‘Wie de democratie wil beschermen tegen onwetendheid, moet werk maken van degelijk onderwijs.’ Aldus Edi Clijsters van Vlinks. Wie liever kijkt naar het inperken van stemrecht, is niet langer een democraat.

Zondag 23 april vindt in Frankrijk de eerste ronde plaats van de presidentsverkiezingen. Moeten overtuigde democraten sidderen en beven, zoals sommigen vandaag suggereren?

De uitslag van het brexitreferendum was voor de weldenkenden-van-deze-wereld ongetwijfeld een verraderlijke stomp onder de gordel. De overwinning van Trump in de Amerikaanse presidentsverkiezingen kwam nog veel harder aan.

Wie kon garanderen dat de collectieve waanzin niet zou overslaan naar het Europese vasteland, en ook Nederland, Frankrijk, Duitsland zou aantasten? Er ontstond enige paniek: de barbaren stonden voor de poort! Brrr.

Wie bij dit alles min of meer nuchter bleef en blijft, weet dat het zo’n vaart niet zal lopen. Dat Wilders onder geen beding Nederland zou (mee-)regeren stond zo van meet af aan buiten kijf.

In Frankrijk mag Le Pen dan wel resultaten behalen die de verfoeide papa jaloers maken, maar in de tweede ronde zal zij het afleggen tegen om het even welke andere kandidaat.

Populisme: ‘Bestrijd de onwetendheid, niet de democratie’

En in Duitsland zal de volgende bondskanselier weer Merkel heten, of in een wel erg optimistisch scenario Schulz. Oef.

Geen paniek dus. Maar reden tot ongerustheid is er wel. Niet alleen omdat de ‘barbaren’ al lang binnen de vestingmuren zitten, en steeds meer mensen achter zich krijgen. Maar vooral omdat sommigen nu remedies suggereren die erger zijn dan de kwaal.

Van de kwaal werd een briljante diagnose geschetst: ‘het succes van de populisten is het falen van de elite’, aldus Belgisch minister Geens, prominent lid van diezelfde elite.

Maar de elites horen zoiets niet graag. Het betekent immers dat hun gejammer over de bedreigde democratie schijnheilig klinkt, aangezien de elites zelf verantwoordelijk zijn voor de wankele gezondheidstoestand van die democratie.

Wie het nieuws (een beetje) volgt kan zonder moeite enkele schandalen – én schandalige nalatigheden – opsommen die het vertrouwen in de democratie onlangs hebben aangetast. En die, voor alle duidelijkheid, niet het werk waren van verderfelijke populisten, maar van gevestigde (kleine en grote) machthebbers.

Gelukkig vinden de verontruste weldenkende elites nu soelaas in recent werk van een politicoloog in de Verenigde Staten, Jason Brennan. Die omschreef de overwinning van Trump als ‘de dans der domoren’, en stelt onomwonden de vraag of je het lot van een hele natie zomaar in handen mag leggen van massa’s mensen die – zoals studies al tientallen jaren aantonen – bedroevend slecht geïnformeerd zijn, maar wel kiesgerechtigd.

Hij schrikt er ook niet voor terug om luidop te zeggen wat allicht velen aan beide zijden van de oceaan denken: kiezers weten niet wat goed is voor hen. Erger nog: ze weten zelfs niet waarover het gaat. Zo krijg je natuurlijk catastrofale resultaten.

Gelukkig heeft de bevlogen jonge professor ook een oplossing om aan die droeve toestand een einde te maken: men zou beter het stemrecht beperken tot wie wél weet waarover het gaat. Geniaal in zijn eenvoud, toch?

Dat vonden meer dan tweehonderd jaar geleden ook de burgers die het toen voor het zeggen hadden. Dat ze na de Franse Revolutie zélf de touwtjes in handen kregen, was uiteraard wel vooruitgang, maar het mocht niet te gek worden.

In 1830 had in het België slechts één procent van de inwoners stemrecht. Pas na de Eerste Wereldoorlog werd het algemeen enkelvoudig stemrecht ingevoerd voor mannen, pas na de Tweede Wereldoorlog kregen vrouwen hetzelfde recht.

De lange en vaak bloedige strijd van de arbeidersbeweging voor algemeen stemrecht had wel een betekenisvolle toegeving opgeleverd. Wie meer diploma’s en/of meer bezittingen had kreeg er extra stemmen bij, om de stormvloed der onwetenden wat in te dijken.

Bovendien werd de opkomstplicht ingevoerd, zodat ook brave burgers die dat tot dan toe niet nodig hadden gevonden, nu naar de stembus werden gedreven om ‘extremisten’ klein te houden.

Die opkomstplicht werd in België reeds in vraag gesteld nadat de ‘zwarte zondag’ in 1991 het extreemrechtse Vlaams Blok op de kaart had gezet. Laat de malcontenten thuis blijven, heette het. Lees: laat de weldenkenden verder het land regeren.

Onverdachte democraten verdedigden toen de opkomstplicht niet alleen met een verwijzing naar de harde strijd voor het stemrecht, maar tevens met de waarschuwing dat een verkiezingsuitslag ook een thermometer is om de koortsgraad van een samenleving vast te stellen. Dat eerste argument is nogal krom, het tweede snijdt zeker hout.

Terug naar de Amerikaanse politicoloog. Moet het stemrecht niet worden beperkt tot wie van wanten weet? Tot de mensen die feiten kennen en respecteren, en die programma’s en opvattingen over onze maatschappij kritisch vergelijken en tegen elkaar afwegen? Moeten we de rest maar thuis laten zitten kniezen en ondergaan wat volgens anderen goed is voor hen? Moet je de democratie niet tegen zichzelf beschermen door ze drastisch in te perken?

Ongetwijfeld zijn er tegenwoordig in vele westerse democratieën heel wat mensen die dat een puik idee vinden. Alleen zou het eerlijker zijn wanneer ze dat ook luidop zeggen, en zichzelf niet langer het etiket ‘democraat’ aanmeten.


Je kan geen democratie hebben zonder een dosis populisme.

Ze zouden toch moeten weten dat ‘democratie’ niets anders betekent dan ‘heerschappij door het volk’; datzelfde volk dus dat ook in het woord ‘populisme’ opduikt. De ene term komt uit het Grieks, de andere uit het Latijn, maar dat doet er verder niet toe.

Wat er wel toe doet: je kan geen democratie hebben die de naam waardig is, zonder dat daarin een dosis populisme schuilgaat.

Wie de democratie wil beschermen tegen onwetendheid, moet ze misschien beginnen met werk te maken van degelijk onderwijs. Dat betekent onder meer: onderwijs dat komaf maakt met het wraakroepende watervalsysteem dat nog steeds bestaat; onderwijs dat ervoor zorgt dat ook nieuwkomers en kinderen van migranten dankzij intense begeleiding echt gelijke kansen krijgen; dat kortzichtige competitie en prestatiedrang opzijschuift en volop inzet op de vorming van kritische burgers.

Dat is een mondvol, ja. En het zal ook meer geld kosten. Maar wel minder dan de idiote gevechtsvliegtuigen waarover tot nog toe bitter weinig weldenkende vragen werden gesteld. Een deel van de nodige miljoenen zou bijvoorbeeld ook kunnen gevonden worden bij de politieke partijen, die het geld nu toegespeeld krijgen ‘om de kiezers te informeren’.

Bestrijd de onwetendheid, niet de democratie.

Edi Clijsters is kernlid van Vlinks