Bram Mahieu van Vlinks over het belang van de vele verenigingen in Vlaanderen en de inzet van de vele vrijwilligers.

Het verenigingsleven is een van de sociale-culturele motors van onze samenleving. Het verbindt mensen als geen ander. De vereniging is zonder twijfel een van de weinige antidota tegen het steeds groeiend egocentrisme, autoritarisme en etnocentrisme in de maatschappij. Het is het maatschappelijk ‘Halt!’ tegen het kille koele neoliberalisme dat onze prachtige gezellige Vlaamse samenleving somber en grauw laat lijken door alles te reduceren tot voor of tegen economische groei of besparing.

Voor velen die betrokken zijn in het verenigingsleven is dit zelfs een vorm van zingeving in deze vaak kille seculiere maatschappij. Een warm gevoel van cohesie met als hoogtepunt de heerlijke eindejaarsperiode waar altruïsme en samenhorigheid even een piek kent. Mensen komen (letterlijk) nog eens buiten voor een goed doel. Lokaal of internationaal, het maakt niet uit. Verenigingen zetten er hun beste beentje voor en doen een extra inspanning om nog wat geld te verzamelen voor een goed doel, vzw of ngo die het volgens hen absoluut verdient of onvoldoende door de overheid gesubsidieerd wordt.


‘We moeten investeren in het verenigingsleven. Niet alleen geld, maar ook tijd en betrokkenheid’

Het is een open deur intrappen om te beweren dat het floreren van het verenigingsleven rechtevenredig is met de voortvarendheid van de regio waarin het verenigingsleven bloeit. Sociologen durven het verenigingsleven vaak omschrijven als het sociale kapitaal. Eén van de enige pasmunten met de financiële variant. Netwerking, veralgemeend vertrouwen en wederkerigheid zijn de fundamenten van dit sociaal kapitaal.

Met de vereniging zelf als hoogste doel op zich, zetten vele mensen zich meestal belangeloos in om het voorbestaan van de vereniging te vrijwaren. Vele avonden wordt er vergaderd. Vele weekends worden opgeofferd om activiteiten te organiseren om de broodnodige centjes in het laatje te krijgen. Het kost vaak bloed zweet en af en toe een traan om rond te komen. Hoewel het financiële plaatje voor een vereniging zelden of nooit een doel op zich is, neemt het toch meer en meer een prominentere rol in. Hoe krijgt men nog de werking van onze vereniging nog rond?

Het sociale kapitaal heeft dus ironisch genoeg gewoon kapitaal nodig om zich te kunnen handhaven. Maar hoe leuk is het als ouder om je kind enthousiast te zien terugkeren van de muziekschool, turnles, zwemclub, Scouts of Chiro. Welk plezier verschaft een spellenwerk, spellenclub, knutselgroep of fotografenclub niet? Er zijn ontelbare verenigingen; culturele, sociale, muzikale, politieke, kunstzinnige, sportieve, educatieve… Elk met hun eigen insteek. Elk met hun eigen socioculturele relevantie. Of zelfs geen enkele relevantie op zich maar gewoon een vereniging in de pure zin van het woord waardoor ze opnieuw relevant wordt.


Het is een moeilijke strijd. De gulle vrijgevigheid voor een ploegje in de lokale sporthal met een supporter of 20 is al lang weggeëbd.

Als bestuurslid van een kleine volleybalvereniging sta ik op de eerste rij om te zien hoe moeilijk het overleven is. Met een man of vijf is het elk jaar weer rekenen en cijferen om uit te muizen hoeveel we weer moeten zien bijeen te sprokkelen om het einde van het seizoen te halen. Elk jaar weer in de weer om de volleybalvereniging waar we op een of ander manier mee verbonden zijn geraakt verder te zetten en jonge gasten hun hobby te laten uitoefenen. Hier zijn geen schaamtelijk hoge transferbedragen of duizelingwekkende sponsordeals. Elke 25 euro die we kunnen bijeenschrapen is een zegen.

Het is een moeilijke strijd. De gulle vrijgevigheid voor een ploegje in de lokale sporthal met een supporter of 20 is al lang weggeëbd. In tijden waar je met 10 euro duizenden views kunt kopen, is lokale publiciteit iets uit vervlogen tijden. Als we nog kunnen rekenen op een bijdrage, is het meer uit sympathie of een verbondenheid met het verleden van de vereniging of een van de leden. Zij die meestal wel nog een duit in het zakje doen, is de lokale buurtwinkel, de slager, bakker, krantenwinkel of vrij-beroeper. Ze weten dat de kans klein is om hun investering terug te winnen, maar ze beseffen waar het over gaat. Een hart voor de lokale gemeenschap.


‘De lokale mecenassen van vroeger zijn stillaan de wereld uit. De enige vorm van inkomen is werkelijk terug het geld gaan halen onder de kerktoren.’

Bij de grote bedrijven op de industriezones of de grootwarenhuizen mag je al blij zijn dat je voorbij de receptioniste geraakt. Wanneer je die kaap hebt gerond dan krijg je de volgende klip, de marketingmanager of gelijkaardig. Als de ‘return on investment’ niet voldoende is, komt er wel een andere dure term om je af te wimpelen. Zij gaan voor de grote evenementen met maximale zichtbaarheid. De lokale mecenassen van vroeger zijn stillaan de wereld uit. De enige vorm van inkomen is werkelijk terug het geld gaan halen onder de kerktoren. Quizzen organiseren, pannenkoeken verkopen, optredens organiseren. Dit is het moment waarop je beseft dat het dorpsleven nooit mag en zal verdwijnen want om sociaal te overleven moeten we steeds terugvallen op het enige wat we uiteindelijk hebben: elkaar, de buurt. We zullen steeds op elkaar aangewezen blijven om leven in de brouwerij te krijgen.

Voor de kleine vereniging is de globalisering een bedreiging. Het steeds gekoesterde buurtgevoel wordt overschaduwd door groeiend individualisme. Huizen worden refuges. Opstaan, file, werken, file, thuiskomen gordijnen dicht, eten, tv kijken, slapen en opnieuw… Bedrijven gaan zich niet meer lokaal oriënteren. Door de komst van de grote winkelketens in de stadsrand die zo goed als non-stop open zijn, verdwijnt ook de buurtwinkel stillaan.


We offeren onze voedselkwaliteit, onze integriteit en ons sociaal kapitaal op voor die paar cent minder.

Als klap op de vuurpijl worden nu ook meer en meer groepsaankopen georganiseerd door de lokale overheden en instellingen waardoor men ook nog langs de andere kant eens de buurtwinkels passeert. Iedereen gaat blijkbaar voorbij aan het belang van de buurtwinkel voor de sociale cohesie. Voor die paar cent minder, moet lekker vers gebakken brood wijken voor industrieel voorverpakt wattenbrood. De kledij van het boetiekje om de hoek moet wijken voor sweatshop-t-shirts uit Bangladesh verkocht in een van de vele nieuwe discounters. Maak u geen illusie mensen. Als u een t-shirt van 1 euro koopt, dan heeft iemand daarvoor aan mensonwaardige omstandigheden gewerkt.

We offeren onze voedselkwaliteit, onze integriteit en ons sociaal kapitaal op voor die paar cent minder. Terwijl we er zoveel meer voor terug krijgen. Het verenigingsleven is net het tegengif tegen de verindividualisering van de gemeenschap. Of het tij zal keren met initiatieven als de start-up Trooper waar Studio 100 recent aanzienlijk in investeerde, is afwachten. Het is wel een teken aan de wand dat de entertainmentindustrie toch nood begint te detecteren in het financiële plaatje van het verenigingsleven. De vraag blijft wat ze ervoor in ruil terug verwachten.

Het is in tijden van blinde besparingen en steeds groeiende belastingdruk inderdaad hard voor velen om rond te komen. Van alle kanten worden flinke happen uit de budgetten genomen. Aan de andere kant ligt het grootkapitaal ondertussen te zonnen in paradijselijke offshore constructies. Op hetzelfde moment moeten minder kapitaalkrachtige gezinnen hun broodnodige euro’s tot de laatste cent wikken en wegen voor dat extraatje in een vereniging.

Maar niet elke rijkdom is te meten in euro’s. Een rijk sociaal leven hoeft niet doorspekt te zijn met luxe. Met de glimlach zich belangeloos inzetten voor een gemeenschappelijk doel, is zoveel meer bevredigend. Het gevoel dat je samen met anderen iets betekent voor iets of iemand schept een genoegen dat financiële rijkdom nooit kan verschaffen. Daarom moeten we zorgzaam zijn voor ons sociaal kapitaal. We moeten het koesteren. We moeten er in investeren. Niet alleen met de onontbeerlijke centen maar ook met tijd en betrokkenheid. We moeten met het verenigingsleven de stempel gaan drukken op de gemeenschap. Een warme gemeenschap voor iedereen. Nieuwkomers of locals, maakt niet uit… All inclusive!

Bram Mahieu is kernlid van Vlinks