‘In de discussie over de mogelijke vervanging van de Belgische F-16’s wordt de centrale vraag nooit beantwoord’, schrijft Eli Clijsters van Vlinks.

Wat draaide de molen van partijpolitiek en media in de voorbije weken weer op volle toeren rond de (eventuele) vervanging van de F-16-gevechtsvliegtuigen. Daarbij viel wel erg op dat de heisa haast volledig voorbij ging aan de fundamentele vraag waarvoor die gevechtsvliegtuigen dan wel nodig zouden zijn.

Bakkeleien over de vraag of de oude F-16-toestellen nog wat langer kunnen meegaan, ja. Of toch maar vervangen? Dan barsten intriges en geschreeuw los over de keuze van een nieuw toestel. De hele aanbesteding heropstarten om de Fransen alsnog een kans te gunnen? Op Europese dromen ook daden laten volgen en voor een Europese co-productie kiezen in plaats van voor een VS-mastodont? Of toch maar meteen de eindeloze reeks technische en financiële bezwaren tegen de F-35 van tafel vegen?

Spektakel in overvloed, jawel. Maar van een iets of wat ernstige bezinning over de vraag hoe een klein land als het onze het begrip ‘defensie’ best kan invullen lijkt nauwelijks sprake te zijn. Terwijl je toch maar een paar dagen het nieuws hoeft te volgen om te begrijpen dat ‘oorlog’ -en dus ook ‘verdediging’- iets heel anders gaat betekenen dan voorheen.

Waar hebben we die nieuwe gevechtsvliegtuigen eigenlijk voor nodig?

Een kleine anekdote. Omstreeks 1970 beweerde een socialistisch staatsman (die van zijn sympathie voor de Vietnamese bevrijdingsstrijd geen geheim maakte) in beperkte kring dat de Vietcong die oorlog nooit zou kunnen winnen aangezien de VS heer en meester waren in de lucht. Vijf jaar later werd Saigon door een triomferende Vietcong omgedoopt tot Ho-Chi-Minh-stad. En niet eens een kwart eeuw later was het eengemaakte Vietnam een parel aan de kroon van de vrije-markteconomie…

Uit zo’n historische terugblik valt onder meer te leren dat zelfs in een (min of meer) ‘klassieke’ oorlog veel meer elementen meespelen dan louter militaire slagkracht. En dat je een oorlog strikt militair zelfs kan verliezen en toch ‘de vrede winnen’. Lees: de eigen ideologische en zakelijke doelstellingen alsnog verwezenlijken, zonder een geld- en mensen-verslindende militaire confrontatie.

Terug naar dit kleine koninkrijk. De vraag die er echt toe doet is niet die naar het al dan niet aanschaffen van peperduur oorlogstuig. Maar wel: hoe het begrip ‘defensie’ het meest zinvol kan worden ingevuld. Wie eventjes de zogenaamde logica van het militair-industriële complex durft negeren, vraagt zich veeleer af: tegen wie of wat moet België zich verdedigen? door wie of wat wordt het bedreigd? En is de beste verdediging dan een militaire krachtproef?

Zou (bijvoorbeeld) iemand nog echt geloven dat ‘de Russen gaan komen’? Kom, kom. Hoezeer intellectuele huurlingen allerhande ook proberen die prietpraat uit de Koude Oorlog nieuw leven in te blazen, geen mens die goed geïnformeerd én eerlijk is ziet daar een heuse militaire bedreiging. De gas-toevoer (wij afhankelijk van de levering, zij van de betaling) is daarentegen een ‘win-win’ die zij allicht liever niet verstoren.

Het wordt dan ook hoog tijd om de bestaansreden van de NAVO eens ernstig in vraag te stellen. Onze zogenaamde ‘solidariteitsverplichting’ is een klassiek argument om onzinnige militaire uitgaven goed te praten. In werkelijkheid is de NAVO echter niets anders meer dan de verlengde militaire arm van VS-belangen. Hoe lang kan onze vazallenstatus een argument blijven om ginds miljarden te verspillen die hier broodnodig zijn voor (bijvoorbeeld) welzijnszorg en onderwijs?

En ‘het gele gevaar’ dan? Hoezo ‘gevaar’? In -onder meer- havens, autofabrieken en voetbalploegen zijn Chinese investeerders hier welkom. En in Afrika illustreert China perfect (maar niet echt fraai) hoe de samenhang tussen economische ratio en coherente overheids-strategie veel meer oplevert dan het rollen met al dan niet nucleaire spierballen.

Daarmee is de essentie blootgelegd: in de ‘voorzienbare’ toekomst zullen conflicten om macht en invloed steeds minder met traditionele militaire middelen worden uitgevochten. Economische macht is waar het om draait, en in die wereld heeft verwoestend wapengeweld weinig te zoeken.

Momentje. Ondertussen woedt in Syrië toch al meer dan vijf jaar een ‘klassieke’ oorlog, waarin zelfs Belgische F-16’s een rolletje spelen. Dat is juist. En vooral betreurenswaardig. De bedenking dient helaas vooral om aan te tonen dat traditionele bewapening zeker nog niet mag verwaarloosd worden, en zelfs noodzakelijk kan zijn in militaire operaties met ‘humanitair’ doel. Humanitair?

In alle ernst en eerlijkheid: het rijke (= ons) deel van de wereld zou zich van die bijzonder moorddadige ‘lokale’ conflicten geen bal aantrekken wanneer ze niet mede-oorzaak zouden zijn van een massale vluchtelingenstroom, waarvan overigens slechts een heel klein deel in Europa geraakt.

De militair-industriële belangen en hun politieke en intellectuele huurlingen proberen nu de mensen wijs te maken dat peperdure gevechtsvliegtuigen (onrechtstreeks) die vluchtelingenstroom zullen tegenhouden. Onzin natuurlijk. Die mensen komen niet hierheen voor het mooie weer of voor de mooie ogen van Angela Merkel. Zij wagen hun leven om te ontsnappen aan de uitzichtloze ellende van oorlog, onderdrukking en armoede. En die ellende vloeit (rechtstreeks) voort uit machtsverhoudingen die door het rijke deel van de wereld worden getolereerd of zelfs actief mee in stand gehouden.

Om dààraan iets te veranderen is veel meer nodig dan de vele miljarden die aan wapentuig worden vergooid. Daarvoor is op wereldschaal een grondige herverdeling nodig van ‘macht, rijkdom en kennis’ zoals een legendarische Nederlandse sociaaldemocraat placht te zeggen. Alleen wil het rijkste deel van de rijke wereld van zo’n herverdeling niet weten.

Bovendien is zo’n grondige herverdeling een taak van geweldige omvang en heel lange adem. Een klein land als het onze (of dat nu België heet of Vlaanderen…) kan daartoe slechts een bescheiden bijdrage leveren; maar het kan wel -zoals het dat op andere terreinen zo graag doet- een voortrekkersrol spelen.

Het zou met recht en reden kunnen argumenteren dat een duurzame Europese defensie stukken beter gediend zou zijn door ten oosten en ten zuiden van de Middellandse Zee te zorgen voor veel meer sociale rechtvaardigheid, gezondheidszorg, onderwijs, en… democratie. Het idee zou ook andere kleine en grote Europese landen kunnen inspireren. Trouwens: zo krankzinnig kan dat idee niet zijn, want ooit speelde zelfs de VS ermee, in de korte periode dat ze daar begrepen dat men ‘de harten en geesten’ van de mensen moest winnen in plaats van ze plat te bombarderen of met chemische wapens te bestoken.

Je kan die aanpak zelfs afschilderen als een superieure vorm van wat militairen ‘forward defence’ noemen. En de miljarden die daaraan worden besteed (in plaats van aan wapentuig dat al verouderd is nog voor het geleverd wordt) inschrijven als defensiebudget. Zou ‘vijf minuten politieke moed’ daarvoor volstaan ?

Eli Clijsters is kernlid van Vlinks