Vorige week keurde het Vlaams parlement geruisloos het CETA-akkoord goed. ‘Het Vlaams Parlement werkt op die manier mee aan het afbouwen van haar eigen soevereiniteit’, schrijft Johan De Nys, kernlid van Vlinks.

Zo’n 2 jaar geleden verbaasde Waals minister-president Paul Magnette vriend en vijand door aan te geven dat de Waalse meerderheidspartijen PS en CDh, samen met Ecolo en PTB, tegen het Canadees-Europese vrijhandelsverdrag CETA zouden stemmen. De Vlaamse regering reageerde verbolgen. N-VA vond het schandalig dat regionale overheden konden dwars liggen in zo’n materie. Bij Open-VLD gingen stemmen op om de regionale bevoegdheden in deze materie te herfederaliseren. De Europese Commissie liet onderzoeken of ze wel de goedkeuring nodig had van de nationale en regionale parlementen, of ze dat ook gewoon eigenhandig kon opleggen. Binnen de Vlaamse meerderheid loofde alleen de eeuwige dwarsligger en Wallonië-liefhebber Jan Peumans in zijn 11-julitoespraak de moed van Magnette om zijn regionale bevoegdheden ten volle uit te oefenen.

De storm lijkt intussen gaan liggen, en vorige week ratificeerde het Vlaamse parlement, meerderheid tegen oppositie, geruisloos het CETA-verdrag goed. Het Vlaams Parlement werkt op die manier mee aan het afbouwen van haar eigen soevereiniteit. Waar Vlaanderen decennia geknokt heeft om eigen bevoegdheden te verkrijgen, worden deze door de huidige meerderheid in alle stilte weer tenietgedaan.

‘Onze parlementsleden zijn druk bezig met hun eigen bevoegdheden uit te kleden’

Waar gaat het eigenlijk over? CETA wordt omschreven als een vrijhandelsverdrag van een nieuwe generatie. Het gaat hier meer dan het stroomlijnen van vrijhandel van goederen en diensten, maar streeft naar convergentie in de geldende normeringen. Volgens de verdedigers van het verdrag (waarbij 92% van de invoerheffingen op landbouwproducten en 99% op andere producten zou worden afgeschaft) zou dit leiden tot ongeziene economische groei; volgens een studie op vraag van de Europese Commissie zelf een groei van 0,02%… Volgens een studie van Tufts University in de VS zou het verdrag echter kunnen zorgen voor een banenverlies dat kan oplopen tot 200.000. En dan hebben we het nog niet over de regelgeving qua voedselveiligheid, milieubescherming, sociale rechten,… die onder druk komen te staan.

Ondanks dat verschillende parlementen CETA nog niet goedgekeurd hebben (Vlaanderen, Wallonië, het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, maar ook Nederland, Frankrijk, een aantal Duitse staten,…) is een deel van het verdrag vandaag al actief. Het luik dat echter nog niet actief is, is het zogenaamde ICS-systeem, aangezien hier de goedkeuring van alle parlementen nodig is. Dit ICS (Investment Court System, de opvolger van het gelijkaardige ISDS, Investor-State Dispute Settlement) is een soort arbitrage waar bedrijven kunnen aankloppen wanneer zij menen dat een bepaalde normering of wetgeving (tenzij dit expliciet toegelaten wordt door CETA) nadelig is voor haar investeringen.

Waarom hebben we dat nodig? Bedrijven kunnen toch evengoed aankloppen bij de bestaande rechtbanken? Blijkbaar is er in de CETA-logica een arbitrage nodig, die buiten de bestaande rechtbanken valt, waar wij als gewone burgers niet terecht kunnen als wij in de clinch liggen met onze overheid maar bedrijven wel. De juristen die dergelijke tribunalen bemannen zijn geen gewone rechters, maar juristen die gespecialiseerd zijn in handelsrecht en veelal werken voor de grote advocatenkantoren die diezelfde multinationals onder hun grote klanten kunnen rekenen. Hoe onpartijdig die juristen zijn, is dus maar de vraag.

Zal het wel zo’n vaart lopen dat bedrijven zomaar democratische overheden kunnen aanklagen als ze bang zijn voor hun investeringen? Blijkbaar wel. Vandaag is er een procedure tussen de Belgische staat en containermultinational DP World in een dispuut om de Antwerpse haven. DP World is een multinational uit Dubai, één van de Verenigde Arabische Emiraten, en kan via een gelijkaardige procedure de Belgische overheid onder druk zetten (zoals voorzien in het investeringsverdrag tussen de Belgisch-Luxemburgse Economische Unie en de Verenigde Arabische Emiraten).

Maar vreemd genoeg valt hierover nauwelijks iets te lezen in de media. En vooral: waar zijn onze parlementsleden om hier democratische controle over uit te oefenen? Oh, ja, die zijn blijkbaar druk in de weer met hun eigen bevoegdheden uit te kleden …

Johan De Nys is kernlid van Vlinks