‘Het valt telkens weer op hoe verkrampt we omgaan met dat Vlaams zijn, vanuit welke overtuiging dan ook’, schrijft Tom Garcia van Vlinks naar aanleiding van de vlaggenactie van N-VA.

De N-VA deelt Vlaamse leeuwenvlaggen uit. Leden kunnen ze gratis thuisbezorgd krijgen, niet-leden kunnen ze ook krijgen, voor een schamele 5 euro. Een marketingstunt die de partij wat van de geelzwarte gloed moet teruggeven die intussen al vier jaar in de communautaire ijskast ligt te verbleken.

Zeker met de verkiezingen in aantocht, mag de Vlaamse ziel van de partij weer wat aangesterkt worden, al was het maar om de oorspronkelijke achterban te paaien en de achterdeur naar het Vlaams Belang dicht te houden. Die lanceerden onlangs immers zelf nog een Vlaams charmeoffensief met de naar hun normen toch bijzonder softe slogan ‘Een hart voor ónze mensen’ (met de nadruk op ‘onze’, uiteraard). Daar kwamen echter geen Leeuwen of andere klassieke Vlaamse symbolen bij te pas, maar werd er eerder gesurft op de hippe sociale media waar hartjes en andere icoontjes gemeengoed zijn.

Vlaams-zijn is dus niets meer of minder dan werken en bouwen aan onze gemeenschap

Maar de vlaggen dus. Telkens opnieuw zorgen die voor voorspelbaar gekissebis tussen Vlaams- en niet-Vlaamsgezinden, met discussies over de kleur van de tong en klauwen van de leeuw op de vlag, heen en weer gegooi met echte, verdraaide of verzonnen historische feiten en uiteraard een uitgebreide samenvatting van de Tweede Wereldoorlog. Of het nu op 11 juli is of tijdens wielerwedstrijden, aan openbare gebouwen of uit privé-ramen, de gele vlag met zwart(rode) leeuw zorgt altijd wel voor commotie.

Vlaamse kramp

Het valt telkens weer op hoe verkrampt we omgaan met dat Vlaams zijn, vanuit welke overtuiging dan ook. Vlaamsgezinden beroepen zich op Vlaamse normen en waarden, die ze echter niet duidelijk kunnen definiëren als ze daarom gevraagd worden. Dit tot groot jolijt van de niet-Vlaamsgezinden die het vervolgens voor bewezen houden dat er niet zoiets als een Vlaamse identiteit bestaat. Wat natuurlijk ook vreemd is, want hoe kan je zo fervent ‘tegen’ iets zijn dat niet bestaat?

Uiteindelijk zijn het allemaal maar discussies in de marge die als ze niet dienen als tijdverdrijf op druilerige zondagmiddagen, vooral een verspilling van energie zijn. Wat telt, is dat we met zijn allen in deze gemeenschap samenleven en er ook samen vorm en zin aan moeten geven, zodat iedereen zich er thuis voelt. We noemen onze gemeenschap voor het gemak Vlaams, omdat het lapje grond waar we als gemeenschap op wonen Vlaanderen heet. Sommigen opperen dan dat de lap grond groter is en dat we die België noemen. Enfin, hier in Vlaanderen toch, want in de andere helft zeggen ze Belgique. Nog anderen zien het grootser en geloven dat we naar een grote Europese natie evolueren en dat al dat lokaal denken eigenlijk niet meer van deze tijd is.

De dagelijkse realiteit is anders. De meeste van ons leven, wonen en werken hier in dit stukje van dat lapje van die grote Europese natie. We bouwen hier onze vriendenkring uit, zoeken onze plaats in de straat en de buurt waar we wonen en kijken dan hoe we van daaruit onze plaats op en in de wereld kunnen bepalen. Natuurlijk zijn er onder ons die hun leven elders op de wereld opbouwen, maar dat blijft een minderheid. En de meeste daarvan houden nog altijd contact met ‘thuis’.

Welkom thuis

Want dat is uiteindelijk wat we deze plek noemen: thuis. En we leven allemaal graag in een gezellige, aangename, stimulerende en inspirerende omgeving. Dus op de vraag wat Vlaams-zijn is, is het antwoord samen bouwen en werken aan onze thuis. We doen dat al onbewust, maar het kan geen kwaad om dat ook bewust te doen. Dan helpt het om fier te zijn op die thuis. Je zal er je dan beter en harder voor willen inzetten en het zorgt voor een positieve uitstraling. Het bevordert ook de integratie van nieuwkomers. Die zullen immers makkelijker te overtuigen zijn om deel te worden van de samenleving en om er zelf ook aan toe bij te dragen. Dat versterkt dan op zijn beurt weer het gevoel van samenhorigheid en brengt op die manier een positieve spiraal in gang.

Het is dus niet nodig om een gemeenschappelijke geschiedenis te zoeken of te construeren en die met allerlei symbolen vorm te geven. Het is ook niet nodig om je te verzetten of af te zetten tegen elke vorm van gemeenschappelijke geschiedenis in een poging om ze te overstijgen of om je te onttrekken aan de duistere momenten ervan. Of en waar er al dan niet grenzen moeten komen, is een pure administratieve kwestie, die in se niks met Vlaams-zijn te maken heeft. Waar het om gaat, is om hier en nu aan de samenleving te werken, met de blik op de toekomst en op de wereld.

Bekijk die wereld als een ketting, met de gemeenschappen als schakels ervan. Hoe sterker die schakels, hoe sterker de ketting. Of de gemeenschap precies overeenkomt met een bestaande natie of eerder met een regio, maakt weinig uit, tenzij het de versterking in de weg staat. Het heeft geen enkele zin om je uitsluitend op je eigen schakel te concentreren, want je maakt hoe dan ook deel uit van de ketting. Je hebt er dus alle belang bij om ook te zorgen dat de andere schakels zo sterk mogelijk zijn. Tegelijk heeft het ook geen zin om alleen maar naar de ketting te kijken, want als je zelf niet sterk genoeg bent, riskeer jij de zwakke schakel in die ketting te worden.

Vlaams-zijn is dus niets meer of minder dan werken en bouwen aan onze gemeenschap, samen met iedereen die er deel van uitmaakt en wil uitmaken, zodat ze sterker en hechter wordt en een volwaardige en betrouwbare schakel wordt in de mondiale ketting.

Dat is best iets om fier op te zijn.

Tom Garcia is kernlid van Vlinks