‘Passendale leert ons honderd jaar na datum niet alleen het passieve besef dat oorlog waanzin is, maar dat actieve conflictvoorkoming primeert op conflictbeheersing’, schrijft Johan Velghe van Vlinks.

Herdenken heeft betekenis als loutering. ANZAC-kleinkinderen en steeds meer -achterkleinkinderen trekken naar restanten van slagvelden, naar musea en naar begraafplaatsen. Zij puzzelen moeizaam de laatste levensweken en -dagen van hun groot- en overgrootvaders bijeen, of reconstrueren met de figuurlijke chronometer in de hand de lijdensweg van het moment van een gasaanval of van een fatale obus naar het veldhospitaal, de amputatie en de blijvende verminking. Zo doen ook Engelsen, Welshmen, Canadezen, Amerikanen, Ieren,… Fransen, Bretoenen, Duitsers, Hongaren, Senegalezen… Vergeten we evenmin de volkeren die in en om Duitse koloniale gebieden in Afrika hun vermoorde jongemannen beweenden.

Honderd jaar na de gruwel blijft de nood aan de catharsis groot. Het in het reine komen met de absurde context van de Eerste Wereldoorlog, als met de onbevattelijke ellende waarin de individuele deelnemers vaak letterlijk verzopen, is een proces waarop vooralsnog geen einddatum kleeft. Tenzij?

‘Horen koningen te defileren bij het herdenken van het lijden van zij die niet om oorlog vroegen?’

Wat vorige zondag op de Ieperse Grote Markt in een BBC-regie gebracht werd, de zang op Tyne Cot, de poëzie, de bloemen,… raakte velen diep. Emoties uiten werkt louterend en trekt diepe geheugenlijnen. Dat Britse Charles en Belgische Filip er in burgerpak bij waren was minder storend dan dat ze er militair uitgedost zouden bijgestaan hebben. Net zozeer als wapenvertoon zijn militaire uniformen in contradictie met de dood. Geef de aan flarden geschoten soldaat terug aan de mensheid, door hem niet te vereenzelvigen met wapens en uniformen. Dat is het verhaal en het antwoord op vele vragen waar klein- en achterkleinkinderen op zoek naar gaan. Eer de doden, niet de symbolen van geweld. Eer de vrede, niet de oorlogssymbolen van ‘glory‘ en ‘la patrie‘.

De parade van de royals verdringt de aandacht voor zij die de loopgraven bevolkten, opgeroepen ‘for king and glory‘ of voor de ‘Kaiser‘. Die royals spraken in 1914 geen veto uit tegen de oorlog. Wat hen zorgen baarde was het behoud van de pikorde in de economische wereldorde, versus het doorbreken ervan door nieuwkomer Duitsland.

Niet de royals dienen herdacht te worden, wel de arbeiders en boeren, de piotten van de loopgraven, die in de modder van Passendale stierven. Horen koningen en troonopvolgers en met hen hun gratuite uitspraken te defileren bij het herdenken van het lijden van zij die niet om oorlog vroegen?

Toen het Vlinks voorgelegd werd te kijken naar de invulling van de herdenking van de Derde Slag bij Ieper, ontlokte het de bedenking dat herdenken anno 2017, honderd jaar na de miserabele feiten, een evenwichtige en vooral gezamenlijke herdenking dient te zijn. Deze kanttekening volgde: ‘De antagonisten van toen trokken oneindig meer op mekaar dan ze verschilden.”

‘Vanuit Duitse zijde is er weinig animo om samen te gaan herdenken”, volgde een prompte repliek, aangevuld met: ‘Verwijten aan het adres van de Duitsers hoor je nauwelijks, wel harde kritiek op de slachters sir Douglas Haig en Ferdinand Foch die de oorlog van de mathematiek voerden en duizenden zinloos de dood injoegen.’ Haig wilde snel een succes op zijn palmares, nog voor de Amerikanen opdaagden. Vandaag dragen straten in Ieper nog hun naam…

Kroonprins Charles had het op Tyne Cot over vrede, over de modderellende tijdens de 99 vreselijke dagen van de Derde Slag om Ieper en over oorlogswaanzin. Mooie woorden, bravo. Maar dat zijn toekomstig koninkrijk vandaag, gisteren en eerdere jaren in een permanente oorlog is met bombardementen tijdens Golfoorlogen, aanvallen op Servië, Libië, Irak en Syrië kreeg hij niet over de lippen. Die andere monarch, Filip, evenmin. De lessen die Ieper, Gallipoli, Verdun, de Somme, le Chemin des Dames,… ons aanreiken, worden nog altijd niet toegepast, niet als vredesboodschap doorgegeven door de NAVO, noch door beleidsvoerders. De catharsis, de reiniging, is niet voltooid en slechter nog uit het oog verloren, verborgen achter de koninklijke hoedenparade.

Europa was suïcidaal in 1914-1918. Drie keizerrijken verzwolgen. Het wraakzuchtige Verdrag van Versailles plaveide de weg naar de Tweede Wereldoorlog. De moeizaam groeiende liberale (sociale) democratie werd vermorzeld in Oost- en Midden-Europa. De zelfmoord van Europa is de meest treffende en accurate titel die een opiniërende bijdrage meekreeg in de dagen na de herdenkingsplechtigheden van vorig weekeinde. In die bijdrage (De Standaard, dinsdag 1 augustus) wees Jan De Volder (KU Leuven) terecht ‘oorlog brengt geen vrede’ gezongen door Geike Arnaert aan als de beste boodschap van de herdenking.

Dat herdenkingen ook resulteren in opiniebijdragen, overwegingen, waardering en kritiek wijst net aan dat de loutering steeds minder gediend is met militaristische pathos en parades van vorstenhuizen. Hier staan de beste stuurlui wel degelijk aan de brede wal van de nazaten en de bezorgde samenleving over haar collectief geheugen.

De Belgische regering wil – recent zelfs officieel – niet weten van het bannen van kernwapens, vele eerdere massale protesten en het hypocriete verhaal van Kleine Brogel ten spijt. 122 landen weten beter. België zit op het ezelsbankje, ver weg van de catharsis.

Eerder werd eerst niet, en dan met tegenzin, heel schoorvoetend en vooral tergend traag en onvolkomen gereageerd op open brieven van de Frontbeweging, gericht aan Albert I. De wrok tegen belgicisme werd hierdoor geconcipieerd en gevoed. Het had anders (democratischer en socialer) gekund. België zat en zit nog altijd op het ezelsbankje van de gemiste kansen. De loutering van een adequaat antwoord op de schreeuw tegen onrechtvaardigheid liet (te) lang en deels nog op zich wachten.

Franse militaire bevelhebbers, noch politici, noch de drie keizers hadden oren naar de verzuchtingen van hun muitende Franse, Duitse en Russische soldaten. De gevolgen van hun hoogmoed zijn desastreus gebleken. Hoogmoed doet vandaag ook de Poetins, Kim Jungs en Trumps, de Erdogans en de Netanyahus op het ezelsbankje van de internationale vredesklas belanden.

Passendale leert ons honderd jaar na datum niet alleen het passieve besef dat oorlog waanzin is, maar dat actieve conflictvoorkoming primeert op conflictbeheersing. Blijvend communiceren is essentieel in conflictvoorkoming en -oplossing. Pacifisme, het ‘Nooit meer oorlog’ van op de IJzertoren, betekent de maximale inzet op geweldpreventie, van in het huisgezin, in onze omgeving tot op continentaal en wereldniveau.

‘Conflicten worden voorkomen door te zorgen voor rechtvaardige structuren én op politiek (ondermeer soevereiniteit), én op ecologisch vlak’, stelt Vlinks in haar Handvest voorop. Wapenproductie en -handel dienen beperkt, gecontroleerd en maximaal aan banden te worden gelegd.

Wanneer Vlaanderen een zinvolle betekenis wil geven aan het ‘Nooit meer oorlog’ van haar Frontbeweging, dan dient het hierin het voortouw te nemen, desnoods unilateraal. Dat is catharsis, waarmee meteen zin en hoopvolle betekenis gegeven wordt aan herdenken.

Johan Velghe is woordvoerder van Vlinks