‘Waarom werd het hele onderzoeksdossier -tot op vandaag- op de lange baan geschoven?’ vraagt Johan Velghe van Vlinks zich nog altijd af. In 1985 was hij als journalist aanwezig bij de Delhaize van Aalst, vlak na de laatste aanslag van de Bende van Nijvel.

Je hoeft niet eens tot de gilde van de steen- en beenklagers te behoren om stevig de wenkbrauwen te fronsen over menig reilen en zeilen in deze staat. Een staat die door verminkte staatshervormingen niet verdampt, maar daarentegen steeds nadrukkelijker door intrige, belangen en bovenal onmacht vermalen wordt tot een grijze brij.

‘Je kunt geen justitie bouwen op rotte fundamenten’, zei maandagavond laatstleden de dochter van de bij de raid op de Aalsterse Delhaize vermoorde Jan Palsterman. Die acht woorden samen vormen de scherpste analyse die de voorbije dagen geformuleerd werd naar aanleiding van de aan het licht gekomen bekentenis van de meer dan twee jaar geleden aan de Aalsterse Moorselbaan overleden Dendermondenaar Christiaan B.


Bende van Nijvel: ‘Dat er zo lang geen antwoorden kwamen, sterkt ongeloof in de gerechtigheid van een falende staat’

Het was wijlen burgemeester Raymond Uyttersprot die zaterdagavond 9 november 1985 en in de daaropvolgende dagen voor nationale en internationale camera’s en micro’s het ongeloof van een hele stad uitdrukking gaf. Dertig jaar later; in 2015, was het zijn dochter Ilse -schepen en voormalig burgemeester- die tijdens een debat dertig jaar na de laatste en bloedigste overval van de Bende van Nijvel uitdrukking gaf aan het blijvend ongeloof.

Ongeloof niet langer alleen in de gruwel van de moordpartij, maar steeds meer over hoe met tijd en aanvankelijke inzet van de onderzoekscel in Dendermonde gemorst werd. Zodat het rauwe verhaal van die laatste inkoopavond voor de Aalsterse Sint-Maartensviering vandaag verderaf staat van een slotscène -de antwoorden op de vragen wie en waarom- dan het geval was in de eerste maanden en jaren van het gerechtelijk onderzoek.

Nu haast minister van Justitie Koen Geens zich om overleg te plegen met de vijf procureur-generaals. Nu weer -en niet voor het eerst- worden dure eden gezworen en wordt de dode ‘reus’ als een doorbraak opgevoerd. Terwijl het zo goed als onmogelijk is dat het ooit nog tot een proces kan komen, gelet op de juridisch wankele wijze waarop de verjaring van het dossier ontweken werd.

De aanbevelingen van twee parlementaire onderzoekcommissies kregen eerder onder andere ministers van Justitie geen kordate uitvoering.

Namen van personen gelinkt aan hoog banditisme, namen van politici en van een politieke partij, de krabbenmand van het Waals-Brabantse onderzoeksteam, de fantasten die tijdverlies veroorzaakten en de saus van de vele complottheorieën waarmee alles overgoten werd en wordt, spoten veel mist.

Tijdens het debat in 2015 hield een kabinetschef van minister Geens een monoloog die stijf stond van verdoezelende woorden vanuit de beleidscel Justitie en vooral beklemtoonde hoe druk het er wel aan toegaat op het ministerie van Justitie. Het Bende-dossier was dertig jaar na de laatste overval duidelijk nog altijd geen prioriteit, ook al werd goed twintig jaar geleden al door een getuige in de richting gewezen van ‘de reus’, een rijkswachter. Hij was opgeleid door de Dianegroep en vertrouwd met zware wapens, de fysieke doorslag van robotfoto 19. Volgens de recente getuigenis van zijn broer was hij echter maar ‘een soldaat’: “Het zijn de generaals die ze moeten zoeken en ter verantwoording roepen. Maar dat zal niet gebeuren.”

De overheveling van het dertien kastenvol tellende onderzoeksdossier van Dendermonde naar Charleroi vormde een hoogtepunt in de niet gestilde ‘guerre des flics’, met inbegrip van deze van de magistraten over Brussel en de taalgrens heen.

 

Slachtofferhulp werd in 35 jaar niet verstrekt. Geen van de daders van zware criminele feiten gepleegd tussen 14 augustus 1982 (Maubeuge) en 9 november 1985 (Aalst), met tussendoor twaalf zware overvallen en vele vermoorden, stond al voor de rechters.

Wat gebeurde met de verklaring van David Van de Steen die neergeschoten werd in Delhaize aan de Aalsterse Parklaan en daarbij stelt dat hij in de ogen van Patrick Haemers keek?

Waarom blijft een brief van advocaat Jef Vermassen wekenlang ongeopend? Waarom wordt de advocaat die poneert over verdere gegevens te beschikken verzocht die kenbaar te maken aan de procureur-generaal in Luik en rept de procureur-generaal, noch de onderzoekscel in Charleroi zich niet ijlings naar Jef Vermassen in Lede? Laat ze dan liefst niet de trein nemen, want de NMBS laat net hetzelfde slijmspoor achter als justitie.

Waarom werd het hele onderzoeksdossier -tot op vandaag- op de lange baan geschoven? Waarom werden delen van het dossier verbrand?


‘Waarom volgt geen duidelijk antwoord om het Bende-dossier terug over te hevelen naar Dendermonde?’

Verklaard wordt dat zo’n driehonderd namen van verdachten dwalen in het Bende-dossier en dat dit aantal te groot is om daar gericht onderzoek op uit te voeren. 300 namen en we tellen 35 jaar na de eerste overval. Zo onoverzichtelijk lijkt het niet, gespreid over die decennialange tijdspanne, om de handel en wandel van die potentiële verdachten na te gaan.

Waarom volgt geen duidelijk antwoord -ja of neen-, liefst met duidelijke motivatie, op de twee jaar geleden gestelde duidelijke vraag van de Aalsterse burgemeester Christophe D’Haese om het dossier van Charleroi terug over te hevelen naar Dendermonde?

Waarom wordt geen antwoord verstrekt op de duidelijke voorzet (cfr. de verhelderende resultaten geboekt in het dossier van de moord op volksvertegenwoordiger Julien Lahaut) om het Bende-dossier af te sluiten en de wie- en waaromvragen te laten beantwoorden door een werkgroep van criminologen, wetenschappers en historici?

Stilte na de verwoesting van levens

Straks is het 32 jaar geleden dat ik als journalist luttele minuten na de woeste schietpartij in het warenhuis en op de parkeerplaats aan het aanpalend natuurgebied Osbroek de meest kille stilte van mijn leven over mij gegooid kreeg: stilte na de verwoesting van levens, ter plekke en in de loop van de volgende jaren.

Dat die verlammende en ijzige stilte nooit doorbroken werd door antwoorden op wie en waarom, sterkt het ongeloof in de gerechtigheid van deze falende staat. De woordvoerders, zeker die van de uitvoerende en gerechtelijke macht, bieden door hun met veel woorden ingepakte kille stilte geen antwoorden.

Wie gelooft in een van de sterkere complottheorieën, die ervan uitgaan dat de daders voor ogen hadden een rechtse staatsordening te installeren en een stevige greep van de (toenmalige rijkswacht) politie op de samenleving, ziet meer dan dertig jaar na de schokkende feiten deze denkpiste niet alleen bevestigd, maar volgens sommigen misschien in zekere zin ook wel uitgevoerd.

Op donderdag 9 november eerstkomend buigen op de Aalsterse begraafplaats bij de herdenkingssteen de nabestaanden van de slachtoffers weer de hoofden met blijvend verdriet en in onbegrip. Hopelijk blijven ze opstandig tegen het hen meervoudig en blijvend aangedane onrecht. Zij verdienen het niet verder vermalen te worden in de grijze brij die deze staat in tal van domeinen en bevoegdheden produceert.

Johan Velghe is woordvoerder van Vlinks