‘Over de geplande wapenaankopen rijzen heel veel en heel pertinente vragen’, schrijft Edi Clijsters van Vlinks.

In de opwinding van de voorbije weken over wielerkoersen in België en de koers naar het presidentschap in Frankrijk raakten twee krantenberichten ietwat ondergesneeuwd. Eerst werd ‘bekendgemaakt’ dat de federale minister van Defensie nu ook officieel de offertes verwacht voor de aankoop van 34 nieuwe gevechtsvliegtuigen ter vervanging van de F-16’s die verouderd zijn maar momenteel wel operationeel in het Nabije Oosten.

En nauwelijks enkele dagen later liet een van de vijf mogelijke leveranciers weten dat-ie geen belangstelling meer heeft voor dit verhaal, omdat de concurrentie tussen de diverse aanbieders niet correct verloopt. Minder versluierd uitgedrukt: Boeing gaat er ongeveer letterlijk van uit dat de aanbesteding geen zin meer heeft omdat de keuze in werkelijkheid al lang is gemaakt. In het voordeel namelijk van de inmiddels beruchte F-35 van die andere mega-constructeur uit de VS, Lockheed Martin.

Dat de minister die aantijging ontkent, verbaast niemand. Maar is daarmee ook alles gezegd?

Verrassend is vooral dat dit zomaar kan. In tijden waarin steeds meer kritische burgers steeds luider transparantie eisen. Zij eisen correcte en volledige informatie over wat met hun geld wordt uitgespookt. En ze willen daarover geïnformeerd worden in alle stadia van de besluitvorming, in plaats van geconfronteerd te worden met voldongen feiten en schimmige afspraken.

Over die geplande wapenaankopen rijzen immers heel veel en heel pertinente vragen, van principieel tot concreet.


‘Waarom hebben we die dure opvolger voor de F-16 eigenlijk nodig?’

We moeten toch onze verplichtingen nakomen als lid van het Navo-bondgenootschap, heet het. Dat is een principekwestie, en daarmee is de kous af. Toch kan de vraag gesteld worden waar het bondgenootschap nog voor nodig is, een kwarteeuw na het ineenstorten van het Sovjet-imperium. Tegen welke vijand moeten we ons beschermen? En hoe? Het klassieke wapengekletter wordt immers steeds meer verdrongen door andere vormen van oorlogsvoering. Zelfs als je economische oorlogsvoering even buiten beschouwing laat, zou zo langzamerhand toch wel voor iedereen duidelijk moeten zijn dat cyber-invasies en groot- of kleinschalig terrorisme tegenwoordig een veel reëler gevaar vormen. En daar valt met gevechtsvliegtuigen weinig tegen in te brengen. Met militair vertoon op straat evenmin trouwens.

Militairen hebben wel vaker de neiging “de vorige oorlog voor te bereiden”. Maar in ernst: over wat het begrip ‘defensie’ anno 2020 inhoudt zou zeker een fundamenteel debat mogen worden gevoerd. Zelfs als je aanneemt dat een klassieke component daarin toch nog min of meer aanwezig moet zijn, dient de vraag gesteld hoe die er kan uitzien. Afspraken en taakverdeling op Europees niveau zouden alvast nuttig zijn. Nu zowat alle staten met geldgebrek kampen (omdat ze het geld niet kunnen of willen halen waar het zit) begint niet alleen dat inzicht door te dringen tot bewindslieden, maar zelfs de bereidheid om daar iets mee te doen.

België zou in zo’n samenwerkingsverband andere taken op zich kunnen nemen en de ‘verdediging van het luchtruim’ bijvoorbeeld overlaten aan Nederland. Dat land is daar trouwens nu al technisch klaar voor. Waarom is het dan nog nodig om naar de Vlaams-Nederlandse samenwerking te verwijzen om de aankoop van F-35’s ook hier door te drukken?

Tenslotte rijst een eenvoudige concrete vraag: als er dan toch een paar vliegtuigen moeten worden aangeschaft, wat is dan de ‘beste koop’? Geen overbodige vraag, want het gaat over veel geld dat dan niet meer kan worden besteed aan andere en dringender maatschappelijke noden.

Ter herinnering: aanvankelijk waren vijf vliegtuigbouwers kandidaat voor deze stevige opdracht: Lockheed Martin en Boeing uit de VS, het Franse Dassault en het Zweedse Saab en het Eurofighter-consortium (met daarin Duitse, Britse, Italiaanse en Spaanse belangen). Recent liet Boeing dus horen dat het zich terugtrekt uit deze ‘vervalste concurrentiestrijd’ en eerder had Saab al bekendgemaakt dat de Zweedse wet het bedrijf verbiedt om vliegtuigen te leveren voor nucleaire opdrachten.

Transparantie

Want hier komt een andere aap uit de weinig transparante mouw. De Belgische defensie laat namelijk uitschijnen dat de nieuwe toestellen ook atoombommen moeten kunnen vervoeren én gebruiken. Officieel heeft België helemaal geen atoomwapens, al is dat officiële discours de jongste jaren wel enigszins gewijzigd na tientallen jaren ontkennen. De ‘transparantie’ is ondertussen al zover gevorderd dat men zijn toevlucht neemt tot de diplomatieke formulering dat ‘niet bevestigd noch ontkend kan worden’ dat op Belgische luchtmachtbases atoomwapens liggen opgeslagen.

Alleen is het lastenboek voor de vervanging van de F-16 dan wel een overduidelijke impliciete bevestiging. En tegelijk een handige manier om de F-35 van Lockheed Martin naar voren te schuiven. Ter herinnering, het gaat hier over dat toestel waarvan zelfs de bevoegde senaatscommissie in de VS vond dat het veel te duur is, en dat volgens experten achterhaald zal zijn nog voor het goed en wel operationeel is.

De steeds talrijker mensen die door de steeds groter wordende gaten in het sociale vangnet vallen, moeten dan maar uitrekenen wat je allemaal wél zou kunnen doen met de (vermoedelijk) 150 miljoen euro die één F-35 kost, afgezien nog van de torenhoge onderhoudskosten.

En aangezien alles in dit land vroeg of laat ‘communautair’ gekleurd geraakt, moet ook dit gezegd: het verzet tegen de aankoop van de F-35’s is geen complot tegen de luchtvaartindustrie die bij ons voornamelijk in Wallonië is gevestigd. Want omdat België (anders dan Nederland) niet van bij het begin is meegestapt in de ontwikkeling van die F-35 kan het geen aanspraak maken op compenserende bestellingen voor Belgische bedrijven. Alleen wordt ook daarover weinig transparant gecommuniceerd. Wanneer worden rookgordijnen erkend als chemische wapens?

Edi Clijsters is kernlid van Vlinks