verdragen uitgebouwd, die op termijn één resultaat zullen hebben: een de facto planetaire vrijhandelszone.


De economische realiteit van het kapitalisme, dat maar al te graag op potentiële ‘markten’ springt, haalt het selectief liberalisme van de critici van de multicultuur vroeg of laat wel in.

Het zou wel heel naïef zijn om te denken dat dit geen enkel effect zou hebben op de wereldwijde ‘sociale mobiliteit’, om het eufemisme nog eens te gebruiken. Het is slechts een kwestie van tijd vooraleer deze verdragen zich tot hun extreme consequentie zullen opdringen: alle grenzen moeten weg, ook de migratiegrenzen, want ook arbeid moet vrij zijn om te bewegen. Trouwens ook de culturele grenzen: de culturele supermarkt is het onvermijdelijke gevolg hiervan, iets waar de critici van hoofddoeken en halalvlees best maar eens bij stilstaan. De economische realiteit van het kapitalisme, dat maar al te graag op potentiële ‘markten’ springt, haalt het selectief liberalisme van de critici van de multicultuur vroeg of laat wel in. Vraag en aanbod weet u wel, een van de ideologische axioma’s van de vrije markt.

Wanneer een partij als de N-VA dus openlijk zich afvraagt ‘wat migratie eigenlijk wel kost’ maar tegelijkertijd kritiekloos de massamigratie van de komende decennia goedkeurt, wanneer men de multicultuur afwijst maar ondertussen de poorten wijd openzet voor internationale multinationals om lokale handel weg te concurreren, is dat op zijn zachtst gezegd dus wel een beetje hypocriet. Wie per se vrije markt wil, moet vrije migratie er maar bij nemen.

Kevin De Laet is kernlid van Vlinks