‘Wie van antizionisme en antisemitisme een amalgaam maakt, moet niet verongelijkt doen wanneer dat amalgaam zich tegen hen keert’, schrijft Edi Clijsters van Vlinks.

Een andere dan je eigen vrouw een hand geven? Mag niet. Kinderen doodschieten die zich in een vooruitgeschoven gemilitariseerde grensstrook wagen? Mag wel. Wie bedenkt zoiets? Onschuldige eigenaardigheden over één kam scheren met het slechtst denkbare. Betrekkelijk triviale gebruiken op één hoop gooien met praktijken die elk zinnig mens verafschuwt: zo kan je alles wat je niet aanstaat perfect demoniseren.

Verstandige mensen -en a fortiori overtuigde democraten- houden daar niet van. Zij weten dat je een minimum aan democratische en rechtvaardige samenleving niet opbouwt of in stand houdt zonder een minimum aan respect voor feiten en ‘zindelijk denken’. En daarvoor is ook zindelijk taalgebruik nodig. Of anders gezegd: semantische hygiëne.

Alleen ontbreekt het daaraan tegenwoordig wel eens in identitaire en geopolitieke debatten. Een beknopte oefening in zindelijk woordgebruik blijkt naar aanleiding van recente gebeurtenissen in het Nabije Oosten -nog maar eens- hoognodig. Je moet (zonder in haarklieverij te vervallen) begrippen duidelijk afbakenen en vervolgens die begrippen correct hanteren in weergave en analyse van feiten. Hoezeer ze ook onderling samenhangen, je mag ze niet zomaar -bewust of onbewust- door elkaar haspelen.

Bij het afbakenen van begrippen kan wat verzamelingenleer helpen. Aldus: niet alle joden zijn Israëli’s; niet alle Israëli’s zijn joden. Niet alle joden zijn zionisten; niet alle zionisten zijn joden. Net zoals bijvoorbeeld niet alle Arabieren moslims zijn, of niet alle moslims Arabieren. En als klap op de vuurpijl: niet alleen joden zijn semieten.

Om met dat laatste te beginnen. Volgens aloude bijbelverhalen was Sem een van de drie zonen van Noah; zowel Hebreeën als (onder meer) Arabieren zouden afstammen van Sem. Louter theoretisch doet iemand die zich minachtend uitlaat over Arabieren of hun cultuur dus evengoed aan antisemitisme. Maar in de praktijk heeft de term uitsluitend betrekking op joden.

Dat antisemitisme was in het christelijke Europa eeuwenlang wijd verspreid, maar laaide vooral vanaf de negentiende eeuw hoog op, onder meer omdat de romantiek toen groot belang hechtte aan ‘culturele eigenheid’ en ‘volksverbondenheid’, en die vaak als grondslag zag voor natievorming. De brutale vervolging waaraan Joden (vooral in Oost-Europa maar vaak evengoed in het verlichte Frankrijk of in het Duitsland van ‘dichters en denkers’) waren blootgesteld, deed bij hen het verlangen opkomen om zich in een eigen staat te groeperen en zo beter te verdedigen. Dat verlangen kreeg politiek en organisatorisch gestalte in het werk van (onder meer) Theodor Herzl. Die eigen staat wilde hij vestigen in wat toen Palestina heette en onderdeel was van het grote Osmaanse rijk. Jeruzalem zou er de hoofdstad van zijn, en naar de berg Sion waarop die stad lag, werd de hele beweging genoemd.

In essentie was het ‘zionisme’ dus een product van het 19de-eeuwse Europese nationalisme én kolonialisme. Het paste inderdaad perfect in het kolonialistische klimaat dat toen in Europese hoofdsteden heerste: Herzl zag zijn zionistische staat als een ‘bruggenhoofd van Europese beschaving’ in achterlijke Arabische streken.

Tegenover de mensen die daar al woonden legde hij dezelfde mentaliteit aan de dag als westerse kolonisten in Noord- en Zuid-Amerika en in Afrika: de ‘beschavers’ komen aan in een ‘leeg’ land. Om die mythe te verbreiden werd de oorspronkelijke bevolking uitgeroeid, verjaagd of tot slavernij gedoemd.

Naar het eind van de Eerste Wereldoorlog beloofden de Britten aan de zionisten dat ze na de nederlaag van Turkije (dat toen aan de zijde van Duitsland en Oostenrijk-Hongarije vocht) hun eigen staat zouden krijgen in Palestina. Maar na de Tweede Wereldoorlog was nog een bittere ‘guerrilla’ nodig vooraleer de Britten het veld ruimden, en in 1948 de staat Israël officieel tot stand kwam… die door alle Arabische staten in de regio als indringer werd beschouwd.

In grote trekken kan men zeggen dat Israël zeker in de westerse wereld gedurende de eerste decennia na de Tweede Wereldoorlog genoot van een ‘haast onuitputtelijk diplomatiek krediet’. Na de uitroeiing van miljoenen Joden door het nazi-regime gold als onaanvechtbaar dat de Joden recht hadden op een eigen staat waarin zij zich veilig konden voelen. Nu ja… veilig? In de eerste kwarteeuw van zijn bestaan moest de Israëlische staat drie keer het hoofd bieden aan een open oorlog met de Arabische buurstaten; telkens maakten de Israëli’s van hun militaire overwinning gebruik om het door hen gecontroleerde grondgebied uit te breiden of verder te koloniseren.

Alleen zorgde die permanente oorlogsdreiging uiteindelijk ook in de joodse samenleving (binnen Israël en daarbuiten in de diaspora) voor verdeeldheid.

Men werd zich bewust van de meedogenloosheid waarmee (al geruime tijd voor 1948) werd en wordt omgegaan met de Palestijnse bevolking binnen de oorspronkelijke grenzen en later in de bezette gebieden.

Er zijn dus nu prominente Joden (al dan niet met Israëlische nationaliteit) die tegelijk uitgesproken anti-zionisten zijn; er zijn niet-Joden die zich (bewust of onbewust) als ware zionisten gedragen. Maar in de propaganda-oorlog die al aansleept sinds de stichting van de staat Israël wordt antizionisme door de zionisten en hun huurlingen steevast over één kam geschoren met antisemitisme; zo kan de kritiek op de Israëlische kolonisatiepolitiek onmiddellijk en grondig verdacht worden gemaakt.

Een volledige en waarheidsgetrouwe beschrijving van de menigvuldige aspecten van het Palestijns-Israëlisch conflict (en dus ook van de verantwoordelijkheden van àlle rechtstreeks en onrechtstreeks betrokkenen) is in dit kort bestek onmogelijk. Hier gaat het alleen over de ‘taalvervuiling’ waartegen overigens ook wordt geprotesteerd door pacifistische joden in en buiten Israël.

Alleen heeft die heel bewuste en perfide manier waarop aanhangers van de Israëlische expansiepolitiek systematisch elke kritiek op Israël afschilderen als anti-joodse hetze steeds meer een ongewenst -maar wel perfect logisch- effect. Mensen die van antizionisme en antisemitisme een amalgaam maken (of toelaten dat dit gebeurt) moeten inderdaad niet verongelijkt doen wanneer dat amalgaam zich tegen hen keert.

Bijvoorbeeld: wanneer verbitterde Palestijnen -of hun sympathisanten elders in de wereld- zich in hun verzet tegen zionistisch kolonialisme ook gaan keren tegen alles wat joods is. Cru samengevat: de (al dan niet versluierde) zionistische propaganda bevordert in feite het antisemitisme. En aangezien het doorgaans om intelligente mensen gaat rijst het vermoeden dat dit zelfs wetens en willens gebeurt.

Edi Clijsters is kernlid van Vlinks