‘Blijven we beton bijgieten of durven we eindelijk vragen aanpakken over zin en onzin van al die verkeersstromen?’ Voor Edi Clijsters van Vlinks is het tijd dat cruciale vragen over de toekomst van Vlaanderen beantwoord worden.

Het zal je maar overkomen als auteur. Je doet je best om ruim tweehonderd jaar Vlaamse beweging ‘van taalstrijd tot natievorming’ in een leesbaar overzicht te gieten, maar media en publiek tonen haast uitsluitend belangstelling voor het nawoord omdat het is geschreven door de voorzitter van de N-VA, de grootste politieke partij van het land. Het overkomt Frank Seberechts, auteur van Onvoltooid Vlaanderen.


In welk Vlaanderen wil u leven?

Terwijl het nawoord niet eens zo ophefmakend is. Het herhaalt slechts wat die voorzitter al jaren verkondigt, en wat hij door ‘zijn’ partij liet beamen in congresbesluiten.

Ik geef graag een korte samenvatting mee: de tijd van het kaakslagflamingantisme is voorbij, het komt er nu op aan de toenemende Vlaamse autonomie in te vullen met concreet beleid. Over de krachtlijnen voor dat beleid laten voorzitter en partij geen twijfel bestaan: Vlaanderen zal rechts zijn of het zal niet zijn.

Wie die visie niet deelt kan niet zeggen dat hij of zij niet was gewaarschuwd; woorden én daden zijn duidelijk genoeg. En mijlenver weg is de tijd ondertussen waarin CD&V-boegbeeld Kris Peeters – met in zijn blik die mengeling van vaderlijke ernst en minzaamheid die enkel christendemocraten lijken te kennen – in de aanloop naar de verkiezingen van 2014 op grote affiches de vraag opwierp: in welk Vlaanderen wil u leven?

 

Die blik moest de aanschouwer vooral doen vergeten dat de vraag in dit geval hemeltergend vals klonk. Als je al tien jaar aan het besturen bent, en dan pas op het idee komt om de kiezer te vragen in wat voor land hij of zij wil leven, klinkt dat helaas weinig geloofwaardig.

Erger nog, een of andere kiezer herinnerde zich ongetwijfeld ook dat deze minister-president, zijn partij én diverse coalitiepartners in de verste verte niet wilden of willen weten van inspraak van de burger wanneer miljarden verslindende, megalomane projecten op het spel staan.

En toch. Hoe schijnheilig ze ook klonk, dit was in wezen een uitstekende vraag. Ze wordt nog altijd veel te zelden opgeworpen, laat staan ernstig besproken, hoewel ze de grondslag vormt voor alle andere vragen.

Ja, verdorie: in wat voor Vlaanderen willen wij leven?

Die vraag verdient zeker een ‘breed maatschappelijk debat’ zoals ze dat in Nederland zo mooi zeggen. Een debat waarin verschillende visies tegen elkaar afgewogen worden en gezocht wordt naar oplossingen die niet alleen met gevestigde belangen rekening houden maar ook met het welzijn van komende generaties.

Want de uitdagingen liegen er écht niet om. De financiële en economische crisis heeft het vernis van Vlaamse en/of Belgische zelfgenoegzaamheid al aardig wat schade toegebracht, maar het ergste moet nog komen.

Moeten we daarom in ijltempo en met blind geloof in ultraliberale recepten de deelstaat en/of het koninkrijk klaarstomen voor de meedogenloze globale concurrentieslag?

Moeten we alle aandacht en energie concentreren op die paar ‘niches’ waarin we het nog een generatie of twee kunnen uitzingen?

Moeten we daarvoor niet alleen allerlei sociale verworvenheden opofferen, maar ook de elementaire levenskwaliteit van komende generaties?

Of troosten we ons met de gedachte dat -als het zo verder gaat- binnen een jaar of dertig de kustlijn zal samenvallen met de taalgrens, en alle ‘valse’ en ‘echte’ problemen vanzelf zullen verdwenen zijn?


Er is nood aan een omvattend en correct debat waaruit duidelijk zou worden wie welke richting uit wil met dat steeds autonomere Vlaanderen in een steeds minder stabiele wereld.

Even ernstig. Er is nood aan een omvattend en correct debat waaruit duidelijk zou worden wie welke richting uit wil met dat steeds autonomere Vlaanderen in een steeds minder stabiele wereld.

Blijven we beton bijgieten, of durven we eindelijk vragen aanpakken over zin en onzin van al die verkeersstromen?

Is het zinvol de watervallen in het onderwijs uit te vlakken door de hele bedding op hetzelfde niveau te brengen, of moet de dualisering worden tegengegaan door een mentaliteitswijziging bij leerkrachten en vooral ouders?

Gelooft iemand écht dat je integratieproblemen uit de wereld helpt door semantische verhullingen of door kledingvoorschriften?

Volstaat het jaar na jaar de toenemende armoede in dit rijke land aan te klagen, maar de oorzaken ongemoeid te laten of zelfs in de hand te werken?

Voorwaar, aan fundamentele vragen en levensgrote uitdagingen waarachtig geen gebrek. Maar Vlaamse bewindvoerders lijken een ernstige en openhartige discussie over die vragen liever uit de weg te gaan.

Dat is niet alleen hoogst ergerlijk, en op termijn zelfs letterlijk levensbedreigend. Het is vooral dom want kortzichtig. En het getuigt van bitter weinig respect voor de lange en moeizame Vlaamse emancipatiebeweging, die toch streefde naar ontvoogding en maximale kansen voor de hele bevolking.


De keuzes die nu worden gemaakt blijken telkens opnieuw geïnspireerd door ‘centen-nationalisme’.

Helaas: de keuzes die nu worden doorgedrukt blijken telkens opnieuw meer geïnspireerd door bekrompen materiële belangen dan door brede en toekomstgerichte sociale bekommernis. Zeg maar: door ‘centen-nationalisme’ in plaats van het bevrijdingsnationalisme van weleer.

Het is niet meer dan logisch dat de keuze tussen beide opties niet langer uit de weg kan worden gegaan naarmate Vlaanderen steeds meer ‘zelfbestuurt’. Het was niet meer dan logisch dat ze in het begin van deze eeuw leidde tot het uiteenvallen van de toenmalige democratische Vlaams-nationale partij, waar de N-VA-voorzitter graag eenieder met enig leedvermaak aan herinnert.

Maar het is hoegenaamd niet logisch dat die voorzitter gretig en obstinaat een beleid voert dat slechts oog heeft voor geld en goederen, en er tegelijk (bv. bij de voorstelling van het bovenvermelde boek) over klaagt dat de nieuwe generatie Vlamingen – die geen ouderwetse kaakslagen meer te vrezen hebben – weinig of geen Vlaams bewustzijn vertonen.

Een zo intelligent en geschoold iemand moet toch beseffen dat klatergoud nog geen ‘identiteit’ is. En zelfbewustzijn iets volkomen anders dan arrogantie van nieuw-rijken.

Nu ja, de oude Romeinen – de voorzitter niet onbekend – hadden daarvoor een leerrijke spreuk: de goden verblinden wie ze in het verderf willen storten.

Edi Clijsters is kernlid van Vlinks