DSC_0061

‘Of je nu een veldslag uit 1302 herdenkt, of minder bloedige schermutselingen uit 1968, is een kritische bezinning over de toekomst niet waardevoller dan de oubollige romantiek en het melige triomfalisme dat in beide gevallen hoogtij viert? Vlinks stelt de vraag.

De trofee is onhaalbaar gebleken, de voetbalhysterie ebt weer weg als sneeuw voor de zon. De vlaggen met commercieel logo waren al quasi-gratis, nu worden ook de tricolore hoeden, truitjes, horens, spiegelhoezen, enz. prompt verramsjt. De euforie was niet alleen opgeklopt, maar ook vrijblijvend en voorbijgaand.

Een ding staat wel vast: ze heeft meer volk op de been gebracht dan de officiële vieringen van 11 of 21 juli dat kunnen. Die vieringen doen trouwens minstens even artificieel aan. Er valt zelfs, zoals Johan Velghe hier vorige week schreef, niet veel verschil meer te bespeuren tussen beide. Tromgeroffel en klaroengeschal ontbreken meestal; straffe strijdkreten en valse romantiek hebben kennelijk ook hun tijd gehad. Maar vooral: rebels zijn ze al helemaal niet meer, de 11 julivieringen.


Beste Vlaamse bewindvoerders, stop het tromgeroffel en beantwoord eerst de pijnlijke vragen.

Wat je daar overigens nooit hoort, is dat die overwinning in 1302 de eerste en enige was, en – zoals dat met overwinningen vaak het geval is – vooral te danken aan een tactische blunder van de tegenstander. Maar vieringen en ‘historische mijlpalen’ dienen nu eenmaal niet om aan objectieve geschiedschrijving te doen. (Dat is, tussen deze haakjes, in andere landen niet anders: voor Duitsers valt er op 11 november niets te vieren; en naar een metrostation ‘Waterloo’ of ‘Berezina’ zal je in Parijs lang moeten zoeken).

Bovendien is de ene mijlpaal de andere niet. Sommige raken letterlijk onder het zand bedolven, andere worden verplaatst of rondgedraaid tot ze in een of ander belanghebbend hedendaags plaatje passen.

Kijk bijvoorbeeld even terug naar de – inmiddels gelukkig weggeëbde – vloedgolf van herinneringen aan ‘mei achtenzestig’. Ook nu bleek weer eens onmiskenbaar dat “in een oorlog de waarheid het eerste slachtoffer is”. Het was ronduit verbluffend om zien hoe – vijftig jaar na de feiten, alsjeblief – de ideologische oorlog even hoog oplaaide als destijds. En of de gebeurtenissen nu heroïscher of verfoeilijker werden voorgesteld dan ze in werkelijkheid waren, de waarheid raakte ook nu zwaargewond in de strijd om de geesten.

Vlaams én sociaal

Die strijd kreeg hier te lande bovendien een extra dimensie. Want hier was in januari 1968 al een ophefmakende revolte losgebarsten. In Leuven, en later ook in Gent en Brussel werd mei toen door vrijwel alle betrokkenen gezien als een voortzetting van januari. De strijd om ‘Leuven Vlaams’ draaide immers minstens evenzeer om een grondige democratisering van universitair onderwijs én van de samenleving in het algemeen. Dat gerechtvaardigde Vlaamse eisen tegelijk ook volstrekt verantwoorde sociale eisen waren – én zijn – werd in die periode nog maar eens perfect duidelijk gemaakt.

Alleen zagen de ‘herdenkers’ dat vijftig jaar later wel even anders. Aan de ene kant van het politieke speelveld wou men liefst doen alsof uitsluitend ‘januari ’68’ van tel was: de val van de regering-Vanden Boeynants, de overheveling van de UCL, en de daaropvolgende stapsgewijze hervorming van het koninkrijk België tot een federale staat. Mei? Grondige democratisering? Niets dan ellende. Niets mee te maken.

Aan de andere kant draaiden sommige prominente spelers van weleer zich in alle mogelijke – en soms ronduit wansmakelijke – bochten om de Vlaams-democratische dynamiek van die periode te loochenen, en verdacht te maken. Gesprekken en geschriften dropen van chagrijn omdat de linkse studentenbeweging was “gekaapt” door reactionaire krachten. Van enig zelfkritisch onderzoek naar de oorzaken van die kaping was – op een half zinnetje na – geen sprake.

Dat Vlaamse reactionaire krachten het tientallen jaren na ’68 voor het zeggen kregen, dat kon en kàn niet genoeg worden beklemtoond. Alleen … dat sommige linkse ‘oud-strijders’ wàt graag aanschurken bij Belgische reactionaire krachten om het ene en ondeelbare koninkrijk te redden, valt vanuit die hoek niet te horen.

Eigenlijk is die geschiedvervalsing langs beide zijden intriest. Voor de kwaliteit van het intellectuele debat in Vlaanderen voorspelt ze weinig goeds. En voor de zo noodzakelijke herbronning van het linkse gedachtengoed al even weinig.

Samen sterk

Je vraagt je dan toch redelijk wanhopig af hoe zoiets in vredesnaam mogelijk is. Er moeten toch aan beide zijden nog enkele mensen te vinden zijn die zich niet door eigenbelang en/of eigendunk laten verblinden in het zoeken naar toekomstgerichte ideeën. Onbevangen geesten die begrijpen dat een Vlaamse beweging die zich uitgesproken rechts profileert nooit een meerderheid van de bevolking zal aanspreken. En evengoed: dat heel veel sociaal-bewogen Vlamingen zich nooit van ganser harte achter de rode vanen kunnen scharen zolang zij daarvoor hun zelfrespect als Vlaming moeten prijsgeven.

Hoe lang zullen ‘links’ en ‘Vlaams’ blijven vasthangen in dat verhaal van gemiste kansen, terwijl het verleden toch af en toe heeft bewezen dat het ook anders kan? Als “de lange en moeizame strijd om de culturele hegemonie” (naar het woord van Gramsci, deze vaak geciteerde maar nauwelijks serieus gelezen Italiaanse linkse denker) toch zo belangrijk is, kan dan eindelijk ’s een ernstige poging worden ondernomen om zonder vooroordelen te onderzoeken en in kaart te brengen wat beide zijden – tenminste potentieel – eerder verbindt dan scheidt?

Of je nu een veldslag uit 1302 herdenkt, of minder bloedige schermutselingen uit 1968, is een kritische bezinning over de toekomst niet waardevoller dan de oubollige romantiek en het melige triomfalisme dat in beide gevallen hoogtij viert?

De Vlaamse koelkast

Als de vlaggen zijn opgeborgen tot de volgende hoogmis, kan er dan eindelijk ’s begonnen worden aan een omvattend en correct debat waaruit duidelijk zou worden wié wélke richting uit wil met dat steeds autonomere Vlaanderen in een steeds minder stabiele wereld?


Gelooft iemand écht dat je integratieproblemen uit de wereld helpt door verhullende semantiek of dito kledingvoorschriften?

Blijven we beton bijgieten, of durven we eindelijk vragen aanpakken over zin en onzin van al die verkeersstromen? Is het zinvol de watervallen in het onderwijs uit te vlakken door de hele bedding op hetzelfde niveau te brengen, of moet de dualisering worden tegengegaan door een mentaliteitswijziging bij leerkrachten en (vooral) ouders? Gelooft iemand écht dat je integratieproblemen uit de wereld helpt door verhullende semantiek of dito kledingvoorschriften? Volstaat het jaar na jaar de toenemende armoede in dit rijke land aan te klagen, maar de oorzaken ongemoeid te laten of zelfs in de hand te werken?

Mobiliteit, milieu, onderwijs, arbeidsmarkt, vergrijzing … en op al die terreinen: de zorg om kwaliteit eerder dan kwantiteit. Voorwaar, aan fundamentele vragen en levensgrote uitdagingen waarachtig geen gebrek. Maar Vlaamse bewindvoerders, met in hun zog zelfs een meerderheid van de Vlaamse bevolking, lijken die vragen liever uit de weg te gaan. Dat is niet alleen hoogst ergerlijk, maar op termijn zelfs (ook letterlijk) levensbedreigend en vooral dom want kortzichtig.

Het getuigt bovendien van weinig respect voor de moeizame Vlaamse emancipatiebeweging. Zelfs het toenmalige progressieve Vlaamse weekblad ‘De Nieuwe’ waarschuwde meer dan een halve eeuw geleden al, hoofdletters incluis: “Wij ook willen Vlaanderen tot stand brengen, maar … het heeft niet de minste zin een Vlaanderen tot stand te brengen dat een afkooksel in miniatuur wordt van Belgische machts- en belangenpolitiek. WIJ WILLEN NIET EEN VLAANDEREN, MAAR EEN SCHOON VLAANDEREN“.

Anno 2018 snijdt de vraag naar het invullen van Vlaamse autonomie nog veel dieper – en dus pijnlijker – dan toen. Ze is van levensbelang. En mag dus in geen geval door partijstrategen in de koelkast worden gestopt.

Edi Clijsters is kernlid van Vlinks

 

  •