‘Pas wanneer armoede te lijf gegaan wordt met één allesomvattend en zwaarwegend pakket aan maatregelen, zal het resultaat navenant zijn’, schrijft Johan Velghe van Vlinks.

Een Vlaamse minister, een federale staatssecretaris, vele in de problematiek gespecialiseerde professoren, een niet aflatende stroom aan publicaties, de krachtige stem van verenigingen en de blijvende inzet van vele professionele krachten en vrijwilligers ten spijt, verdampt de armoede in Vlaanderen niet. Aantallen noch procenten in de statistieken smelten weg. Ze worden evenmin vermalen door de separaat genomen maatregelen.

Aanstaande maandag 15 mei wordt in de Aalsterse stadsfeestzaal de vraag gesteld: hoe arm is Vlaanderen? Vlinks neemt aan het debat deel en zal verder kijken dan commentaar geven op de stand van zaken, in casu de huidige armoedebestrijding die er maar niet in slaagt het percentage – iets meer dan 11 procent – van mensen in armoede terug te dringen. Dat in het rijke Vlaanderen één op acht kinderen opgroeit en leeft onder de armoedegrens legt de weldenkende Vlaming een knoop in de maag. Of niet?


‘Wanneer klauwt de leeuw sociaal? Wanneer klauwt Vlaanderen armoede weg?’

Wie ooit medio oktober deelnam aan een ‘Stop de armoede’-optocht, herinnert zich de wegkijkende blikken van de op consumptie gefocuste zaterdagse passanten? Steden zijn pretparken geworden en zichtbare armoede is voor citymarketing een vloek.

Toen op de Kortrijkse Groeningekouter tijdens de toespraak van minister-president Geert Bourgeois naar aanleiding van een 11 juliviering een groot spandoek ontvouwd werd met de prangende vragen: “Wanneer klauwt de leeuw sociaal? Wanneer klauwt Vlaanderen armoede weg?”, had de spreker plotseling veel belangstelling voor de rij prominenten in de nabijheid van het spreekgestoelte. De vragen bleven toen onbeantwoord. Vandaag blijven de antwoorden nog altijd uit.

Vlinks wil mensen verzamelen en verenigen achter een positief verhaal. Het gaat niet om het zich afzetten tegen, over omverwerpen of afbreken, maar wel om opbouwen, versterken en samenwerken. Daarom is nu pas moord en brand schreeuwen tegen de centrumrechtse beleidspartijen en hun vlakke beleid inzake armoedebestrijding eerder goedkoop. Al veel langer dan bij het aantreden van de regering Michel I waarschuwen sterke stemmen tegen de nefaste impact van armoede op de samenleving en in het bijzonder op het (kortere) leven van zij die in armoede verkeren. Jan Vranken en Bea Cantillon bleven roependen in de politieke beleidswoestijn. Wel blijkt andermaal dat er meer nodig is dan een dure ministeriële eed om de (kinder)armoede in Vlaanderen in recordtempo te halveren.


‘Armoede benaderen als een apart of geïsoleerd maatschappelijk fenomeen loont niet, armoede kruimels toegooien van begrotingskredieten evenmin.’

Armoede benaderen als een apart of geïsoleerd maatschappelijk fenomeen loont niet, armoede kruimels toegooien van begrotingskredieten evenmin. Armoede reduceren tot een financieel probleem gaat voorbij aan huisvestings-, mobiliteits-, gezondheidsaspecten en de beperkingen in deelname aan het sociaal leven.

Pas wanneer armoede te lijf gegaan wordt met één allesomvattend en zwaarwegend pakket zullen de resultaten navenant zijn. Eén stormram met vele hoofden, gelijktijdig gehanteerd op federaal, Vlaams en stedelijk niveau, haalt bijna 11 procent van de Vlaamse bevolking uit de verdomhoek.

In Kortrijk, en dat is slechts op het stedelijk niveau, beukt de stormram met een globaal (stedelijk) pakket op armoede in. De kansarmoede-index van Kind en Gezin stond er bij het begin van de lopende legislatuur nog op 18 procent. Drie jaar stedelijk stormrammen liet het voornoemde percentage met 5 procent afnemen. De Kortrijkse aanpak steunt op overleg met experts van al dan niet lokale organisaties in de strijd tegen armoede. Het brede Kortrijkse verenigingsleven, tot en met voetbalclub KV Kortrijk, is erbij betrokken. Het actieplan telt vele speerpunten, grote en kleine, tot het 1-2-3 euro receptenboekje voor gezonde maaltijden van Colruyt toe. Daar wordt de inzet van ogen op hun rug hebbende brugpersonen aan toegevoegd. Zij wachten niet tot de personen in armoede moeten grijpen naar een laatste strohalm en zelf naar het OCMW dienen te stappen. De bundeling van middelen, acties en het luisteren naar mensen in armoede, de kennis van experten, medewerking van onderwijsinstellingen en van huisvestingsmaatschappijen en van de door het stadsbestuur gevoerde huisvestingspolitiek; die bundeling van krachten loont. Die aanpak resulteert in het terugdringen van armoede, terwijl Kortrijk niet eens alle hefbomen in handen heeft. Niet het stadsbestuur beslist over het optrekken van beschamende lage pensioenen. Niet het stadsbestuur dumpt werklozen in het statuut van leefloner.


‘Sociale vooruitgang dient keer op keer afgedwongen te worden.’

De geschiedenis leert dat het manna niet uit de hemel valt. Sociale vooruitgang – het elimineren van armoede is dat zeer zeker – dient keer op keer afgedwongen te worden. Sinds de sociale revolte van honderddertig jaar geleden is veel ten goede veranderd, maar van het kwade (ongelijk- en ongelijkwaardigheid, hebzucht, regelrechte uitbuiting en onrechtvaardigheid) zijn anno 2017 nog altijd sporen herkenbaar en direct aanwijsbaar. Rijken mogen blijkbaar meer dan anderen, is een titel die in ‘De Werkman’, de gazette van Pieter Daens anno 1890 hoorde, maar wel degelijk boven een opiniebijdrage in De Standaard van moraalfilosoof Patrick Loobuyck op 8 mei laatstleden prijkte. Alleen rijken kunnen met het bovenhalen van hun portefeuille met een minnelijke schikking hun schuldige daden wegmoffelen, daar er geen strafvordering meer volgt. Een straf afkopen ruikt naar klassenjustitie, naar oneerlijkheid, naar achterkamertjesafspraken, naar rechtsongelijkheid, stelt de auteur voorop. Het is alsof Hendrik Conscience nog eens ‘De Loteling’ herschrijft.


‘Mensen in armoede hebben geen dure advocaten aan hun zijde. Hun advocaat dient de solidaire samenleving te zijn die opkomt voor gelijke behandeling.’

Mensen in armoede hebben geen dure advocaten aan hun zijde. Hun advocaat dient de solidaire samenleving te zijn die opkomt voor gelijke behandeling.

Vandaag, bij het uitslaan van de slinger van de klok naar extreem individualisme en consumentisme, is opkomen voor en toepassen van solidariteit een moeilijke oefening geworden. De vanzelfsprekendheid waarmee iedereen in de vooruitgang wordt meegenomen is er niet meer. Er worden geen wetten à la De Taeye en Brunfaut meer gestemd. Een politiek beleidsverhaal waarbij zonder uitzondering iedereen aan boord van de welvaartsboot gehesen wordt, blijft uit. Argwaan overheerst. Mensen in armoede mogen zich hooguit vastklampen. Ze worden niet uitgenodigd aan de kapiteinstafel van de Love Boat.

Dé politiek, maar evenzeer iedere Vlaming voor zich dient de keuze te maken tussen herverdeling (onder meer rechtvaardigere fiscaliteit) en een steeds wijder gapende ongelijkheidskloof, die laatste met alle -ook financiële- gevolgen van dien.

De EU, de hardnekkigste onder alle discipelen van de wilde globalisering, begint in te zien dat de meest kwestbaren onder haar burgers meer bescherming verdienen (nota Frans Timmermans, vicevoorzitter van de Europese Commissie, 10 mei 2017).

Het komt geen moment te vroeg opdat de EU, federale en Vlaamse regeringen, in samenwerking met stedelijke en gemeentelijke overheden het momentum creëren voor de ommezwaai: het bovenhalen van het grote stormram met de vele koppen.

Johan Velghe is woordvoerder van Vlinks