N-VA-voorzitter Bart De Wever ging afgelopen week in de clinch met de krant De Standaard. Johan Velghe van Vlinks blikt terug op de heisa: ‘Een geëmancipeerd Vlaanderen heeft allerminst nood aan media die zich hoeden om op lange tenen te trappen.’

‘Democratie is een collectieve opdracht”, lezen we in het Handvest van Vlinks. Participatieve democratie richt zich op de echte noden van de samenleving. De burger denkt hierbij vanaf het begin mee over verschillende opties, laat zich informeren door experten, discussieert met medeburgers, overweegt en past zijn mening aan. De informatie wordt ondermeer door de media aangereikt met gecheckt feitenrelaas, duiding en opiniebijdragen.

Waar particratie heerst gaat de frictie crescendo met de schrijvende en audiovisuele pers die haar democratische rol ter harte neemt. Een latent spanningsveld tussen partijen en media en vice versa getuigt van een gezond democratisch proces. Maar wanneer Thor, in casu een Antwerpse partijvoorzitter, met zijn hamer slingert om de hoofdredacteur van De Standaard te beschuldigen van roddels en het voeren van een vendetta, heeft dat niets meer te maken met het terechte debat over de werking van het justitieel apparaat naar aanleiding van de ontsnapping van twee gevangenen in het Antwerpse Hof van Beroep. Wanneer daarbij op de man wordt gespeeld en de hoofdredacteur gekleineerd wordt, gaat het niet meer om de donderslag maar om het effect van het naroffelen: het permanent laten insijpelen van de boodschap dat de ‘almachtige’ media onbetrouwbaar zijn en vooral spreekbuizen van de ‘linkse kerk’ zijn. Vreemd dat die toegeschreven almacht zich niet uit in de verkiezingsuitslagen van de traditionele sociaal-democratie.


De media en het strategische humeur van een partijvoorzitter

Of wordt de redactionele duiding – overigens onder de allerminst opruiende titel ‘Waarom zowel Geens als De Wever gelijk heeft’- aangegrepen om gramschap te uiten (Tum podex carmen extulit horridulum/Toen liet de aars een ruw lied horen) over die bijdrage even verderop in de krant over het overlijden van Mark Grammens, waarbij een ongenadige commentaar van Grammens over De Wever geciteerd wordt?

Heimwee naar de verzuilde pers

Bespeuren we hier een zweem van heimwee naar de verzuilde pers? Voor- en tegenstanders waren toen duidelijk opgehokt. De tijd van de Pravda-waarheden van Volksgazet en Het Volk en van het ‘met de dood in het hart’- uitgebrachte stemadvies van De Standaard voor de toenmalige CVP, ligt definitief achter ons. Houden zo. Bespaar ons van een nieuwe zuil, de oude liggen na te spartelen. We zijn nog maar aan de eerste, tweede generatie toe die niet langer voor alles mensen een ideologisch etiket opkleefden.

Een geëmancipeerd Vlaanderen heeft allerminst nood aan media die zich hoeden om op lange tenen te trappen, laat staan de passen in te studeren ter deelname aan pré-electorale dansen.

De Vlaamse pers dient geen voorbeeld te nemen aan haar Duitse collega’s die blijkens een onderzoek over de berichtgeving over vluchtelingen te veel de partijpolitiek volgde en zich minder bekommerde om de zorgen van burgers. Vorige maandag publiceerde de Otto Brenner Stichting het onderzoeksrapport. Niet minder dan 36.000 artikelen over vluchtelingen gepubliceerd in Duitse kranten werden doorgenomen. De kranten schreven grotendeels wat de partijen, inzonderheid Angela Merkel, voorhielden. Slechts zes procent van de bijdragen serveerde een andere mening. Het quasi eenrichtingsgeluid wijzigde pas bij het nieuws over verkrachtingen en aanrandingen tijdens de oudejaarsnacht in Keulen.

Samenlevingsopbouw, waar Vlinks voor staat, strookt niet met eenrichtingsgeluiden, noch met die praktijken waarbij journalisten, zeker zij die opiniërende journalistiek plegen, gemarginaliseerd worden tot een mindere mensensoort die teert op leugens en oneerlijkheid.

Ook opiniestukken waar je het niet mee eens bent hebben waarde bij het aanreiken van inzichten in andere meningen en bij het aanscherpen van het debat.

Ook in Vlaanderen kregen en krijgen opiniërende journalisten het verwijt zich aan ‘activisme’ te bezondigen. Zij krijgen dat te horen van… partij-activisten. Woord en wederwoord is gebannen. Tweets sabelen de opposant neer. Het debat wordt ontweken. Dé spelregel van de democratie wordt ontmand.


Ook opiniestukken waar je het niet mee eens bent hebben waarde bij het aanreiken van inzichten in andere meningen en bij het aanscherpen van het debat.

Waar de pers de hagiografie van beleidsvoerders en hun partijen schrijft of in beeld brengt, is de boodschap waardeloos. Moet nietszeggendheid dan het debat sluiten? Moeten we het verder doen met enkel eenrichtingsgedachten? Eindigt de lange en hard bevochten emancipatorische weg aan de slagboom van het strategisch humeur van een partijvoorzitter?

Vlaanderen heeft geen nood aan heiligverklaringen, niet van partijmeningen, evenmin van onze klassieke, professionele nieuwsmedia. Laat de burger zijn/haar eigen mening vormen, graag mét de instroom van vele opinies. Zij vormen de meerwaarde bovenop het correcte feitenrelaas en de exacte maar brede verslaggeving. Journalistiek dient het debat te verrijken, nieuwe feiten aan te reiken, nieuwe invalshoeken aantonen en ook andere dan de gangbare argumenten aangeven. Enkel op die wijze en zonder amputatie van opinies blijven media het pompend hart van het permanente debat. Het staat buiten kijf dat in het brede spectrum van participatieve democratie deze kijk op journalistiek werk alle voorkeur verdient boven het copy-pasten van persberichten, al dan niet van de hand van partijcommunicatiediensten.

Laten we ons gelukkig prijzen dat de financiële, ideologische en beheersnavelstrengen tussen partijen en drukkingsgroepen enerzijds en de media anderzijds doorgeknipt zijn. Universiteiten en hogescholen leveren professionele journalisten af. De code van de Raad voor Journalistiek is geen cryptisch gewrocht, maar stelt in duidelijke bewoordingen 27 beginselen voorop, aangevuld met concrete richtlijnen. De Raad voor de Journalistiek functioneert bij geschillen en waakt in zeer concrete gevallen over de beroepsethiek.

De media willen inzetten op onderzoeksjournalistiek, ook al wordt op budgettaire grenzen gestoten. De Vlaamse mediamarkt is immers niet vergelijkbaar met deze van de buurlanden. Schrijvende pers en omroepen geven duidelijk het onderscheid aan tussen feiten en opinies.

Persvrijheid is geen elastisch begrip al naar het moment en de dienstbaarheid aan eigen doelstellingen. Persvrijheid laat zich niet inbinden door dondergeroffel. Vrijheid en verantwoordelijkheid zijn de krijtlijnen van het journalistieke bedrijf.

Johan Velghe, woordvoerder van Vlinks