Mohamed Talhaoui van Vlinks over de trieste geschiedenis van de Rif.

Toen ik deze week op de Engelstalige Al Jazeera afstemde, hoorde ik hoe een Riffijnse dame met een hoofddoek tijdens een grote betoging in de straten van Al Hoceima voor de camera’s uitriep: ‘De koning moet Nasser Zafzafi vrijlaten, hij is geen separatist en geen terrorist!’

Deze kernachtige zin vat in enkele woorden de trieste geschiedenis samen van de Rif, de Amazigh (Berber) regio in Noord-Marokko. De Rif kende aan het begin van de vorige eeuw een woelige periode. De charismatische leider Mohammed Abdelkrim El Khattabi slaagde er op onnavolgbare wijze in om in de jaren twintig de Spaanse kolonisten uit te drijven en een 5-jarige Geconfedereerde Republiek van de Stammen van de Rif te vestigen. In de plaats van internationale erkenning te geven aan deze heldhaftige anti-imperialistische strijd kozen de toenmalige grootmachten (hoe kan het ook anders) ervoor om met een reusachtig geallieerd leger, bestaande uit een klein miljoen Spaanse, Franse en Arabische soldaten, de jonge Rif Republiek met zowat 30.000 Riffijnse strijders letterlijk van de kaart te vegen. Daarbij werd zelfs het gebruik van mosterdgas en ander chemische stoffen niet geschuwd. De ‘eer’ van Spanje was hersteld, de Fransen konden hun protectoraat in het zuiden veiligstellen (de Arabische Sultan diende beschermd te worden tegen Amazigh stammen…) en de Sultan kon zijn handeltje verder drijven met de koloniale machten.

De Rif Republiek

De figuur van Abdelkrim is uitermate intrigerend. Hij genoot een klassieke opleiding in islamstudies aan de universiteit van Fes en studeerde nadien in Spanje. Later werd hij journalist en rechter in Melilla. Melilla was in tegenstelling tot de rest van de Rif geen deel van het protectoraat, maar een stad die al meer dan 500 jaar in Spaanse handen was. Zijn studies en deze dubbele culturele blootstelling maakten van hem een politiek en militair strateeg die slaagde in wat niemand hem had voorgedaan: hij verenigde de onderling bekvechtende stammen van de Rif en ging gezwind op culturele en religieuze basis een dekolonisatiestrijd aan tegen de Spaanse onderdrukker. Het is vooral hij die de Riffijnse identiteit tot de dag van vandaag vorm heeft gegeven doorheen de collectieve ‘mémoire’ van het Riffijnse volk aan de dekolonisatiestrijd en de stichting van de Republiek.

Slachtingen en Repressie

Het mocht niet zijn. Na de dekolonisatie van Marokko in de jaren vijftig maakte de toenmalige kroonprins Hassan (later Koning Hassan II) zich grote zorgen over deze “rebellenregio” en besloot er iets aan te doen. Een bloedige slachting met duizenden slachtoffers en massale verkrachtingen vond plaats in 1958. De regio werd voortaan een militaire zone onder noodwet waar amper of niet in werd geïnvesteerd. De armoede die volgde joeg de volgende decennia miljoenen Riffijnen naar Europa. In 1984 brak, onder meer omwille van hoge voedselprijzen, een nieuwe opstand uit in de Rif met honderden doden en gewonden tot gevolg. De Riffijnen beseften toen dat het moorddadige regime van Hassan II geen genade kende. De emigratie was niet meer te stoppen. De in wezen politieke vluchtelingen uit de Rif werden in Europa echter gecatalogeerd als economische migranten. Een win-winsituatie: een proper blazoen voor ‘Notre ami le Roi‘ en goedkope arbeidskrachten voor Europa.

De eerste generatie in Europa, zich nog sterk bewust van haar aparte culturele identiteit, was nuttig om zwaar en vuil werk te verrichten. Ze zorgde ook voor massale kapitaaltransferten om hun achtergebleven familie in de verpauperde regio onderdak en eten te geven. Vaak ten koste van de opvoeding van hun eigen kinderen in Europa. De tweede en vooral derde generatie werden echter geconfronteerd met minder sociaaleconomische kansen en een venijnige identiteitscrisis (het Arabische regime heeft het nog steeds moeilijk om de Amazigh-cultuur te erkennen). Deze manifesteerde zich eerst in een overenthousiaste wil om te integreren (verwesterlijking) in de jaren ’70 en ’80, maar kende een radicale ommekeer toen velen zich in de jaren ’90 eerst geleidelijk en vanaf 9/11 radicaal en brutaal terugplooiden in een extreem religieuze reflex, wat zelfs resulteerde in religieus geïnspireerde terreurdaden. Remember: ‘Zefzafi is geen separatist en geen terrorist…’

Ramadanmoslims en cognitieve dissonantie

Oorspronkelijk waren de meeste Riffijnen ‘ramadanmoslims’. Veel was vrij (zelfs drugs verkopen en dan schaamteloos naar het vrijdaggebed gaan) maar de vastenmaand was heilig. Vandaag bestaat de godsdienstbeleving echter nog slechts uit gradaties van islamisme. Er is geen tussenweg, want met vrijzinnigheid kom je bij de Riffijnen niet ver. Daarnaast zorgt het “koningsyndroom” (het obsessief dwepen met de koningsfiguur) ervoor dat de wens voor ontvoogding en zelfbeschikking telkens weer onderdrukt wordt. De koning wordt immers aanzien als een rechtstreekse nazaat van de Profeet. Hem in vraag stellen is bijgevolg de facto de islam in vraag stellen, iets wat bij de Riffijnen nauwelijks gebeurt.

De vrijdenkende Riffijnen die een moderne Republiek voor ogen hebben (geïnspireerd op Abdelkrim) zijn vandaag maar een kleine minderheid. Zolang de islam goed in het hoofd van de Riffijn blijft ingepeperd is de Arabische monarchie in Rabat veilig. De ISIS-Riffijnen zaaien vooral in het Midden-Oosten en recent ook in Europa haat en verderf. Marokko zelf blijft voorlopig een baken van dictatoriale stabiliteit. Maar dat kan snel keren. Het regime in Marokko is en blijft een bende onderdrukkers, afpersers en drugshandelaars, met miljoenenrekeningen in Panama en Zwitserland. De koning, die dankzij de talrijke Riffijnse verraders de zwakke plekken van ons volk zeer goed kent, zal het met Zefzafi wel op een akkoordje gooien. De eisen van zijn betogers zijn voor de miljardair eigenlijk peanuts. Maar de ‘Arabische’ of beter gezegd Riffijnse lente zal vroeg of laat ook in Marokko oplaaien.

Uiteindelijk komen we terug op het punt waarop ook Abdelkrim, die een dekolonisatievisie voor een heel continent voor ogen had, het onderspit moest delven: de islam. Als verenigingsmiddel om de ‘kafir’ Spanjaard te verdrijven was het een meesterzet, maar niet om de koning, de ‘Amir El Mouminien’ of Leider van de Gelovigen een hak te zetten. Om deze oorspronkelijk uit Saudi-Arabië afkomstige nazaat van de Profeet, die duchtig samenspant met zijn Europese broodheren, te verdrijven, zullen er waarschijnlijk eerst nog heel veel doden vallen. Een reality check van het valse koningsbeeld bij het volk zit er voorlopig nog niet in. Nochtans heeft deze moordzuchtige Arabier hen hun culturele identiteit en waardigheid ontnomen, hun families verwoest en hen vervolgens als slaven de Europese wildernis ingestuurd. Met thans wanhopige zonen en dochters die zich hier en daar beginnen op te blazen… Zolang Riffijnen (zoals de familie Zafzafi die in bittere armoedige omstandigheden leven) rekenen op de ‘goede’ koning om de ‘slechte politici’ aan te pakken, zal er in de Rif niet veel veranderen. Het is een giftig mengsel van angst en cognitieve dissonantie dat verhindert dat het inzicht rijpt dat micromanager Mohammed VI zelf de hoofdrolspeler is van dit roofzuchtige maffiaregime.

Als dit voortschrijdend inzicht zich in Noord-Afrika zal verspreiden, dan pas zullen er fascinerende tijden aanbreken. Tijden waarin vrijheid en waardigheid niet worden afgekocht door een ziekenhuis hier of een aalmoes daar. En wie weet kan die allereerste dekolonisatiestrijd van Abdelkrim dan op wereldschaal vorm krijgen. Met de creatie van echte Verenigde Naties der Volkeren…

Mohamed Talhaoui is voorzitter van ICPS (www.icpsnet.com)