‘De middenklasse wordt sneller rijker in armere landen, maar in de hele wereld worden vooral de allerrijksten in sneltempo nóg rijker’, schrijft Ludo Abicht van Vlinks.

In A l’ombre des jeunes filles en fleur (1919) staat de beroemd geworden “restaurant scene”, waarin Proust de gasten in de prachtige eetzaal van een luxe hotel in de fictieve badplaats Balbec beschrijft: de chique bourgeois met hun dure tafeldames zien er van op de donkere straat uit als kleurige exotische vissen en kwallen in een reusachtig aquarium. De arme vissers en hun gezinnen die hen observeren zouden ooit wel eens kunnen de vitrines indrukken: ‘Zal deze glazen wand altijd het festijn van de prachtige dieren beschermen en zullen de duistere lieden die hen begerig in de nacht bekijken hen uit hun aquarium komen plukken en opeten?’

Toen ik in december in Rio de Janeiro uitgenodigd was op een schitterend trouwfeest in een reusachtige tuin vernam ik dat deze villa op een paar honderd meter van een van de grote favela’s van die stad stond. Geen wonder dat ik aan die passage van Proust herinnerd werd. Met dit verschil dat de rellen en vernielingen waarover we regelmatig in het nieuws horen zich meestal binnen de grenzen van deze sloppenwijken afspelen en dus niet, zoals in Balbec, direct de Happy 1 % bedreigen, al kan dit natuurlijk verkeren. En verder met dit nog grotere verschil dat de tafelgasten bij Proust leden waren van de hogere standen die hun privileges toen nog vanzelfsprekend vonden, terwijl de gasten op het feest in Rio expliciet tot de progressieve en sociaal geëngageerde artiestenwereld behoorden. Wat het allemaal nog complexer en paradoxaler maakt.

Levensstandaard van meerderheid van de armen stijgt, maar de kloof tussen arm en rijk wordt breder

In 1919 was volgens de berekeningen van Thomas Piketty en andere economen de kloof tussen rijk en arm heel langzaam maar zichtbaar aan het versmallen. De opkomst van de sociaaldemocratieën en welvaartstaten, gepaard aan de heilige schrik voor een herhaling van de bolsjevistische revolutie van 1917, was daarvoor aan het zorgen. De twintigste eeuw mag dan wel in veel opzichten een ‘eeuw van uitersten’ geweest zijn, zoals de titel van het boek van Eric Hobsbawm luidde (denk maar aan fascisme versus stalinisme, libertinage versus religieus integrisme, kolonialisme versus bevrijdingsbewegingen, het charter van de mensenrechten versus Auschwitz en de Goelag), het was in het Westen ook onloochenbaar een lange periode van technische en sociale vooruitgang, waarvan onze grootouders in 1919 niet hadden durven te dromen.

Vandaag blijkt uit de meeste betrouwbare economische studies, onder meer het boek van Branko Milanovic (Wereldwijde Ongelijkheid. Welvaart in de 21ste eeuw, 2016) en het World Inequality Report (2017) van de groep rond Piketty, dat het globale inkomen op wereldschaal inderdaad gestegen is, en daarmee ook de levensstandaard van de meerderheid van de armen, maar dat de kloof tussen arm en (heel) rijk sinds het einde van de vorige eeuw opnieuw wijder aan het worden is. De Vlaamse econoom Stefaan Marysse drukt het als volgt uit ‘De winnaars, bestaande uit de middengroepen in de opkomende landen, zien hun relatief inkomen meer stijgen dan de lagere middenklassen in de oude industriële landen (VS en West-Europa), maar de absolute en relatieve winnaars blijven zich nog meer situeren in de groep van de rijkste 1% van de elites in de wereld.’

Dus de middenklasse wordt sneller rijker in armere landen dan in de rijkere, maar in de hele wereld worden vooral de allerrijksten in sneltempo nóg rijker. De confrontatie tussen de sociale klassen gebeurt dus meer en meer op wereldschaal. Dat maakt dat de ongelijkheid zich hier minder spectaculair doet gevoelen, zeker zolang op lokaal nationaal niveau de sociale zekerheid en de rechtsstaat min of meer in stand gehouden worden.

De confrontatie tussen de sociale klassen mag dan al minder nadrukkelijk zijn dan hoe Proust ze zo treffend beschreef, toch mogen we ons niet al te veel illusies maken. Per slot van rekening en toevallig of niet, ligt het luxehotel van het fictieve Balbec (in feite Cabourg) aan dezelfde kust als de geïmproviseerde vluchtelingenkampen in Calais.

Ludo Abicht is kernlid van Vlinks